SDG-doelstellingenkader: naast woorden ook daden aub

Beste collega’s,

We mogen hier kennisnemen van een document met heel wat mooie woorden, het provinciaal SDG-doelstellingenkader 2030.

Vanuit de Groen-fractie heeft de deputatie bij de budgetbesprekingen in november vorig jaar al een onderlegger gekregen met de SDG’s, de duurzaamheidsdoelstellingen, om zo bij het ontbijt af en toe hieraan herinnerd te worden. Want in tegenstelling tot de beleidsverklaring van de 1e gedeputeerde was er in de documenten van het meerjarenplan heel weinig over de SDG’s te vinden. Ik weet niet of dat de aanleiding is van het agendapunt dat vandaag voorligt, maar het is goed dat dit er is.

Maar: wij hopen dat na de mooie woorden ook op alle terreinen de daden volgen.

Dat dit vandaag lang niet zo is, illustreer ik even aan de hand van punt 2.2: ‘alle investeringen in gebouwen, voertuigen en machines gebeuren zodanig dat de energievoorziening ervan klimaatneutraal en zonder gebruik van fossiele energie is.’ Een hele mooie intentie.

Maar dan de daden, op een terrein waar Groen ook al in het verleden vragen over stelde en in kader van luchtverontreiniging pleitte om diesel achterwege te laten: het wagenpark. Op onze vragen kwamen ook steevast mooie woorden trouwens.

Op de agenda van de deputatie 9 april 2020: ‘aankoop van een dienstvoertuig tbv de groendienst brigade Bulskampveld’. In het bestek: brandstof móet diesel zijn, dat is uiteraard een fossiele brandstof. Milieu staat in de gunningscriteria wel op 40 punten, maar er komt maar 1 offerte binnen, dus veel vergelijking hoeft er niet te gebeuren.

23 april: ‘aankoop van een dienstvoertuig (bestelwagen) tbv de groendienst brigade Palingbeek’. In het bestek opnieuw: moet diesel zijn. Opnieuw: er komt slechts 1 offerte binnen, met een score voor milieu die als ‘aanvaardbaar’ bestempeld wordt.

Deputatie 14 mei: ‘aankoop van een dienstvoertuig (compacte 4×4) tbv de groendienst, brigade Bulskampveld’. In het bestek: brandstof moet benzine of diesel zijn.

Nog recenter: 4 juni: ‘aankoop dienstwagen Stadlandschap ’t West-Vlaamse hart’. Voorgeschreven brandstof: diesel. Milieu staat weer op 40 punten, maar betekent dat dat de milieuvriendelijkste wagen het haalt? (jawel, in tegenstelling tot alle voorgaande dossiers, werd hier meer dan 1 offerte ingediend, waar je ook al vragen kunt bij stellen, blijkbaar wordt de markt toch veel te beperkt geraadpleegd) Neen, het wordt een Ford Transit op basis van de prijs, ondanks een stuk slechtere milieuscore.

Toegegeven, er worden soms ook betere keuzes gemaakt: ook op 9 april wordt een leasingovereenkomst goedgekeurd voor 4 hybride voertuigen en op 2 juli wordt voor het Zwin een plug-in hybide monovolume voertuig aangeschaft. Maar dat betekent op basis van deze dossiers: ongeveer in de helft van de gevallen een milieuverantwoorde keuze, en hybride voldoet dan nog niet aan het criterium ‘fossielvrij’.

En niet alleen voor het wagenpark is dat het geval. We moeten niet ver zoeken, laat ons gewoon even terugkeren naar agendapunt 23, het bestek voor het uitbreiden van blok C in het PTI, campus Wetenschap & Groen. Wie het commissieverslag gelezen heeft, zal weten hoe deze uitbreiding verwarmd zal worden: met gas, een fossiele brandstof. Er was daar een uitleg voor, namelijk dat de bestaande stookplaats nog voldoende capaciteit had om dit extra volume ook aan te kunnen. Technisch verdedigbaar, ik geef het toe, maar het matcht wel niet met de mooie woorden in dit document.

Conclusie: we gaan hier met alle plezier kennis van nemen, en vervolgens ga ik dit plastificeren en naast mijn bureau hangen, zodat ik hieraan voldoende herinnerd wordt en de meerderheid kan confronteren met hun eigen mooie woorden als deze niet in de praktijk gebracht worden. Ik hoop dat het zo weinig mogelijk nodig is.

De absurde keuze om van Menen West opnieuw industrie te maken

Beste collega’s,

Het is niet de 1e keer dat hier een dossier voorligt dat zorgt voor bijkomende industrie in Menen. Ik val dus in herhaling als ik jullie vertel over het biomonitoringsproject dat in de periode 2011-2012 in deze stad gevoerd werd, omwille van een vermoeden van gezondheidsproblemen door vervuilende bedrijven. Deze zijn onder andere gelegen in de industriezone Menen Grensland, op een boogscheut van Menen West, waar nu een nieuwe bedrijvenzone voorzien wordt.

Aan de hand van stalen van urine en haar van jongeren werd gekeken of er vervuilende stoffen aanwezig waren die een impact hadden op de gezondheid van de deelnemers. Het antwoord was duidelijk: JA. Er is in die zone een probleem met PAK’s (polyaromatisch koolwaterstoffen) en de zware metalen Cadmium en Thallium. Dat zijn stoffen die onder andere door verkeer veroorzaakt worden. Dus hoe meer verkeer: hoe meer van die PAK’s, om dat voorbeeld te gebruiken.

Een logische conclusie van deze vaststelling zou zijn dat de overheid probeert om iets te doen aan de verontreiniging door de bestaande bedrijven. Dit provinciebestuur doet het omgekeerde: er wordt gekozen om het probleem nog wat groter te maken.

Het is dan ook evident dat de buurtbewoners opnieuw protesteren, u heeft allemaal een brief gekregen van de Alerte Koekuit, het buurtcomité van de aanpalende woonwijk.

En ik weet al wat u straks zult zeggen, mevrouw de gedeputeerde: wij volgen het MER (milieu-effectenrapport). En dat zegt niet dat dit niet mag.

Maar het maakt wel heel duidelijk dat u lak heeft aan het wooncomfort én de gezondheid van de omwonenden. Ik citeer uit dat MER: ‘De resultaten uit de biomonitoringstudie en de verschillende inspraakreacties in kader van voorliggend plan-MER tonen aan dat de kwaliteit van de leefomgeving voor de bewoners in het studiegebied op vandaag reeds sterk onder druk staat.’ Als u het MER volgt, dan zegt u eigenlijk: dat kan ons niet schelen, we gaan er nog een schepje bovenop doen. In het MER werd ook gemakshalve het nulscenario, zijnde geen nieuwe industriezone in een reeds vervuilde omgeving inplanten, niet onderzocht.

Het spreekt vanzelf dat wij vanuit Groen zo’n absurde keuze niet kunnen steunen.

Landbouwweek

Deze week stond helemaal in het teken van landbouw, één van mijn thema’s in de provincieraad.

Het begon met de commentaar van zowel Groen als N-VA op de statutenwijziging van Inagro, het autonoom provinciebedrijf dat bezig is met landbouwonderzoek. Daar zou een Politiek-Strategisch Comité (afgekort PSC) opgericht worden. Een nieuw orgaan, met enkel provincieraadsleden van de meerderheid, die een extra betaalde vergadering krijgen om met elkaar te overleggen over Inagro. In de raad van bestuur slaagden we er al in om het aantal leden en het aantal vergaderingen te beperken, maar het blijft voor collega Luc Coupillie van N-VA en mezelf onaanvaardbaar en een staaltje van oude politieke cultuur. De centen van Inagro moeten maximaal gebruikt worden om de landbouw in West-Vlaanderen te ondersteunen, niet om provincieraadsleden van de meerderheid wat meer zitpenningen uit te betalen. We schreven dan ook een gezamenlijk persbericht en amendement voor deze beslissing op de provincieraad (die uiteraard door de meerderheid weggestemd werd). Het moet de eerste keer zijn dat een persbericht van mij de website http://www.agripress.be haalt: http://www.agripress.be/start/artikel/611886/nl. Én de eerste keer dat een gezamenlijke visual met Groen en N-VA gemaakt werd.

Op woensdag verschijnt een opiniestuk in de Krant van West-Vlaanderen van mezelf en Vlaams Parlementslid Jeremie Vaneeckhout over de droogte en wat de overheid in (West-)Vlaanderen nalaat om dit probleem aan te pakken. Onze landbouwers zijn er het eerste en belangrijkste slachtoffer van. Het provinciebestuur, maar zeker de Vlaamse regering, kan en moet beter op dat vlak. Je kan het nalezen op https://kw.be/nieuws/opinie/onze-landbouwers-verdienen-beter-dan-een-jaarlijkse-schadevergoeding-voor-droogte/article-opinion-441941.html (met betaalmuur) of https://groenwestvlaanderen.be/standpunten/persmededelingenDetail.php?GrArt_ID=523#.XtPN2UBuLgA (zonder betaalmuur).

Op de provincieraad van donderdag was er dan toch een amendement dat het wel haalde. In Nieuwpoort wil de uitbater van een camping een stuk herbevestigd agrarisch gebied (waar de landbouw eigenlijk zou zekerheid moeten hebben) inpalmen voor een uitbreiding. De stad Nieuwpoort vraagt aan de provincie om hiervoor zelf een Ruimtelijk uitvoeringsplan te mogen opmaken. Het is lang niet de eerste keer dat Groen de enige partij is in de provincieraad die bedenkingen heeft als herbevestigd agrarisch gebied ingepalmd wordt door andere sectoren. We schrijven een amendement dat de uitbreiding van de camping beperkt tot de 2 percelen waarvan sprake in de aanvraag. De delegatie van de provincie bevatte eigenlijk geen enkele beperking naar oppervlakte toe. De meerderheid volgde ons voorstel en de wijziging werd goedgekeurd.

Op het einde van de week verschijnt een persbericht van de coöperatie De Landgenoten, een organisatie die landbouwgronden opkoopt om ter beschikking te stellen van (startende) bioboeren. Dat het moeilijk is om aan grond te geraken is immers één van de redenen waarom biolandbouw in Vlaanderen zo langzaam groeit. Met de provinciefractie hebben wij een schenking gedaan van 500 euro aan het eerste project van De Landgenoten in West-Vlaanderen. Het persbericht lees je hier na: https://groenwestvlaanderen.be/standpunten/persmededelingenDetail.php?GrArt_ID=524#.XtP6FkBuLgA

En dan kom je op zaterdag op Lokaalmarkt, waar producenten hun producten zelf rechtstreeks aan de consument verkopen, en wordt je uitgepikt om commentaar op te geven op de heropening van de markten: https://www.focus-wtv.be/nieuws/lokaalmarkten-openen-opnieuw-de-deuren

Een toekomstgericht landbouwbeleid, u kan op ons rekenen.

Onze landbouwers verdienen meer toekomst dan een jaarlijkse schadevergoeding voor droogte.

Opiniestuk samen met Vlaams parlementslid Jeremie Vaneeckhout

 

Het is ondertussen duidelijk dat droogte voor het derde jaar op rij een groot probleem zal worden, in de eerste plaats voor de landbouwsector. Wie nog niet gelooft dat klimaatverandering dé uitdaging van deze eeuw zal worden, moet het maar eens vragen aan één van onze boeren. We zijn pas mei, de zomer is nog niet begonnen, en in een deel van West-Vlaanderen is al een oppompverbod uit onbevaarbare waterlopen uitgevaardigd.

De roep naar grotere watervoorraden klinkt luid en is begrijpelijk. Er gebeuren ook terechte initiatieven, onder andere door het provinciebestuur, om daarop in te spelen. Zo ligt volgende week op de provincieraad een nieuw ‘waterputtenreglement’ voor, om samenwerking te ondersteunen tussen de provincie als waterloopbeheerder en eigenaars die investeren in private watervoorraden. In natte periodes wordt overstromingsgevaar voorkomen door water uit waterlopen af te leiden en op te slaan, in droge periodes kan het gebruikt worden om landbouwgewassen te beregenen.

Maar met zo’n initiatieven alleen zullen we er niet geraken. Water is niet overal beschikbaar, niet elke boerderij ligt naast een beek en water vervoeren is duur. Water op wielen is winst weg, wordt terecht gezegd. Water in aanhangwagens verder dan 3 tot 5 km transporteren is weinig haalbaar en betaalbaar.

Het wordt noodzakelijk om onze landbouwmethoden aan te passen aan dit nieuwe normaal, met minder regen dan we in het verleden gewoon waren. Business as usual is geen optie. Onze teelten aanpassen naar meer droogtebestendige gewassen of variëteiten, zorgen voor een bodem die meer water kan opslaan, minder verspillende manieren om te beregenen, zijn maatregelen die het probleem aan de bron aanpakken. Onze landbouw aanpassen aan het beschikbare water zal efficiënter zijn dan elke droogteperiode een zoektocht naar het extra water op te zetten. Naast het vergroten van de watervoorraden, zou het landbouwbeleid op alle niveau’s daar veel meer moeten op inzetten.

Ondertussen in de Vlaamse regering…

Door twee opeenvolgende droge jaren, werd in het voorjaar 2019 een afschakelplan voor water aangekondigd. Zo’n plan moet vastleggen welke sectoren prioriteit krijgen als er een watertekort is. Vandaag stellen de gouverneurs de eerste maatregelen in, maar is dat plan niet klaar.

Erger nog, het lijkt er niet echt op dat de Vlaamse regering de ernst van de situatie inziet. De klimaatplannen die er zijn, volstaan niet op de doelstellingen uit het akkoord van Parijs na te leven. Het ruimtelijke beleid (niet alleen Vlaams, ook van de provincie West-Vlaanderen) laat de verharde oppervlakte alleen maar in snel tempo toenemen. Per dag worden nog steeds 6 voetbalvelden in Vlaanderen extra verhard. West-Vlaanderen is de snelst verhardende provincie van Vlaanderen. Dat bleek uit het betonrapport van natuurpunt. Problemen met overstromingen bij hevige onweders en verdroging doordat het regenwater niet in de grond kan dringen, krijgen we er gratis bij.

Ja, er worden met veel mooie woorden Vlaamse subsidieprogramma’s aangekondigd voor onthardingsprojecten. En lokale en regionale overheden sensibiliseren hun inwoners om hun voortuin te ontharden. Maar spijtig genoeg laat de Vlaamse wetgeving tot dat op elk perceel alle ‘noodzakelijke’ toegangen en opritten en daarnaast tot 80 m2 zonder vergunning kunnen aangelegd worden. Het aantal voortuinen dat op deze manier verhard worden, zijn veel groter dan de bestaande verhardingen die ooit met Vlaams subsidiegeld uitgebroken worden. De nieuwe subsidie voor open ruimte die gemeenten ontvangen moet niet eens gebruikt worden om die open ruimte te versterken.

Zo blijven we natuurlijk bezig… Drie waarschuwingsjaren op rij zouden ons moeten overtuigd hebben dat er moet gehandeld worden. Hopelijk hebben we geen watercrisis zoals een coronacrisis nodig om te beseffen dat het menens is. Alvast in één Vlaams-Brabantse gemeente hebben ze ondertussen ondervonden wat het is, als er geen water meer uit de kraan komt.

 

Maarten Tavernier, provincieraadslid Groen
Jeremie Vaneeckhout, Vlaams parlementslid Groen

Ons veilige kot

Ons veilige kot

We zitten nu al enkele weken in ons kot. Zoveel mogelijk thuis blijven, thuis werken (voor wie het geluk heeft dat te kunnen doen), enkel digitaal contact,… velen zijn het beu. We zijn het dan ook absoluut niet gewoon om zo beknot te worden in onze bewegingsvrijheid. Maar we hebben eigenlijk nog geluk. Er zijn uitzonderingen, maar in het algemeen is ons kot veilig. Dat lijkt voor ons misschien normaal, maar is niet overal ter wereld vanzelfsprekend.

Als we in ons kot zitten, dan hoeven we niet direct schrik te hebben. We lopen weinig risico dat ons kot beschoten wordt, of gebombardeerd. Als we ons kot verlaten, dan moeten we ons niet de vraag stellen of het er nog zal staan als we terugkeren.

We beschikken in ons kot in de meeste gevallen over elektriciteit, water, verwarming, internet,… alle comfort is voorhanden om ons het leven aangenaam te maken. Als één van die dingen eens mankeert, gaat het meestal over een technisch defect in de eigen woning of op straat. De nutsmaatschappijen staan paraat om dringende herstellingen uit te voeren.

Er is ook voedsel in overvloed. Als de rekken in de supermarkt al eens leeg zijn, dan is het omdat de vrachtwagens of het winkelpersoneel er niet tijdig in slagen om de voorraad aan te vullen, niet omdat een product niet meer beschikbaar is. Er werden een aantal producten gehamsterd, vooral vervelend voor mensen die nog moesten werken en pas ’s avonds tijd hadden om boodschappen te doen, maar eigenlijk was en is dat niet nodig. Het vroeg wat meer tijd en geduld om te gaan winkelen, maar het ergste wat kon gebeuren, was dat je je menu moest aanpassen.

Ook op straat zijn we al bij al redelijk veilig (door het kalmere verkeer misschien zelfs wat veiliger dan anders). Je moet natuurlijk de afstandsregels respecteren om te zorgen dat je niet ziek wordt, maar je hoeft geen schrik te hebben voor verdwaalde kogels, op een mijn te stappen of… Als we gewapende mannen zien, zijn die er om onze veiligheid te bewaken.

We missen onze vrienden, maar voor hen geldt hetzelfde. Meestal zullen we na de Corona-crisis elkaar weer ‘live’ terugzien en misschien ondertussen wat meer beseffen hoe belangrijk die vriendschap is.

Voor wie ziek wordt, is er een hele gezondheidsinfrastructuur: dokters, ziekenhuizen, zorgpersoneel staan paraat en geven het beste van zichzelf om zoveel mogelijk mensen weer op de been te krijgen. Het is altijd hard om een geliefde te verliezen, en zeker in deze moeilijke omstandigheden, maar in de gezondheidszorg doet men er alles aan om dit tot een minimum te beperken.

Voor sommige mensen is de financiële impact groot, bvb. voor mensen die tijdelijk werkloos zijn of zelfstandigen die hun activiteiten zien wegvallen. Hoewel het systeem niet perfect is, kunnen veel mensen terugvallen op onze sociale zekerheid. Zonder werk vallen is meestal geen synoniem van zonder geld vallen.

Hoeveel erger moet het niet zijn als je op al die elementen niet kunt rekenen. Dat is op teveel plaatsen in de wereld spijtig genoeg niet het geval. Gebieden waar een oorlog woedt, waar hongersnoden heersen door geweld of door de gevolgen van klimaatverandering, landen waar regimes aan de macht zijn die geen sociale zekerheid, basisvoorzieningen of gezondheidszorg voor iedereen garanderen, zones waar niet de wet, maar het recht van de sterkste heerst,…

Dan is het niet zo vreemd, dat mensen hun eigen onveilige kot verlaten om elders te proberen een beter leven op te bouwen. Zou deze Corona-tijd misschien een goede gelegenheid zijn om daar eens over na te denken en zo wat meer begrip te bereiken voor mensen die deze stap zetten? Of is dit een hopeloos naïeve gedachte?

Mondelinge vraag onderzoek verkeersdoden

Meneer de gouverneur,

Samen met u zijn wij al langer bezorgd over het aantal verkeersongevallen met doden en zwaargewonden, waar West-Vlaanderen boven het Vlaamse gemiddelde zit.

Het is de reden waarom collega Herman Lodewyckx in het verleden hier in de raad pleitte voor een snelheidsregime van 70 km/u op gewestwegen, wat ondertussen door minister Weyts in de vorige legislatuur gerealiseerd werd.

Het is dan ook helemaal terecht dat u vorig jaar besliste om de ongevallen grondig onder de loep te nemen, op zoek naar concrete oorzaken van die bovengemiddelde score.
We konden in de pers al één en ander lezen over wat dit onderzoek opgeleverd heeft. En een eerste vraag die wij willen stellen, is dan ook welke initiatieven zullen genomen worden om de resultaten uit deze studie op het terrein te vertalen?

Maar spijtig genoeg is blijkbaar niet elke politicus overtuigd dat de strijd tegen verkeersdoden moet opgevoerd worden. Uw heel terechte inspanningen om onze inwoners en bezoekers bewust te maken van het probleem, worden deels onderuitgehaald door het minimaliseren ervan. Er is minstens 1 burgemeester die het nodig vindt om in de pers te verklaren dat, als er niet veel verkeer op de baan is, zoals ’s morgens vroeg, het toch niet erg is als er snelheidsovertredingen gemaakt worden. Efficiënte maatregelen om de wettelijk voorziene snelheidsregimes te laten respecteren, zoals trajectcontroles, worden gecatalogeerd als ‘jacht op automobilisten’. Ik zou het logisch vinden dat een burgemeester, onder andere verantwoordelijk voor politie en verkeersveiligheid, het belangrijk vindt dat regels die uitgevaardigd worden, ook gerespecteerd worden. Zeker als er mensenlevens kunnen van afhangen! U heeft in het verleden al duidelijk gemaakt dat u uw veiligheidstaken ernstig neemt en wel al eens een burgemeester aanmaant als die in gebreke blijft, bijvoorbeeld rond noodplanning. Mijn tweede vraag is dan ook of u op vlak van verkeersveiligheid zult duidelijk maken dat van alle burgemeesters verwacht wordt om mee ervoor te zorgen dat verkeersregels, die er zijn om ongevallen zoveel mogelijk te voorkomen, gerespecteerd worden.

De gouverneur bleef diplomatisch in zijn antwoord, maar vermeldde wel dat met de betrokken burgemeester een gesprek achter gesloten deuren geweest was. En dat snelheid inderdaad één van de cruciale elementen is die moet aangepakt worden om de verkeersveiligheid aan te pakken en toekomstige verkeersdoden te vermijden.

Mijn repliek: ‘Meneer de gouverneur, ik begrijp dat u hierover de media of de controverse niet opzoekt. Maar ik ben blij dat dit toch aangekaart is met meneer Dedecker. Want het zal maar uw kind zijn die overreden wordt door een blanke man met een zware voet, mogelijk een doelgroep voor een volgende sensibiliseringscampagne.

Bezwaarschrift dempen Oude Leie-arm Wielsbeke

Bezwaarschrift dempen Oude Leie-arm Wielsbeke, dossier OMV2019045267

Beste,

Bij deze wens ik bezwaar in te dienen voor dit dossier. Het is onaanvaardbaar dat een bestaande oude Leie-arm zou gedempt worden.
De Vlaamse overheid slaagt er niet in om de doelstellingen van 500 ha natte natuur te realiseren in het kader van het rivierherstel Leie, noodzakelijk om de infrastructuurwerken aan de rivier te compenseren.
Ook in het kader van het klimaatbeleid wordt vanuit de Vlaamse overheid de nadruk gelegd op ontharden en het vermijden van bijkomende betonnering van het landschap.
Het verwijderen van een bestaand waardevol stuk natte natuur voor verharding staat dan ook haaks op de bovenstaande doelstellingen.
Het dossier vermeldt dat de oppervlakte te realiseren wetland (3000 m2) kleiner is dan de oppervlakte van de bestaande oude Leie-arm (8800 m2). Dit kan dus nooit volstaan als voldoende compensatie voor het opvullen van een zone gelegen in overstromingsgevoelig gebied.
Er wordt in het dossier niet aangetoond dat het voorziene compensatievoorstel de biodiversiteit die verloren gaat in het huidige gebied met water en beplanting, volwaardig kan compenseren. Een deel van de gronden die in aanmerking komen voor compensatie is een voormalige stortplaats, waardoor de mogelijkheden tot natuurinrichting voor natte natuur beperkt is, tenzij er eerst een sanering uitgevoerd wordt.
Ik vraag dan ook om de vergunning voor wat betreft het luik dempen van de oude Leie-arm en rooien van bomen niet te verlenen.
Het gedeelte natuurcompensatie kan wel vergund en gerealiseerd worden in het kader van de doelstellingen van het rivierherstel. Het is immers niet aanvaardbaar dat de natuurbestemming van natuurgebied enkel gerealiseerd wordt om te dienen als compensatie voor natuur die elders verdwijnt.

(naam & adres)

Het bezwaar indienen kan digitaal via het omgevingsloket met deze rechtstreekse link naar het dossier of per brief gericht aan het College van burgemeester en schepenen, Rijksweg 314, 8710 Wielsbeke.

Afscheid van mijn jeugd

Mij ma verhuist. Na 42 jaar in de Ruitersweg naar een kleinere woning. Van die 42 jaar heb ik er 24 ook gewoond. Maar de volle 42 jaar was het mijn thuis, een plek die helemaal vertrouwd voelt. Een unieke plaats, met vooral een unieke tuin. Ik besef dat het een voorrecht was om op te groeien met zo’n grote tuin ter beschikking om te spelen.

In onze chirojaren had die tuin zelfs een bijnaam: ‘het provinciaal domein’. Dat was wel met een lichte overdrijvingscoëfficient onze leidingsploeg eigen, maar het zegt wel iets over de mogelijkheden die er waren.

Kampen in vele vormen en maten, van een oude boerenkar over een boomhut tot zelfs ondergronds. Volop mogelijkheden om in bomen klimmen en apenbruggen te installeren. Verborgen ‘schatten’ in oude gebouwen en onder de grond. Er was ruimte zat om verstoppertje, oorlogje en buske stamp te spelen. Er was toen zelfs een holle boom waar we volledig in konden kruipen. Buren, vrienden, de chiro-afdelingen waar zus en ik leiding van waren, maar ook mijn zonen en neven hebben er gespeeld. Een paar weken geleden heb ik nog samen met mijn zonen bladeren geruimd. Ze deden hetzelfde als ik destijds: eerst 1 grote stapel bijeenharken, en dan erin springen. Hoe mooi kan het jongensleven zijn.

Het zal wel voor iedereen een beetje lastig zijn om afscheid te nemen van een ouderlijke woning. Het klinkt sentimenteel (en het is het ook), maar voor mij voelt het een beetje als afscheid van mijn jeugd.

Gelukkig is het huis in goede handen. Gekocht door iemand met hetzelfde chiroverleden. Die respect heeft voor de sfeer die het huis en de tuin uitstralen. Met jonge kinderen die hopelijk evenveel plezier aan die plaats zullen beleven als ik gedaan heb.

Vandaag is het de laatste keer dat we in de Ruitersweg nieuwjaar vieren, binnen enkele dagen is de verhuis gepland. Het zal waarschijnlijk een moeilijk moment zijn. Maar als ik huil vanavond, ma, maak je geen zorgen. Dat is omdat ik hier zo’n fantastische jeugd beleefd heb. Ik kan er alleen maar dankbaar voor zijn.

Cijfers nitraat en fosfaat in West-Vlaamse waterlopen dramatisch

Tijdens de vorige legislatuur verdiepte collega Alex Colpaert zich regelmatig in de cijfers rond nitraat en fosfaat in de West-Vlaamse waterlopen op basis van de rapporten van de VMM hierover opmaakt. Verschillende keren kwam dit in een mondelinge vraag aan bod.

En het is droevig dat het nodig is dat ik zijn rol overneem en dit nogmaals ter sprake moet brengen. Want de cijfers zijn, spijtig genoeg, echt niet goed, en het slechtst in West-Vlaanderen. Het aantal overschrijdingen van de norm van 50 mg/l is over de hele provincie 62%, in het Leiebekken gaat dat zelfs tot 70%, een stijging van 23%. Doelstelling is 5%.

U ziet één van de verschillende weergaves op kaart op het scherm, wat duidelijk aangeeft hoe West-Vlaanderen zich situeert tegenover de andere provincies, en waar je kan zien dat waar de nitraatnorm de goede richting uitgaat, fosfaat dan problematisch is.

U heeft in het verleden gefocust op de positieve elementen en de verzachtende omstandigheden. En ik begrijp dat ook. U kon toen nog zeggen ‘het gaat te traag, maar de evolutie is positief’. Of er waren uitzonderlijke weersomstandigheden: te veel of te weinig water in bepaalde periodes. En inderdaad, het meetnet in Vlaanderen is zeer fijnmazig (het is ook moeilijk om een grotere waterloop te vinden die niet onder invloed staat van de industrie of waterzuiveringsinstallaties).

Vandaag moeten we vaststellen dat deze argumenten niet meer bruikbaar zijn. De trend is na een aantal jaren van stagnatie negatief, en wat we tot voor enkele jaren nog als uitzonderlijke weersomstandigheden konden beschouwen, wordt het nieuwe normaal. Mestactieplan na mestactieplan wordt vastgesteld dat de genomen maatregelen lang niet volstaan om de normen te halen.

De vraag is dan ook of we stilaan niet moeten stilstaan bij de olifant in de kamer: de grootte van de veestapel in (West-)Vlaanderen, die steeds toeneemt. Moeten we niet stilaan onder ogen zien dat de steeds groeiende grootschaligheid en industrialisering van de landbouwsector ons belet om de te hoge concentraties van nitraat en fosfaat in onze waterlopen aan te pakken?

Dit voorjaar kwam in de media, onder andere door parlementair werk van Bart Caron, dat er fraude gepleegd wordt met mesttransporten: (half)lege vrachtwagens rijden tussen boer en mestverwerker, om zo de indruk te wekken dat de mest verwerkt wordt, maar in werkelijkheid wordt die wellicht gewoon geloosd. Het zou dus wel eens kunnen zijn dat een deel van de sector de inspanningen van de landbouwers die wél de nodige maatregelen nemen teniet doen.

Zolang er problemen zijn om de normen te halen, zal Vlaanderen bijkomende maatregelen moeten nemen, waar onze landbouwers de gevolgen van ondervinden. Zou het daarom niet beter zijn, in de eerste plaats voor onze landbouwers zelf, dat er maatregelen komen die de grootte van de veestapel laten dalen of op zijn minst de verdere groei laten stoppen?

 

Over lange armen en provinciale subsidies

Het is al een tijdje dat ik mij buig over de subsidies die de provincie her en der geeft aan allerlei organisaties. De focus is voor mij dat een subsidie gelijkaardig moet zijn voor gelijkaardige organisaties of werkingen of moet gebaseerd zijn op objectieve criteria. Zo kreeg ik in de vorige legislatuur voor elkaar dat niet alleen Tuinhier, maar ook Velt een jaarlijkse subsidie van 10.000 euro kreeg.

Bij de lopende budgetbesprekingen kon een tussenkomst hierover dan ook niet ontbreken. Aanleiding hiervoor was een verhoging van de (bescheiden) subsidies aan wat onder de noemer vaderlandslievende verenigingen kan samengevat worden. Door de afslanking van de bevoegdheden is het aantal organisaties die ondersteund worden al sterk verminderd, maar deze subsidies zijn dankzij de verhuis van de bevoegdheid cultuur naar communicatie overeind gebleven. Er werden in de vorige legislatuur aan 3 verenigingen bedragen uitbetaald tussen de 375 en 750 euro.
“Ik zal mijn tussenkomst beginnen met een citaat uit de eerste schriftelijke vraag die ik ooit over dit onderwerp stelde. 1 zin uit het antwoord luidde: ‘Verenigingen die een extra activiteit plannen bovenop hun ‘normale’ werking blijken vertrouwd genoeg met de werking van de provincie, en geven de deputatie en/of administratie soms een seintje om een extra dotatie aan te vragen.’ Vrij vertaald betekent dat: ‘wie de langste arm heeft, krijgt het meeste geld’. Met de interventies die ik in de vorige legislatuur deed, heb ik zo te zien al iets kunnen bereiken. Nu is het zo dat, als er 1 vereniging iets bijvraagt, er tenminste gekeken wordt naar de verschillende gelijkaardige subsidies. Dus als er eentje een lange arm heeft, profiteert de rest nu mee. Dat is al iets. In de schriftelijke uitleg op mijn infovraag lees ik ‘De aanleiding was een vraag vanuit 1 oudstrijdersvereniging in Kortrijk, waarop de deputatie beslist heeft om een verhoging toe te kennen aan de 3 verenigingen, zodat ze op zelfde niveau kwamen’. Ik wil dan ook vragen wat u precies verstaat onder ‘zelfde niveau’? Want de bedragen variëren niet langer tussen 375 en 750 euro, maar nu tussen 500 en 1000 euro, met dus verhogingen tussen de 125 en 250 euro. Uit de cijfers blijkt dus niet dat de verenigingen op hetzelfde niveau komen, eerder dat de verschillen nog groter worden.”

De gedeputeerde antwoordde dat het eerder ging over een evenredige verhoging, dat het over kleine bedragen ging voor verenigingen die waardevol werk verrichten en dat het hiervoor toch niet wenselijk is om een reglement uit te schrijven.
Daarmee was hij nog niet van mij af. ‘Meneer de gedeputeerde, ik pleit hier niet om een reglement op te maken, en ik heb ook alle respect voor het werk van die verenigingen. Maar het enige wat er aan de provincie moet aangetoond worden om de subsidie te krijgen, is dat het geld opgebruikt is. Dat is natuurlijk niet moeilijk om te bewijzen. En dus komt het er in de praktijk op neer dat wie de grootste receptie geeft, het meeste geld krijg. Ik vind dat toch niet logisch.’
En dan volgen de verrassende woorden: ‘ja, u heeft gelijk.’ Het is al iets, maar de bedragen aanpassen, dat zal toch niet gebeuren. Misschien voor een volgende begroting…