Op bezoek bij het slachthuis van Tielt

Het is al veel te lang geleden dat ik nog eens geblogd heb. Maar een bezoek aan het slachthuis van Tielt, dat in het voorjaar volop in de media kwam na beelden over verregaande dierenmishandeling , is een goede aanleiding om hier nog eens werk van te maken.

Je herinnert je wellicht de beelden: varkens die aan hun oren voortgetrokken werden, al mankend voortgeslagen worden, of onvoldoende verdoofd werden en krijsend gekeeld. Niet voor gevoelige kijkers…

Na enkele weken verplichte sluiting, ging na het goedkeuren van een actieplan het slachthuis weer open. Een deel van de klanten, zoals de grote warenhuizen, zetten de samenwerking met het Tieltse slachthuis stop. Terecht, en een goede zaak, want het toont dat dierenwelzijn niet alleen uit respect voor het dier moet gebeuren, maar ook een economische noodzaak is. De vraag is natuurlijk of de andere slachthuizen waar het vlees uit in de frigo’s van de warenhuizen nu vandaan komt het beter doen. De recente beelden uit het slachthuis van Izegem, deze keer bij runderen, doen vermoeden dat Tielt geen alleenstaand geval is, spijtig genoeg.

Het slachthuis doet er nu alles aan om zijn imago weer op te krikken. Daar hoorde ook een ‘opendeurmaand’ bij. In kleine groepen van 10 personen kregen geïnteresseerden de kans om (een deel van) het slachthuis te bezoeken. Ik was er snel genoeg bij om nog een plaatsje te bemachtigen. Een wereld die ik helemaal niet ken en vrij confronterend is. Het bezoek zelf bestond uit 2/3 theorie en 1/3 rondleiding in het slachtproces. Uiteraard werd alles in het werk gesteld om een goede indruk te maken en alles wat helpt bij het welzijn van het dier, uitgebreid toe te lichten. Van een buurtbewoner vernam ik dat het deze maand opvallend rustig was in het slachthuis, wat doet vermoeden dat de capaciteit bewust beperkt gehouden werd.

Maar inderdaad, de dieren waren eigenlijk opvallend rustig en lieten zich gemakkelijk naar de ‘slachtbank’ leiden. Geen mankementen te bespeuren bij de verdoving en uiteraard uitgebreide controle tijdens het bezoek. Het zou ook verwonderen dat er op zo’n moment een risico gelopen wordt dat er iets misloopt. Dus de vraag of deze situatie representatief is voor een normale bedrijfsvoering, blijft voor mij toch wel een stuk open. Het slachthuis gaat er prat op dat er sinds 2014 heel sterk ingezet wordt op dierenwelzijn. ‘Hoe was het dan voor 2014, als er nu nog zo’n beelden opduiken?’, is de vraag die bij mij dan spontaan opkomt. Een opvallende uitspraak vond ik zelf het gegeven dat men de vloer en wanden van de compartimenten waar de dieren uitrusten voordat ze verder gedreven worden naar de verdoving, zo egaal mogelijk gehouden wordt van kleur: dat werd ‘gelijkend op hun natuurlijke habitat’ genoemd. Met die term bedoelt men dan dat het lijkt op het varkenshok waar die dieren van geboorte tot dood hun leven doorbrengen. Dat vergelijken met natuur lijkt mij even absurd als reclame maken voor een benefietontbijt voor dierenwelzijn via een affiche met worst, spek en eieren… En het illustreert dat het niet zonder reden is dat Groen altijd de nadruk legt op het benaderen van dierenwelzijn over het hele leven van het dier, en niet alleen te kijken naar de laatste uren of minuten.

Achteraf stelde ik aan de woordvoerder van het bedrijf de voor mij cruciale vraag in dit dossier: ‘Als je dag in dag zoveel varkens ziet passeren (momenteel 1,5 miljoen varkens/jaar) is het wel mogelijk om die dieren te zien als een levend wezen en niet als een product?’. Er werd natuurlijk geantwoord dat dit iets is waar men dagdagelijks aan werkt, maar voor Groen is dit de reden waarom wij tegenstander zijn van de geplande uitbreiding van het slachthuis. Het is onbegrijpelijk dat de provincie gewoon overgaat tot de orde van de dag alsof er niets gebeurd is.

Lees hier ons persbericht daarover: http://www.groenwestvlaanderen.be/standpunten/persmededelingenDetail.php?GrArt_ID=484#.WcrJsrpuKGg

Advertenties

Waarom ik een paarse zak wil

Mensen die niet direct thuis zijn in de milieubranche, zullen misschien zich heel andere beelden voor het oog halen, maar lees eerst de tekst hieronder voor ik het risico loop dat je mij in het kruis komt trappen.

Vorige week kwam in de media dat minister Schauvliege de inzameling van plastics wil veralgemenen. Dat is een goede zaak, omdat plastic inderdaad een hoogwaardig en perfect recycleerbaar materiaal is. De huidige klassieke PMD-inzameling beperkt zich met de inzameling van plastic flessen tot de grote en gemakkelijk recycleerbare stromen, goed genoeg om de minimale recyclageresultaten te kunnen behalen.

Er worden momenteel (met te lang studiewerk, naar mijn idee) in proefprojecten een aantal systemen uitgetest. Er zijn varianten op de ‘roze’ zak (wat staat voor een afzonderlijke inzameling van plastics in een aparte zak) en de ‘paarse’ zak (wat staat voor een PMD+-zak of dus een PMD-inzameling waar ook bijkomende plastics in dezelfde zak mogen gedeponeerd worden).

Maar de keuze is volgens mij niet moeilijk. Het grootste probleem met de huidige PMD-inzameling is nu de moeilijke sorteerboodschap. Daardoor blijven na een ophaalronde heel wat zakken staan, die dan achteraf dikwijls (wegens ‘van niemand’) door de stad of gemeente moeten opgehaald worden en zo bij het restafval terecht komen. Ook binnen de wel ingezamelde zakken komen nog veel fouten voor: afvalintercommunales moeten regelmatig campagnes doen om het percentage aan zogenaamd ‘residu’ (wat niet uitgesorteerd kan worden) onder de 15% te houden. Dat probleem dreigen we te vergroten als er nog een nieuwe zak komt, met dus bijkomende sorteerregels en bijkomend risico op zakken die verkeerd gesorteerd in de straat blijven staan. Bovendien betekent een bijkomende zak ook een bijkomende ophaalronde, met huisvuilwagens die alle straten in een gemeente moeten aandoen en zo extra verkeer en extra vervuiling betekenen.

Het scenario met de paarse zak vangt die nadelen op: doordat de ‘P’ in PMD nu staat voor alle Plastics, en niet meer enkel voor Plastic flessen en flacons, worden de sorteerregels veel eenvoudiger en de kans op verkeerd sorteren veel kleiner.

Het is ook gemakkelijk combineerbaar met de noodzakelijke invoering van statiegeld op drankverpakkingen. Deze week was nog in het nieuws dat de hoeveelheid zwerfvuil in 2 jaar tijd nog met 40% gestegen terwijl er een daling zou moeten gerealiseerd worden van 20% tegen 2022. We kunnen het zwerfvuilprobleem enkel structureel indijken door het invoeren van statiegeld op drankverpakkingen en niet door de lapmaatregeltjes van ocharme 10 miljoen euro waar minister Schauvliege nu op rekent. Dat de PMD-inzameling dan niet meer zou haalbaar zijn is een van de tegenargumenten waar de industrie mee schermt. Maar als je tegelijkertijd een deel uit de PMD haalt (de drankverpakkingen) en een ander deel toevoegt (de yoghurtpotjes, botervlootjes, noem maar op…) dan hoeft het volume van de PMD-zak niet zoveel te krimpen (maar de restafvalzak des te meer).

De huidige verwerker slaagt er trouwens in om die verschillende soorten plastic machinaal van elkaar te scheiden, zodat dit ook geen belemmering is. De techniek staat ook op dat vlak niet stil.

Kortom, de paarse zak is duidelijk hét inzamelscenario van de toekomst. Waarop wachten we nog?

Ontwerp-bewaarschrift RUP uitbreiding slachthuis Tielt

Tielt, april 2017

 

Aan de Procoro
Provinciehuis Boeverbos
Koning Leopold III-laan 42
8200 Sint-Andries

 

Betreft: bezwaarschrift PRUP slachthuis Tielt

 

Beste,

 

Ik wens bezwaar in te dienen tegen het ontwerp PRUP voor het slachthuis van Tielt.

Deze uitbreiding is deels voorzien in herbevestigd agrarisch gebied. In deze zone zou de landbouwsector de rechtszekerheid moeten hebben dat dit in de toekomst bestemd blijft voor landbouwactiviteiten. Het is niet aanvaardbaar dat een dergelijke zone ingepalmd wordt voor een industriële activiteit.

Het bedrijf zorgt nu al voor een zware belasting van de omgeving door de grootschaligheid van de activiteit (o.a. geurhinder, geluidshinder, lichtverontreiniging, risico door opslag van grote hoeveelheden gevaarlijke producten, transport,…). Het is niet wenselijk dat hier verdere uitbreidingen worden toegestaan. Een belangrijk element van de overlast voor de omwonenden, het zwaar verkeer via woonstraten, kan aangepakt worden op basis van het planologisch attest. Hierdoor kon de nieuwe toegangsweg naar de Wingensesteenweg vergund en gerealiseerd worden.

De recente vaststellingen van zware dierenmishandeling is een bijkomend argument om de geplande uitbreiding niet toe te laten. De grootschaligheid van een dergelijke activiteit zorgt voor een risico op het behandelen van dieren als een product in plaats van een levend wezen. De gevolgen daarvan konden we vaststellen in de reportage van Animal Rights. Het bijkomend uitbreiden van het bedrijf vergroot dit risico alleen maar. Het inpalmen van agrarisch gebied zou bijzonder cynisch zijn voor een bedrijf dat de varkenssector zo’n schade heeft aangedaan door geen rekening te houden met het dierenwelzijn.

 

Hoogachtend,

(naam, adres, handtekening)

 

Kan ook eenvoudig digitaal verstuurd worden via procoro@west-vlaanderen.be

Houd met ruimtelijke argumenten de uitbreiding van het Tieltse slachthuis tegen

Opiniestuk verschenen op kw.be

Sinds de undercoverreportage van Animal Rights waarop gruwelijke beelden van dierenmishandeling te zien waren, staat het Exportslachthuis Tielt nv in het middelpunt van de belangstelling. De verontwaardiging is –terecht- groot en de reacties massaal. 150.000 mensen tekenden al de petitie van de dierenrechtenorganisatie om het slachthuis te sluiten.

Het toeval wil dat er momenteel een Provinciaal Ruimtelijk Uitvoeringsplan (of kortweg RUP) in openbaar onderzoek is om het slachthuis uit te breiden. Het bedrijf heeft de intentie om de capaciteit uit te breiden van 1,5 naar 2,5 miljoen varkens per jaar, een gigantische hoeveelheid. De provincie heeft nog de kans om deze uitbreiding tegen te houden: het plan moet na het openbaar onderzoek definitief vastgesteld worden.

Hoeveel mensen er ook de petitie van de dierenrechtenorganisaties zullen ondertekenen, dat zal weinig impact hebben. Bezwaren die niets met ruimtelijke ordening te maken hebben, betekenen weinig in zo’n openbaar onderzoek.

Laat mij daarom toe een suggestie te doen voor een argument dat wél ruimtelijk is. En dat was meteen de reden waarom Groen, als enige partij, in de provincieraad dit RUP niet goedkeurde. De uitbreiding van het slachthuis gebeurt deels in ‘herbevestigd agrarisch gebied’. Dat is een vakterm voor landbouwzone die door de Vlaamse overheid de voorbije jaren werd bestempeld als blijvend voor de landbouw bedoeld. De landbouwsector zou er dus rechtszekerheid moeten hebben dat dit niet wordt ingepalmd voor andere bestemmingen. Dat is echter buiten de provincie West-Vlaanderen gerekend, die – niet voor het eerst – bedrijven in zo’n gebied toch wil laten uitbreiden.

Tot voor kort kon je misschien nog argumenteren dat een slachthuis een bijdrage levert aan de landbouw door de gekweekte dieren op te kopen. Ik denk echter niet dat de reeds veelgeplaagde varkensboeren vandaag nog vinden dat het bedrijf een positieve bijdrage levert aan hun sector. Groen is geen grote fan van grootschalige industriële veeteelt, maar je zal als landbouwer maar met de beste bedoelingen je dieren grootbrengen, om ze daar dan zo te zien aan hun einde komen…

Het RUP bevat ook een nieuwe ontsluitingsweg voor het bedrijf, dat de mensen van de Hondstraat moet ontlasten van het zware transport. Maar op basis van het afgeleverde planologisch attest is die weg reeds vergund en uitgevoerd. Gelukkig hoeft de buurt daarom op dat vlak niet mee slachtoffer te zijn als het geplande RUP wordt afgeblazen.

Mochten alle West-Vlamingen die een petitie van een dierenrechtenorganisatie tekenden, en mochten alle boeren die nu mee slachtoffer zijn van de wanpraktijken in het slachthuis, mee bezwaar indienen tegen dit slachthuis met dit ruimtelijk argument, vormt dit een krachtig signaal voor het provinciebestuur om de geplande uitbreiding te blokkeren. Er is nog tijd tot 7 april via (onder andere) procoro@west-vlaanderen.be. Doen!

Het verhaal van de provinciale subsidie voor Velt

Op 5 maart was ik te gast op de provinciale algemene vergadering van Velt, omdat mijn politiek werk ervoor gezorgd heeft dat zij een subsidie van 10.000 euro kregen. Ik bracht er de volgende toelichting:

Het komt niet vaak voor dat je als oppositielid in de provincieraad een tastbaar resultaat ziet van je politiek werk. Het gebeurt nog minder dat je daarna uitgenodigd wordt om eens te komen uitleggen hoe dit resultaat bereikt werd. Om het eens uitgebreid over zoiets te hebben, moet ik normaal bloggen (wat ik ook wel zal doen), maar het is veel aangenamer om dit ‘live’ te kunnen doen. Ik ben dus zeer blij met de uitnodiging van vandaag, waarbij ik gevraagd werd om te schetsen hoe de provinciale subsidie voor Velt tot stand gekomen is. Ik heb de historiek opgelijst in 7 stappen.

STAP 1: budgetwijziging 2015

In de 4e budgetwijziging van eind 2015 duikt voor het eerst een bedrag van 10.500 euro nominatieve subsidie op voor Tuinhier (de vroegere Volkstuinen) in de lijst van dergelijke subsidies die in een budget staan. Dat was de aanleiding om vragen te stellen bij het hoe en waarom van deze subsidie, net zoals ik dat al voor andere types subsidie deed (bvb. voor de oudstrijdersverenigingen, die verhuisden van cultuur naar algemeen beleid).

STAP 2: schriftelijke vraag (januari 2016)

Ik vraag naar

–          De reden van deze subsidie in de budgetwijziging

–          De inhoudelijke doelstelling

–          Criteria voor het toekenning van zo’n subsidie

–          Basis voor hoogte van het bedrag

Ik moet lang wachten op antwoord, meer dan 2 maanden (normale antwoordtermijn 1 maand), een goede reden om wantrouwig te worden.

Ik krijg vrij nietszeggende antwoorden

–          Tuinhier krijgt al lang subsidie, vroeger via ander kanaal, nu uit landbouwbudget en onduidelijkheid over waar dit thuishoorde

–          Het is een algemene werkingssubsidie, kaderend in het thema stadslandbouw

–          De hoogte van het bedrag is al lang gelijkaardig

STAP 3: mondelinge vraag (maart 2016)

Ik vraag in het maandelijkse vragenuurtje voor de zitting van de provincieraad aan de bevoegde deputé: als er een andere vereniging die rond hetzelfde thema actief is bij de provincie komt aankloppen, zullen zij ook subsidie krijgen en zo ja, hoe zal het bedrag bepaald worden?

Antwoord: Velt (ze weten uiteraard ook over welke vereniging het kan gaan) krijgt ook al een subsidie van de provincie, maar via een samenwerkingsovereenkomst, misschien is dit te bekijken.

Ik reageer al: de subsidie voor Velt is mij niet bekend, des te beter als dat zo is, maar eigenaardig dat dit niet op dezelfde manier verloopt

STAP 4: nieuwe schriftelijke vraag (mei 2016)

De ervaring leert mij dat het goed is om de antwoorden die je mondeling krijgt te dubbelchecken. Ik vraag dus naar de subsidie die Velt zou krijgen:

–          Via welk subsidiemechanisme verloopt dat en over welk bedrag gaat het?

–          Hoe werd dat bedrag bepaald?

–          Wat is de verklaring voor het verschil tussen Velt en Tuinhier

In het antwoord moet worden toegegeven dat wat geantwoord werd in de vorige stap niet klopt: Velt krijgt geen werkingssubsidie, maar was in het verleden een bevoorrechte partner bij campagnes rond ecologische siertuin, pesticidenreductie, en ecomoestuinteams waarvoor er een samenwerkingsovereenkomst was, die een vergoeding betekende van 8000 euro.

Maar: een vergoeding voor tegenprestatie is geen werkingssubsidie (waarvoor enkel moet aangetoond worden dat het geld gebruikt werd, wat uiteraard niet zo moeilijk is)!

Gelukkig voor Velt ben ik niet te goedgelovig.

STAP 5: interpellatie over beleid nominatieve subsidies (juni 2016)

Ik wil een pleidooi houden voor objectieve criteria in dergelijke subsidies, zodat organisaties die met gelijkaardige zaken bezig zijn, ook gelijkaardig zouden behandeld worden.

Met een politiek foefje wordt de interpellatie onontvankelijk verklaard (zogezegd omdat je als raadslid een eigen voorstel van subsidiereglement kan voorstellen), wellicht in de hoop dat deze discussie dan niet moet gevoerd worden.

STAP 6: eigen voorstel voor subsidiereglement voor specifieke medische hulpverlening (september 2016)

Als ze denken dat ze mij daarmee tegenhouden, dan kennen ze mij nog niet goed. De volgende provincieraad dien ik een eigen voorstel in, niet over het thema stadslandbouw, maar wel over de specifieke medische hulpverlening (waar er ook een heel onlogische situatie is waarbij de MUG-helicopter 110.000 euro krijgt en de Vrijwillige Blankenbergse zeereddingsdienst nog geen 2500 euro). Nu moet men wel de discussie voeren, maar zoals verwacht wordt het voorstel weggestemd.

STAP 7: provincie voorziet 10.000 euro voor Velt in budget 2017

Ik hou mij verder in en lanceer geen nieuwe voorstellen om de discussie niet op de spits te drijven. Ik checkte uiteraard direct toen we de budgetvoorstellen kregen of er iets gewijzigd was hierover en merkte dat er een subsidie van 10.000 euro voorzien werd voor Velt. Dat is zelfs meer dan ik verwacht had. Een mogelijk criterium zou bvb. de verhouding van ledenaantal kunnen zijn, maar des te beter voor Velt is dit dus bijna hetzelfde bedrag als Tuinhier geworden.

Als provincieraadslid voor Groen ligt het werk van Velt mij natuurlijk nauwer aan het hart dan die van Tuinhier (ik ben ook lid). Maar het belangrijkste punt voor mij is niet: Velt moet subsidie krijgen, wel  verenigingen met een gelijkaardige werking moeten op een gelijkwaardige manier behandeld worden.

Ik heb niet het gevoel dat ik meer gedaan heb dan mijn taak als oppositieraadslid (wat door de directeur van Velt weliswaar tegengesproken wordt), maar ik bedank Velt om de gelegenheid om mijn verhaal te doen.

De zitpenningen van de provincieraad

De afgelopen weken stonden de vergoedingen die politici krijgen erg  in de aandacht. Een blogstukje hierover kan dan ook niet ontbreken, zeker omdat ik al langer dan vandaag in de provincieraad op dit thema werk en een matiging bepleit.

Eerst mijn eigen cijfers: in 2015 kreeg ik van de provincie en de POM 9649 euro bruto aan presentievergoedingen, goed voor 48 betaalde vergaderingen. Er zijn een 4-tal vaste vergaderingen per maand: 1 namiddag provincieraad, en telkens in de vooravond 2 commissievergaderingen en een raad van bestuur van de POM (provinciaal ontwikkelingsmaatschappij, een autonoom provinciebedrijf). In de fractie hebben we elk 1 bijkomend mandaat in zo’n orgaan, behalve Gerda die fractieleidster is en dus naar het bureau gaat (zie verder). Doe daar nog wat extra vergaderingen bij (regiocommissie, verenigde commissie, extra zittingen bij de budgetbesprekingen) en die zijn goed om het gemiddelde op 4 per maand te brengen, want in juli en augustus staan de activiteiten op een laag pitje.

Daarvan werd 3193,73 ingehouden als bedrijfsvoorheffing (ik ga er even gemakshalve van uit dat dit de belasting is die ik effectief betaal), en gaat 1930 als afdracht naar de partij (20% van het brutobedrag, met uitzondering van PvdA de hoogste afdracht van alle partijen). Schiet over: 4525 euro netto. Daarnaast is er een voordeel in natura (we krijgen een laptop en printer), een vergoeding voor internet/communicatie van 50 euro per maand en worden we onze verplaatsingskosten terugbetaald.

Ik vind dat best veel. Ik heb voor ik provincieraadslid werd (mijn eerste ‘officieel’ mandaat) 10 jaar als vrijwilliger bovenlokaal aan politiek gedaan, in verschillende functies bij Groen. Daar zaten best intensieve periodes in, even intensief als provincieraadslid. Als bvb. regionaal of provinciaal voorzitter had ik daar zeker een extra halftijdse job mee. Het maximumbedrag dat ik ooit ontving van de partij (naast ook verplaatsingskosten) was 50 euro per maand.

En dan zijn wij als kleine oppositiepartij nog lang niet de bestverdienende mandatarissen. De meeste (en zeker de lucratiefste) mandaten worden verdeeld onder de meerderheid, wij komen er maar aan te pas als er onder de oppositiepartijen afspraken gemaakt worden wie in welk orgaan zetelt of als elke partij moet vertegenwoordigd zijn. Ja, ook in de energiesector zijn er vertegenwoordigers. Het is weliswaar al beslist dat West-Vlaanderen uit Eandis gaat stappen, maar pas in 2019 (als ze echt verplicht zijn). En in bvb. afvalintercommunales heeft de provincie eigenlijk inhoudelijk niets te zoeken, maar ze zijn historisch aandeelhouder en blijven dus ook zitten (goed om bvb. iemand een zitje te geven die in eigen gemeente in de oppositie zit).

Met bepaalde vergoedingen hebben wij een probleem. Met name de dubbele zitpenning en forfaitaire vergoedingen voor commissievoorzitters willen wij eruit.

Een dubbele zitpenning is bvb. voorzien voor leden van het ‘bureau’: dit orgaan regelt de praktische zaken voor de vergaderingen van het provincieraad. Er is een maandelijkse vergadering die 1 à anderhalf uur duurt, gevolgd door een maaltijd. De leden krijgen een dubbele zitpenning, terwijl er geen grotere werklast of tijdsbesteding is vergeleken met andere vergaderingen. Onder andere de fractieleiders maken hier –logischerwijs- deel van uit, maar zij krijgen voor hun extra verantwoordelijkheid al een bijkomende vergoeding.

Daarnaast krijgen voorzitters van een thematische commissie zo’n 1600 euro bruto forfaitaire onkostenvergoeding per jaar. Bij een regiocommissie of een vervangend voorzitter gaat het over een dubbele zitpenning. Het inhoudelijk werk in de commissies wordt nochtans gedaan door ambtenaren of door de deputé. De rol van de voorzitter betekent vooral tot het woord verlenen aan degene die de toelichting doet of de mensen die vragen stellen. Groen vindt zo’n vergoeding dan ook overbodig.

Ook dat we betaald worden voor de jaarlijkse ‘rede’ van de gouverneur is voor ons een doorn in het oog. Dat betekent: een anderhalf uur luisteren naar een thematische toespraak, walking dinner achteraf en daarvoor betaald worden. Met als reden dat dit deel uitmaakt van de zitting van de provincieraad (onze voorgangers wisten ons echter te vertellen dat de echte reden van de zitpenning was dat er anders niet veel volk kwam opdagen voor de gouverneur). Na veel palaveren en voor de verandering eens wat steun van sommige andere partijen hadden we bekomen dat de rede op dezelfde dag als de provincieraad was en dus maar als 1 zitting telde. Dat vormde een besparing van zo’n 12.500 euro, toch geen onaanzienlijk bedrag. Maar na 2 jaar werd deze maatregel weer afgevoerd. Met Groen en ook NVA schenken we in zo’n geval dan ook onze zitpenning weg aan een goed doel dat te maken heeft met het thema van de rede.

Ik heb er geen probleem mee dat politici een vergoeding krijgen voor het werk dat ze doen. En in belangrijke functies mag dat ook een ordentelijke vergoeding zijn. Maar het moet altijd in verhouding zijn tot de geleverde inspanning. In bovenstaande voorbeelden vinden wij dat dit niet het geval is. En ik ben ervan overtuigd dat ik nog lang niet alle voorbeelden ken.

Spijtig genoeg krijgt zoiets weinig persaandacht. Toen we verschillende keren hierover voorstellen deden in de provincieraad om het huishoudelijk reglement aan te passen, was de pers niet geïnteresseerd. Teveel politique politicienne waarschijnlijk. Maar toen we na het uitbreken van de recente schandalen over vergoedingen voor politici een oud persbericht hierover nog eens recycleerden, werd dit wel opgepikt. Jammer dat hiervoor eerst een schandaal nodig was.

Het ligt ook erg gevoelig bij de andere partijen. Er werden al hevige discussies gevoerd in het bureau toen we voorstellen hierover deden. Nu dit ook in de pers gekomen is, zal dit opnieuw het geval zijn. Volgens sommige partijen schenden we ‘de waardigheid van het ambt’. Wij vinden het heel vreemd dat een persinitiatief van een partij zou moeten beoordeeld worden in het bureau, is er dan geen vrijheid van meningsuiting? In plaats van zich te beraden over de hoogte van de vergoedingen, schiet men op de boodschapper. Dat doet me aan een bepaalde Amerikaanse politicus denken, jullie ook?

En dan heb ik het in het bovenstaande (al te lange) stukje nog niet over het feit dat als een commissievergadering langer dan een uur aansleept, er al velen al vroeger vertrekken, wellicht zich reppen naar een volgende (misschien betaalde?) vergadering.

Kortom, er is nog veel werk aan de winkel. U kunt rekenen op ondergetekende om dit te blijven aankaarten.

Fact check: 4 ‘Trump’-uitspraken in 1 persbericht

Fact checks zijn tegenwoordig in de mode, met dank aan de Amerikaanse presidentsverkiezingen. Spijtig genoeg is het soms nodig om politieke uitspraken aan een fact check te onderwerpen. In Vlaanderen bakken we het gelukkig nog bijlange niet zo bruin als in Amerika. Maar bij het persbericht van minister Homans over de afslanking van de provincies kon ik het toch niet laten om in mijn pen te kruipen om even de puntjes op de i te zetten. In politiek speelt altijd perceptie mee, maar hier neemt de NVA toch wel erg een loopje met de waarheid.

Het volledige persbericht vind je via deze link: www.liesbethhomans.be/nieuws/vlaams-parlement-keurt-afslanking-provincies-goed

  1. “De persoonsgebonden en culturele aangelegenheden (zoals Welzijn, Jeugd, Cultuur en Sport) zullen samen met de middelen,  het personeel en de infrastructuur dan ook overgeheveld worden van de provincies naar de lokale besturen en/of de Vlaamse overheid.”

De minister neemt hier haar intenties voor de werkelijkheid. Maar tussen theorie en praktijk is een groot verschil. Er worden inderdaad bevoegdheden overgeheveld natuurlijk, maar er zitten ook heel wat onlogische zaken in. De provincie mag geen sportbeleid meer voeren, maar het provinciaal zwembad in Brugge en de duiktank van Transfo in Zwevegem blijven wel provinciaal. De provincie mag geen cultuurbeleid meer voeren, maar cultuurcentrum De Warande in Turnhout blijft wel provinciaal. De Vlaamse regering had duidelijk de goesting van de lokale besturen overschat om provinciale infrastructuur over te nemen (en waarom zouden ze ook?). Vlaanderen heeft vervolgens nagelaten om de daad bij het woord te voegen en dan maar zelf die instellingen uit te baten. Het zou geld kosten, nietwaar? De zin starten met ‘Sommige’ in plaats van ‘De’ zou dichter bij de waarheid geweest zijn.

  1. “Het was voor mij van absoluut belang dat de afslanking van de operatie  niet tot een belastingverhoging zou leiden”, benadrukt de Vlaamse politica. “Niemand zal dus een euro meer aan belastingen betalen.”

Deze vind ik persoonlijk de strafste. De Vlaamse regering had de bedoeling om de provincie geen opcentiemen op de onroerende voorheffing meer te laten innen, maar een dotatie te geven. Ze moest daar van af stappen omdat dit geen bevoegdheid is van Vlaanderen. Plan B was om die vorm van belastingen in hoogte te beperken, maar ook dat kon volgens de Raad van State maar tijdelijk. Vanaf 2022 kunnen provincies opnieuw belastingen verhogen zoals ze zelf willen. De hervorming gaat in vanaf aanslagjaar 2018, dus het gaat over een periode van 5 jaar. Ergens in deze zin zou dus ‘tot 2022’ moeten staan. En dan nog, want provincies die een forfaitaire belasting op gezinnen en/of bedrijven heffen (allemaal behalve Vlaams-brabant) kunnen die wel verhogen als ze vinden dat ze centen tekort hebben. Maar minister Homans troost zich wellicht met de gedachte dat dit dan in de volgende legislatuur is en politiek gezien dus een eeuwigheid. En dan nog, want provincies die een forfaitaire belasting op gezinnen en/of bedrijven heffen (allemaal behalve Vlaams-brabant) kunnen die wel verhogen als ze vinden dat ze centen tekort hebben.

  1. “De afslanking van de provincies is een gedragen akkoord omdat wij hebben gekozen voor de piste van onderhandelingen en overleg.”

Dit is zelfs bijna grappig. Inderdaad, er zijn onderhandelingen en overleg geweest. Maar onderhandelen met het mes op de keel is niet echt een comfortabele positie. Erger voorkomen was wellicht de belangrijkste reden waarom de provincies zich inschikkelijk in de onderhandelingen opgesteld hebben. De ergernissen van de provincies omwille van tegenstrijdigheden tussen minister Homans en de vakministers, de vele lijsten met informatie die in een steeds andere vorm moest aangeleverd worden en dan toch niet gebruikt werd, de onhaalbare timing met die aanpak (die uiteindelijk leidde tot een jaar uitstel en heel wat verloren voorbereidingswerk en herinvoeren van reeds afgeschafte zaken bij de provincies), van overleg over provinciale instellingen zonder dat de provincies hierin zelf betrokken zijn,… zijn talrijk. Het resultaat dan een gedragen akkoord noemen, is wel erg kort door de bocht. Het is een publiek geheim dat meerderheidspartij CD&V, waarvoor de provincies nog een machtsbastion vormen, niet erg happy is met dit verhaal. En dan heb ik het nog niet over de Vlaamse oppositiepartijen.

  1. “Ik ben er bovendien van overtuigd dat de afslanking zal leiden tot een betere en efficiëntere dienstverlening naar de burger toe.”

Toegegeven, dit 4e voorbeeld kan je misschien niet echt onder ‘feiten’ catalogeren, gezien het hier eerder over een mening dan over een objectief gegeven gaat. Maar toch, er zijn voldoende redenen om aan te nemen dat deze uitspraak niet terecht zal blijken te zijn. Reeds van in het begin wees Groen op het risico dat tal van initiatieven die de provincie nu steunt tussen wal en schip dreigen te vallen: te klein voor Vlaanderen, te groot voor 1 gemeente. Het hele proces heeft tot nu toe geen enkele reden gegeven om ons op dat vlak gerust te stellen. Zelfs voor erg succesvolle culturele initiatieven als het West-Vlaamse ‘Buren bij kunstenaars’ – voor tal van (amateur)kunstenaars en kunstliefhebbers hét hoogtepunt van het jaar – is de toekomst nog erg onzeker. De NVA zal het misschien niet erg vinden dat een reeks sociale of culturele initiatieven deze afslanking niet overleven. Maar dan kan je moeilijk van een ‘betere’ dienstverlening spreken.

Met Donald Trump wil ik minister Homans nog niet vergelijken, maar een fact check overleeft ze toch niet.