Open brief aan president Obama

Geachte meneer Obama,

U maakt woensdag naar alle verwachting kennis met het vliegveld in Wevelgem. Van harte welkom in onze regio, we hopen dat u een zachte landing heeft met uw helikopter. De uitbaters van de ‘international airport Kortrijk-Wevelgem’ zoals ze die zelf graag noemen, zullen wellicht heel tevreden zijn. We verwachten zeker een persbericht waarin ze naar aanleiding van uw bezoek het belang van deze luchthaven in de verf zullen zetten. Ze doen dat al als de ploeg van Zulte-Waregem eens het vliegtuig neemt, ze gingen haast uit de bol toen de ondertussen vermaledijde Lance Armstrong de luchthaven bezigde dus welke overtreffende trap moeten ze dan gebruiken bij de president van de USA himself!
Zelf stellen wij ons – als gewone nuchtere West-Vlamingen – de vraag waarom u eigenlijk niet landt in de omgeving van de Amerikaanse begraafplaats in Waregem die u bezoekt? Om te landen met een helikopter heeft u immers helemaal geen vliegveld nodig. De omwonenden, voor wie het helikopterverkeer een groeiende bron van geluidshinder is, zouden u dankbaar zijn. Bovendien zou uw veiligheidsteam wat minder werk hebben. De gebruikers van de E17, die zullen moet omrijden of wachten omdat uw limousine geen andere voertuigen mag tegenkomen, ongetwijfeld ook. Idem voor de treinreizigers van wie de trein dan stilvalt, en de schepen die niet meer onder de bruggen mogen varen. Maar toch, van harte welkom, mr. President.
In Amerika zal u ongetwijfeld gewend zijn aan veel grotere luchthavens, en de 10 miljoen euro die hier aan investeringen nodig is om de internationale normen te respecteren, zullen in uw ogen wellicht peanuts zijn. Dat is voor maar de kostprijs van enkele bezoekjes in het buitenland voor u, als we alles dat in de kranten staat over uw bezoek optellen. Maar daartegenover staat dat het aantal reizigers in uw land ook wel een pak hoger zal liggen. Of heeft u in Amerika ook luchthavens waar slechts een 50-tal zakenreizigers per werkdag de lucht in gaan?
In elk geval, hier in Vlaanderen vindt men geen commerciële partner die hierin wil investeren. Nadat 7 jaar lang beloofd werd dat de exploitatie niet meer door de overheid zou gebeuren, gaat men nu een NV oprichten met drie overheidspartners. Moest het in Amerika zijn, ik zie het u al uitleggen aan die mannen van de Tea-party, die tegen elke vorm van overheidsinmenging zijn…! Hier is Groen de enige partij die daar vragen bij stelt.
Aangezien het in de regionale krantenpagina’s stond, zult u dat wel niet gezien hebben, maar onlangs hebben we een ludieke driekoningenactie gevoerd om dit alles aan te klagen. Misschien kunt u bij een volgende gelegenheid iets langer in Wevelgem blijven in plaats van snel in uw wagen te springen, we willen u met veel plezier wat tekst en uitleg geven. Bij Groen zijn we pacifisten, dus u hoeft van ons geen aanslag te verwachten.

Hoogachtend,
Bart Caron, Kortrijk, Vlaams parlementslid en gemeenteraadslid
Maarten Tavernier, Wevelgem, provincieraadslid

P.S. Wist u dat de begraafplaats in Waregem niet eens als erfgoed is beschermd? Mogen we met uw groeten een brief schrijven naar de minister?

Advertenties

Van ‘hebben’ naar ‘gebruiken’

We zitten in de vasten, de periode waar we vroeger op school het hadden over de campagne van ‘Broederlijk Delen’. De christelijke inspiratie is er in de loop van de jaren op achteruit gegaan, maar ik heb het tegenwoordig wel heel regelmatig over ‘delen’. Het is mijn persoonlijk actiepunt voor de komende campagne.

Ik ben er al een tijdje mee bezig. Toen ik in 2008 een nota schreef met een aantal voorstellen rond duurzaamheid voor een grote nieuwe wijk de ‘Kleine Molen’ in Wevelgem, bevatte dat een aantal ideeën voor gemeenschappelijke voorzieningen. Het idee is dat mensen als ze in een nieuwe woning gaan wonen, keuzes maken en een aantal aankopen doen. De keuze om al dan niet een 2e wagen aan te schaffen, kunnen we bvb. beïnvloeden door autodelen te voorzien. Maar op wijkniveau kan je ook een aanbod doen aan pakweg kinderfietsen, grasmaaiers of wasmachines. Iedereen heeft nu die dingen in huis, om maar enkele uren per week of per maand te gebruiken. Als je denkt aan haagscharen, keukenrobots of boormachines zelfs maar enkele uren per jaar. 500 woningen met elk een eigen grasmaaier, of in een wijkcentrum een 25-tal te ontlenen maaiers, dat scheelt al een pak materiaal. De ideeën zijn tot nu toe nog niet opgepikt, maar de wijk staat er ook nog niet. Een ander idee van toen werd ook bijna als onhaalbaar bestempeld. Toen ik voorstelde om de energienorm (toen E100) te zetten op E60, moest ik bewijzen dat dit wel financieel haalbaar zou zijn voor de bouwheer. De eerste woningen staan er nog niet, maar de norm is ondertussen wel E60 geworden. Of hoe de evolutie toch sneller kan gaan dan de lokale beleidsmensen verwachten.

Bij Groen begon het bij het Impulscongres vorig jaar, waar ik opmerkte dat het hoofdstuk ‘naar een veerkrachtig en duurzaam economisch weefsel’ het vooral had over aanpassingen aan de productiezijde. Maar zo gaan we niet tot een groene economie komen, wat toch de bedoeling is. We moeten ook de consumptie verduurzamen. Teveel producten hebben een steeds kortere gebruiksduur of worden ondoordacht gebruikt omdat ze toch ter beschikking zijn. Met heel wat energie- en grondstoffenverspilling als gevolg. Ik geloof er sterk in dat het gedeeld gebruik van materialen of toestellen een heel beloftevolle methode is om daar iets aan te doen. Het loskoppelen van gebruik en bezit van bepaalde producten zorgt ervoor dat mensen er meer bewust en beperkter gebruik van maken. Het biedt ook het voordeel dat de mensen niet aan gebruikscomfort moeten inboeten. Ik diende een voorstel tot aanpassing van de congresteksten in (een amendement, om de ‘vakterm’ te gebruiken), met succes.

Ik heb het thema ondertussen ook gebruikt in mijn presentatie voor het pollcomité, voor een debattraining op de campagnestartdag,… kortom het biedt veel mogelijkheden. Niet alleen ecologisch maar ook economisch is het belangrijk. Werk is een van de speerpunten van Groen voor de komende campagne. En laat nu net het aanbieden van diensten in plaats van kortlevende producten (die dan meestal nog elders geproduceerd worden) goed zijn voor lokale werkgelegenheid. Bestaande initiatieven in de sociale economie (bvb. de Kringwinkels) kunnen een rol spelen in de uitbouw van een fijnmazig netwerk van uitleendiensten. Elektrische toestellen of andere gebruiksgoederen zijn ook heel goedkoop, ook al omdat de kwaliteit steeds achteruit gaat. Kiezen voor kwaliteit, maar dan de kosten door meerdere gebruikers delen, kan zowel comfort als milieudruk ten goede komen.

Het thema begint ook steeds meer te leven. Zo schreef de Bond Beter Leefmilieu, Netwerk Bewust Verbruiken en nog wat andere organisaties het memorandum ‘Delen is het nieuwe Hebben’, met daarin maar liefst 65 maatregelen voor een deeleconomie in Vlaanderen. Op http://www.gedeelddoor.be vind je een overzicht van alle concrete initiatieven die er al bestaan in Vlaanderen. Omdat dit soort maatregelen volledig past in de evolutie in de Vlaamse wetgeving van afvalbeleid naar materialenbeleid draagt OVAM via Plan C, het Vlaams Transitienetwerk Duurzaam Materialenbeheer, ook zijn steentje bij. Wist je dat als 20% van de onderbezette woningen in Vlaanderen via samenhuizen gedeeld werd met andere bewoners, dit de nood aan 300.000 extra wooneenheden zou oplossen tegen 2030? Wist je dat in een stad waarvan de helft van de inwoners gebruik maken van autodelen, tot vijf keer minder wagens zouden rondrijden? Wist je dat Repair Cafés tot 70% van de defecte toestellen een tweede leven kunnen geven? Het zijn maar enkele voorbeelden die je in het memorandum kan terugvinden.

En nog belangrijker: ik ben blij om te zien dat het thema ook uitwerking krijgt in de praktijk. Een deelsysteem voor kinderfietsen, zoals ik ooit voorstelde voor de Kleine Molen, is ondertussen opgestart in Gent. Dichter bij huis werd begin dit jaar in Kortrijk de Instrumententheek voorgesteld, een uitleendienst voor allerhande werkgerei. En zo kan ik nog een tijdje doorgaan.

Laten we dat vooral met zijn allen doen!