Kinderopvang: eerder ontmoedigd dan gestimuleerd

Vanmorgen was ik samen met de lijsttrekkers te gast bij minicrèche ’t Pampertje in Beernem. Twee jongedames geven het beste van zichzelf om 17 kindjes dagelijks een kwalitatieve opvang te geven.
Dit bezoek paste in de ‘ronde van West-Vlaanderen’ waar we momenteel mee bezig zijn voor de campagne. We gaan op bezoek bij bedrijven, instellingen, middenveldorganisaties,… om te luisteren en ons programma te gaan toelichten.
Waarom bezochten we ook een crèche? Het is een cruciale sector, met niet alleen een sociaal aspect, maar heel zeker ook een economisch belang. Als we de tewerkstelling willen vergroten, moeten we onder andere zorgen voor voldoende en laagdrempelige kinderopvang. Voordat kinderen naar school gaan, moeten werkende ouders beroep kunnen doen op een onthaalouder of kinderdagverblijf. En daar is toch nog wat werk aan.
Kinderopvang is een belangrijke bezorgdheid voor jonge ouders. Je geeft je kind immers niet in handen van om het even wie. De vraag is echter of mensen hierin veel keuze hebben. Net als zoveel welzijnsvoorzieningen kampt ook de sector van de kinderopvang met een plaatstekort. In tegenstelling tot andere sectoren, weet hier niemand hoe hoog de wachtlijsten precies zijn, want opvangvragen worden (nog) niet geregistreerd. De behoefte aan formele kinderopvang is wel groeiend. Dit komt o.a. doordat er steeds meer tweeverdieners zijn, maar ook omdat de beschikbaarheid van grootouders beperkter is dan vroeger. Van collega’s bij gemeentebesturen die met het thema bezig zijn, hoor ik dat ouders wel een plaats vinden, maar moeten nemen wat er is.
In mijn zoektocht naar cijfermateriaal vond ik een schat aan gegevens bij een (voormalige) provinciale instelling. Het WES (West-Vlaams Economisch Studiebureau) deed in 2012 onderzoek over de sector van de kinderopvang in West-Vlaanderen en weidde er een themanummer van West-Vlaanderen werkt aan. Er werd onder andere een inschatting gemaakt van de behoefte aan formele voorschoolse kinderopvang voor kinderen jonger dan 3 jaar. Conclusie was dat er in West-Vlaanderen een tekort was aan bijna 3000 opvangplaatsen, om 65% van de kinderen onder de 3 jaar een plaats te geven in een formeel opvanginitiatief.
De laatste jaren is de kloof tussen behoefte en aanbod weinig veranderd (zie tabel onderaan). Integendeel, in de voorschoolse opvang er is een lichte daling tegenover december 2011.

Het plaatstekort is niet gelijkmatig gespreid over de provincie. In regio’s waar het economisch minder goed gaat, is er globaal gezien een beperkter aanbod. Het aanbod is het hoogst in arrondissement Roeselare-Tielt (56%) en Brugge (53,5%), laagst in de Westhoek (37,1%) en Oostende (35,4%). Of de link met de economische toestand eerder een oorzaak of een gevolg is, daar is geen duidelijkheid over.
De zelfstandige initiatieven nemen in West-Vlaanderen zowat de helft van de beschikbare plaatsen voor zijn rekening. Dat is een stuk meer dan in andere provincies. Een gevolg van het West-Vlaamse ondernemerschap? Het is al even geleden, maar zelf was ik in elk geval heel tevreden over de zelfstandige onthaalmoeder in Moorsele waar mijn eigen kinderen gingen. Maar het was ook duidelijk dat je er veel moet voor over hebben: lange dagen, onzekere inkomsten, je huis ingericht in functie van,… Het moet een soort roeping zijn, anders hou je het niet vol.
Een grote zelfstandige sector is wat Groen betreft positief, maar het maakt West-Vlaanderen extra kwetsbaar voor de negatieve impact van het huidige beleid. Want dat zorgt ervoor dat zelfstandige initiatieven onder druk staan. Het decreet op de kinderopvang van 2012 wil de lat voor iedereen gelijk leggen, maar de middelen ontbreken om daaraan ook een gelijkwaardige ondersteuning te geven. Alle opvanginitiatieven moeten vanaf deze maand aan dezelfde voorwaarden en regels voldoen. En de regels die relevant zijn voor kinderopvang zijn zeer divers en soms (te) detaillistisch: brandveiligheid, veiligheid van inrichting en speeltoestellen, voedingsmiddelenhygiëne, legionella, talenkennis,…
We hoorden enkele mooie voorbeelden van de dames die de crèche in Beernem uitbaten. Zowat een jaar geleden verhuisden ze. Verstandig werd voor het afsluiten van een huurcontract een controle aangevraagd bij Kind en Gezin. Dat leverde geen problemen op, tot enkele maanden daarna een nieuwe regel ingevoerd werd: de plafonds moesten overal 2,2m hoog zijn. In een aantal kamers van het gehuurde pand was dat niet het geval. De dames hadden geluk dat ze wat ruimte op overschot hadden volgens hun capaciteit, maar wat als het anders geweest was? Een dak verhoog je niet zomaar, zeker niet van een gehuurd pand.
Ook over het vele papierwerk waren er klachten. Een ‘risicoanalyse grensoverschrijdend gedrag’, voorzorgsmaatregelen over ‘wat zou je doen als er een rattenplaag is’ voor het voedselagentschap, enzovoort… alles moet op papier gezet worden. Waar de facturatie vroeger via Kind & Gezin centraal gebeurde, moeten de zelfstandigen dat nu zelf regelen. Volgens onze uitbaters geen onoverkomelijk probleem, maar heel vervelend dat je niet kunt rekenen op een continuïeteit in de ondersteuning die vanuit de overheid voorzien wordt.
Bij kwaliteitsvolle opvang is het voor Groen belangrijk dat er genoeg tijd aan de kinderen kan besteed worden, en niet dat de administratie overweegt. Regels en controle moeten er zijn, maar het uitgangspunt moet vertrouwen zijn en geen reglementitis.
Bijkomende financiering voor de sector is echter niet voorzien, en dat brengt vooral de zelfstandige sector in de problemen. In de gesubsidieerde sector, trekt de overheid 50 euro per dag en per kind uit, terwijl dit in de zelfstandige sector die met een inkomensgebonden ouderbijdrage werkt maar 30 euro is. Voor de andere zelfstandige kinderopvanginitiatieven is er geen enkele subsidiëring.
Ook federale beslissingen kunnen een invloed hebben op de rendabiliteit van een zelfstandige kinderopvang. Tot vorig jaar mochten uitbaters van kleine kindercrèches (8-22 kindjes) een kostenforfait van 16,5 euro per dag per kind in rekening brengen. Vanaf 2014 dreigde dit forfait herleid te worden tot 7 euro per dag per kind vanaf 8 kinderen. De Vlaamse minister van welzijn Vandeurzen verklaarde dat hij niets afwist van de stappen van partijgenoot en federaal minister van financiën Koen Geens, terwijl deze bevestigde dat de vraag vanuit Vlaanderen gesteld werd in het kader van de harmonisering van de kinderopvang en het nieuwe decreet. Na protest en nieuwe onderhandeling met de sector werd een keuzesysteem met 2 mogelijkheden ingevoerd, waarbij het globale forfait van 16,5 euro mogelijk blijft. Maar zekerheid geven aan de zelfstandige sector is wel iets anders.
Terwijl het de bedoeling van het beleid zou moeten zijn om meer aanbod te creëren, lijken de beleidsinitiatieven momenteel eerder het tegengestelde effect te bereiken. Al in 2012 kaartte het WES het probleem van de terugval van zelfstandige onthaalouders aan. In een bevraging van UnieKO (de erkende beroepsvereniging voor de zelfstandigen in de kinderopvang) bleek toen dat 44% van de aangesloten onthaalouders aangaf binnen 5 jaar te zullen stoppen. Dit toekomstperspectief zal er met het huidige beleid niet op verbeteren.
Groen gaat in zijn programma voor kwalitatieve kinderopvang voor alle gezinnen tegen 2020. Dit is momenteel al een beleidsdoelstelling, maar Vlaanderen zit niet op schema om dit ook effectief te realiseren. Deze moet ook toegankelijk zijn voor kinderen met een kansarme achtergrond, en moet rekening houden met de lokale situatie.
De lokale besturen moeten daarin volop de rol van regisseur (kunnen) spelen, met ondersteuning door Vlaanderen en Kind en Gezin. Daarbij hoort ook een kinderopvangloket waar ouders terecht kunnen voor informatie over beschikbare plaatsen.
We gaan uit van gelijke subsidiëring per kind, waarbij de juridische werkvorm van kinderopvang niet relevant is. De reglementering en het kwaliteitscontrolesysteem vertrekt vanuit een vertrouwen in de opvang, waarbij niet alles in verstikkende regels wordt gevat. Voor Groen is kwaliteit veel meer dan alleen veiligheid.
Groen is overtuigd dat op die manier de sector kan zorgen voor voldoende kinderopvangplaatsen voor iedereen die daar nood aan heeft.

Tabel: overzicht aantal opvangplaatsen voorschoolse opvang 2009-2013 West-Vlaanderen
2009 2010 2011 2012 2013
Erkend (en gesubsidieerd) door Kind en Gezin
Kinderdagverblijven 2044 2073 2139 2142 2148
Diensten voor onthaalouders 6331 6334 6339 6212 6177
Lokale diensten voor buurtgerichte opvang (voorschools) 66 92 98 98 98
Totaal erkend (en gesubsidieerd) door Kind en Gezin 8441 8499 8576 8452 8423

Met attest van toezicht van Kind en Gezin
Zelfstandige kinderdagverblijven 4998 5689 6054 6352 6608
waarvan IKG 3564 3933 4021 4086
Zelfstandige onthaalouders 2655 2524 2401 2114 1993
waarvan IKG 51 51 48 34
Totaal met attest van toezicht van Kind en Gezin 7653 8213 8455 8466 8601

Algemeen totaal 16094 16712 17031 16918 17024

Advertenties