Provinciale adviescommissie voor rattenbestrijding

Ja, u leest het goed. Dit boeiende orgaan is een mooie illustratie van het feit dat je het zo gek niet kunt bedenken, of er bestaat wel een of ander orgaan of comité van dat de provincie organiseert of in verwikkeld zit. De provinciale adviescommissie voor rattenbestrijding komt eenmaal per jaar samen en bespreekt een aantal agendapunten, zoals de werkingen van de regionale comités (ja, het is nog niet gedaan, er zijn ook nog 8 regionale comités in West-Vlaanderen) en de provinciale en Vlaamse rattenvangers en de verdeling van de toelagen over die regio’s.

De vergadering wordt gevolgd door een lunch. Toen ik bij de eerste editie die ik meemaakte vorig jaar in reply op de uitnodiging de vraag stelde waarom zo’n vergadering moet gevolgd worden door een lunch, kreeg ik telefoon van het kabinet van de deputé. Een mail sturen en een telefonisch antwoord krijgen, dat is voldoende om mijn achterdocht te wekken en dus diende ik een schriftelijke vraag in. De officiële uitleg luidt dat een lunch de kans biedt om met elkaar ervaringen, problemen, knelpunten en opportuniteiten uit te wisselen (waarvoor dient de vergadering dan?) en dat voor wat betreft de regionale comités niet elke rattenbestrijder mondig genoeg is om zijn werking uit te leggen, wat beter met gaan bij een glas en een maaltijd. De lunch moet ook dienen als bedanking voor de belangeloze inzet van de leden (hoewel dat heel dikwijls ambtenaren zijn, burgemeesters of schepenen, of mensen die hun Polder of Watering vertegenwoordigen). Uitleggen wat deze laatste archaïsche structuren zijn zou ons wellicht te ver leiden. Telefonisch was het antwoord nog iets uitgebreider: de zitpenning die voor dergelijke vergadering voorzien was, was ‘maar’ 50 euro en zodoende was het nodig om dit wat uit te breiden met een etentje. Maar dat durfde men wellicht niet op papier te zetten… Totale kostprijs: 5500 euro per jaar.

De tweede vraag die ik mij stelde ging over de samenstelling. Het viel mij immers op dat ook de ere-directeur van de dienst Waterlopen en een eredeputé uitgenodigd worden om mee aan tafel te schuiven. Op die vraag kreeg ik, bijna een jaar na datum, nog geen antwoord. Omdat dat al zo oud is moet men diep in de archieven duiken om de wettelijke basis van dit systeem uit te pluizen. Dat versterkt mijn gevoel dat organen bij de provincie bestaan en blijven bestaan omdat iedereen ze gewoon is en er geen vragen bij gesteld worden.

Vorig jaar was een van de voorzitters of secretarissen ontslagnemend wegens (wellicht al een tijdje) het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd. Bij zijn afscheidswoordje haalde hij nog eens herinneringen op over de begindagen van de rattenbestrijding. Toen rattenvangers nog een premie kregen per dode muskusrat (en er dus absoluut geen baat bij hadden dat de soort volledig zou verdwijnen), die destijds een groot probleem vormden voor de stabiliteit van dijken en oevers. Toen de markt van Veurne vol lag met dode rattenlijken. Dat waren nogal eens tijden, blijkbaar. Maar die tijden liggen wel achter ons. Hoewel een blijvende aandacht voor het probleem van de muskusrat inderdaad nodig is, is de situatie onder controle en worden bijna nergens (enkel nog hier en daar aan de grens) nog muskusratten gevangen. De bruine ratten, die meer in de riolen leven, zijn wel een belangrijk en groeiend probleem. Dat is eerder een probleem van rioolbeheerders (de gemeentes) en dus de gemeentelijke rattenvangers dan van een provinciale dienst waterlopen. De uitbreiding van de werking richting invasieve exoten (zoals de Reuzenberenklauw) is wel positief.

Maar ik zie eigenlijk geen enkele reden waarom zo’n vergadering niet op ambtelijk niveau zou kunnen geregeld worden. Dat sommige gemeentes een stimulans nodig hebben, zal wel terecht zijn, en dat heeft ook belang voor de omliggende gemeentes (want enkele rattenhaarden waar men minder bestrijding doet, kan inderdaad een ruimere regio kan besmetten). Maar dat geldt eigenlijk voor tal van beleidsdomeinen, waarvoor geen ‘provinciale adviescommissie’ bestaat met een hele resem voorzitters, secretarissen, provincieraadsleden… Net zoals er collegagroepen bestaan voor bvb. de duurzaamheidsambtenaren, of regionale overlegstructuren voor natuur- en milieueducatie in clusters van gemeenten kan dat ook georganiseerd worden door de provinciale diensten voor de verantwoordelijken voor rattenbestrijding.

Dan kan er misschien een interactiever en efficiënter overleg georganiseerd worden in plaats van dat elk comité zijn formeel jaarverslagje voorleest en waar het belangrijkste agendapunt de verdeling van de financiële middelen is. Als de provincie een modern en noodzakelijk tussenniveau wil zijn, dan ben ik ervan overtuigd dat het in haar eigen belang is om dergelijke historisch gegroeide maar volgens mij ouderwetse manier van werken serieus te reorganiseren.

Tot zover mijn eigen nuttige tijdsbesteding tijdens de vergadering vandaag. Bij het begin van de vergadering was ik de enige vertegenwoordiger van de provincieraad. Toeval of niet, maar op het einde van de vergadering – net voor de bewuste lunch – komen er hier nog enkele toe J. Ik blijf niet om te eten: de commentaar die je geeft bij het beleid moet je ook consequent toepassen…

Advertenties