BOVENal ONDERnemen: met grenzen aan de groei aub

De rede van de gouverneur ging dit jaar over economie, onder de titel BOVENal ONDERnemen. Een grondgebonden materie, na 2 boeiende redes over persoonsgebonden materies: armoede en integratie. Dit had echter niets te maken met het terugschroeven van de actieterreinen van de provincie door de Vlaamse regering, want het thema was al vorig jaar aangekondigd.

De gouverneur heeft al bewezen dat hij een klare kijk kan verwoorden en heikele punten niet uit de weg gaat. Er zaten dan ook interessante passages in de toespraak, zoals: “De verduurzaming van de wereldeconomie is onontkoombaar. Cradle to cradle, een strategie voor product- en procesinnovatie waarbij het sluiten van materiaalkringlopen centraal staat, wordt de norm.” Volkomen terecht, net als de vaststelling dat daarvoor West-Vlaamse bedrijven meer moeten samenwerken, iets waar ze niet zo sterk in zijn. “Een circulaire economie loopt spaak zonder geoliede machine van samenwerking”, klonk het.

Maar woorden zijn gewillig, merkten we even later. Want onder het prioritair thema ‘uitbouw agrofoodcomplex met export naar groeilanden’ was er evengoed het pleidooi om bvb. ons varkensvlees naar exotische oorden uit te voeren. Iets was we bezwaarlijk duurzaam kunnen noemen, en de milieudruk van o.a. de vermesting hier nog zou vergroten. De bedrijfsleider van Westvlees, die na de toespraak in een ondernemerspanel zat, slaagde er zelfs in om het feit dat varkens volledig verwerkt worden en de wereld rond geëxporteerd worden, een voorbeeld van ‘cradle-to-cradle’ te noemen. We zullen de man eens het boek ‘Remaking The Way We Make Things’ moeten bezorgen. Positief was wel dat het tegengaan van voedselverspilling hierin ook aan bod kwam. 11.11.11 voert momenteel heel terecht campagne hierrond, want maar liefst 1/3 van het voedsel dat wereldwijd geproduceerd wordt, gaat op verschillende manieren verloren.

De gouverneur lanceerde ook een aantal ‘droomwerven’, waaronder thema’s die te maken hebben met een andere prioriteit, de maximalisatie van onze ligging aan de Noordzee. De gouverneur hield een pleidooi voor het winnen van land op zee en de uitbouw van een cargoluchthaven op zee, die dan de luchthaven van Oostende zou moeten vervangen. Deze luchthaven neemt nu 350 ha in beslag, ruimte die door andere sectoren, waaronder natuur, zou kunnen ingenomen worden. Dat viel in goede aarde bij de aanwezige ondernemers, die wel het luik ‘ruimte voor natuur’ niet goed gehoord hadden en er vooral ‘ruimte voor ondernemen’ in zagen. Als groenen zijn wij natuurlijk niet tegen dromen. Toen het plan Vlaamse Baaien gelanceerd werd, leek dit ook een natte droom van de baggersector. Ondertussen lijkt een energie-atol, dat productiepieken van de windmolens op zee kan opslaan, langzaam maar zeker dichterbij te komen. Maar het voorstel van een cargoluchthaven op zee bouwt verder aan (West-)Vlaanderen als transitland, een keuze waar we als Groen niet achter staan. De bestaande luchthaven van Oostende is al jaren verlieslatend. Zal een luchthaven op een stuk land dat veranderen? Wegen de baten op tegen de (hoge) investeringskosten? We moeten eigenlijk evoluteren naar minder luchttransport om duurzaam tezijn.

De ondernemers van dienst hielden een voorspelbaar pleidooi voor minder regels en minder inspraak, wat zij ervaren als belemmeringen voor het ondernemen. Toevallig is eerder deze week het PRUP voor het industriegebied Menen West (volkomen terecht!) vernietigd door de Raad van State. We zijn het eens dat het spijtig is dat er veel tijdverlies geweest is, maar dat kan perfect vermeden worden als de overheid logische en consequente keuzes maakt. En niet tegen alle logica een nieuwe industriezone wil inplanten in een gebied dat al een grote impact heeft van de bestaande industrie. En waar een ondertussen bewezen gezondheidsproblematiek is bij de mensen die er wonen. En toch begint de provincie van voor af aan!
Waar Dirk Vyncke, van het gelijknamige bedrijf in Harelbeke wel een punt had,was zijn frustratie over het windmolenbeleid in de provincie. Hij hield een –terecht- pleidooi om onze troef als windrijkste provincie ook economisch uit te spelen. Iets dat we als Groen al jaren aankaarten!

Al bij al was dit de minst geslaagde rede van de drie die we tot nu toe meemaakten. De gouverneur miste heel wat kansen: de kans om te pleiten voor een andere economie, aandacht te besteden aan alternatieve economische modellen zoals coöperaties of deeleconomie, de kans om een ondernemer in het panel te zetten die echt bezig is met duurzaam ondernemen. De kans vooral om ook de andere partijen te doen inzien dat er grenzen zijn aan de groei. Er is maar 1 planeet, tot nu toe slagen we er niet in om daar goed voor te zorgen.

In voorbereiding van deze rede maakte Econopolis in opdracht van de POM een studie over de economie in West-Vlaanderen met perspectief op 2030. De gouverneur kaartte dit thema aan, maar het zal de POM zijn, waar ik in de raad van bestuur zit, die op basis van de studie (eens afgewerkt) een actieplan zal opmaken. Er is dus nog wat werk aan de winkel!

Advertenties

Michel I in 2050

Bij het bekendraken van het Vlaamse regeerakkoord keek ik vooral reikhalzend uit naar wat daarin stond over de provincies. Het worden boeiende discussies in de provincieraad de komende maanden en jaren.
Bij het federale regeerakkoord focus ik op iets wat er eigenlijk nauwelijks in voorkomt: ons leefmilieu. Het heeft toch opnieuw 136 dagen geduurd voordat we een federale regering hadden. Tijd genoeg om aan alle belangrijke thema’s te denken, zou je veronderstellen. Maar het luik milieu-ambitie weegt voor de rechtse partijen blijkbaar niet zwaar genoeg.

Je kan natuurlijk zeggen dat het gros van dat thema bij de gewesten ligt. Dat is voor een stuk juist, maar een aantal cruciale sleutels naar een duurzame economie ligt toch nog steeds op federaal niveau. Niet in het minst voor wat onze energievoorziening betreft. En daar slaan we de bal serieus mis. In plaats van lessen te leren uit wat momenteel met onze kerncentrales aan de hand is, wordt ervan uitgegaan het het mogelijk is om nog wat verder te doen met de huidige kerncentrales. In plaats van te beseffen dat vooral het ontbreken van duidelijke keuzes en een investeringskader op lange termijn het gebrek aan de uitbouw van alternatieven belemmert, gaat men nog wat verder met het van-alles-een-beetje-beleid. Er wordt een ‘interfederaal energiepact’ in het vooruitzicht gesteld, waarin een visie moet ontwikkeld worden voor de komende 20/25 jaar en die moet zorgen voor een ‘zekere, betaalbare en duurzame energiebevoorrading voor ondernemingen en gezinnen’. Ze moet ‘technologieneutraal’ zijn. Maar de concrete maatregelen die in het regeerakkoord staan ivm kernenergie, voorspellen op dat vlak niet veel goeds. We kunnen een technologie dat radioactief afval veroorzaakt waar nog steeds geen oplossing voor is maar wel nog duizenden jaren straling afgeeft, toch moeilijk als ‘duurzaam’ beschouwen?

Tegelijk ziet men er geen graten in om te pleiten voor het afbouwen van de Europese klimaatdoelstellingen. Er wordt gepleit voor een shift naar alternatieve vervoersmodi, maar de NMBS moet fors besparen en aan de overvloedige fiscale steun van bedrijfswagens wordt niet geraakt. Geen woord over een productbeleid (of het moet zijn over de afschaffing van de milieuheffing op bvb. plastic wegwerpzakjes, omdat men ervan uitgaat dat de beoogde gedragsverandering al gerealiseerd is) terwijl dit voor kwaliteit en levensduur van toestellen of voor de afvalberg een niet te onderschatten impact zou kunnen hebben.

Hoe gaan we in pakweg 2050 naar deze federale regeerperiode terugkijken, vraag ik mij dan af? Voor het wegwerken van de loonhandicap? Voor het verhogen van de pensioenleeftijd? Voor het wegzetten van de PS? Of misschien voor de jongste premier? De geschiedenis zal het ons leren.
Maar ik ga alvast een gokje wagen. Het wordt misschien wel de regering van de onbegrijpelijke milieubeslissingen. Op een moment dat bestaande kerncentrales – nog geen 40 jaar oud – het laten afweten wegens onverwachte technische problemen, kiest men voor een langere levensduur ervan. Op een moment dat de klimaatopwarming voelbaar wordt, worden geen milieuvoorwaarden gekoppeld aan de bevoorradingszekerheid en worden klimaatdoelstellingen in vraag gesteld. Als we zo verder doen, zullen nog meer delen van de wereld misschien meemaken wat de stad New Orleans in 2005 overkwam. En dan zal de vraag zijn: waarom heeft men geen andere keuzes gemaakt op het moment dat het nog kon???