Mijn motie over poldergraslanden: ook gesteund door NVA

Vandaag diende ik in de provincieraad een motie in over de historisch permanente graslanden in de kustpolders. We hadden de eerste moties die ontvankelijk verklaard werden. In het verleden vond men altijd een excuus om te stellen dat er ‘geen provinciaal belang’ was. De meerderheid vond deze motie wel ‘te vroeg’ omdat de procedure nog lopende was. Een andere motie vandaag ging over het provinciefonds, en daar vond men het ‘te laat’ omdat de beslissing al genomen was. Kortom, voor een motie vanuit de oppositie is er nooit een geschikt moment…
De NVA steunde wel mijn motie over de poldergraslanden. Hieronder vind je de tekst van de motie en mijn verdediging ervan.

MOTIE KUSTPOLDERS
Historisch permanent grasland in de kustpolders is een waardevol biotoop voor diverse planten en dieren, en het komt in Vlaanderen bijna uitsluitend in onze provincie voor.
De beide adjectieven zijn hier van belang. Het gaat over een historisch landbouwkundig gebruik als grasland van gronden die weinig geschikt zijn voor telen van andere gewassen, en vooral rendabel waren en zijn als weiland voor runderen. Landbouwers hebben over generaties heen deze gronden en het landschap dat ermee gepaard gaat bewaard zoals we het vandaag aantreffen. Het permanente karakter is belangrijk omdat de natuurwaarde van deze gronden vooral bepaald worden door het microreliëf, dat zorgt voor verschillende gradiënten (verschillen in vochtigheid, zoet-zout,…). Eenmaal het gebruik als grasland door ploegen (= scheuren) onderbroken wordt, wordt de natuurwaarde vernietigd. Symboolsoort voor het gebied is de wulp, en recent kwamen er zeldzame broedgevallen van de Velduil voor.
Tot 12 december liep vanuit de Vlaamse Overheid een openbaar onderzoek over de ontwerpkaart van de historisch permanente graslanden in de kustpolders. Uiterlijk 210 dagen na de start van het openbaar onderzoek dient de Vlaamse regering de kaart definitief vast te leggen en te bepalen voor welke graslanden er een verbod of vergunningsplicht voor het wijzigen van de vegetatie van toepassing is.
Dat bescherming geen overbodige luxe is, bewijzen de vaststellingen door het INBO bij het terreinonderzoek van vorige zomer. Vergeleken met de situatie van 2005 werd minstens 208 ha poldergrasland gescheurd.
Het mooie aan dit dossier is dat het landbouwkundig gebruik van de gronden geen probleem hoeft te vormen. Het behoud als grasland op zich volstaat om de natuurwaarden te vrijwaren. Behalve een verbod op het scheuren van het grasland, zijn er geen andere beperkingen (bvb. in verband met bemesting) noodzakelijk. De gronden waarover het gaat, zijn zware kleigronden die weinig geschikt zijn voor andere teelten.
Met deze motie willen we de Vlaamse Regering aansporen om ernstig werk te maken van de bescherming van de resterende historisch permanente graslanden in de kustpolders . Deze bescherming is een belangrijk natuurdossier dat al 20 jaar aansleept. De intentie tot bescherming werd opgenomen in het regeerakkoord 2009-2014, maar het duurde tot het begin van de nieuwe legislatuur voordat de eerste formele stap (vaststellen van de ontwerpkaart) ook effectief gezet werd. Dit maakt duidelijk dat de opname van een intentie in het regeerakkoord geen garantie is op effectieve uitvoering. Het citaat over het dossier in het regeerakkoord 2014-2019 is iets concreter, maar kan ook op verschillende manieren ingevuld worden: “We beschermen de bijzonder waardevolle historisch permanente kustpolder-graslanden op basis van de na het openbaar onderzoek vastgestelde kaart.”
De provincieraad West-Vlaanderen vraagt aan de Vlaamse Regering:
• Een snelle beslissing over de definitieve kaart van historisch permanente graslanden, zonder dat hierin zones uitgesloten worden
• Het invoeren van uitgebreide beschermingsmaatregelen, bestaande uit een ruim verbod op scheuren
• het voeren van een flankerend beleid om de natuurwaarden van deze gebieden op te waarderen, naar het voorbeeld van natuurherstelproject ‘3Mussenproject’ in de Handzamevallei, zonder het landbouwkundig gebruik te beperken

Maarten Tavernier
provincieraadslid Groen
december 2014

TUSSENKOMST MOTIE POLDERGRASLANDEN
DEEL 1: ONTVANKELIJKHEID
Ik zou best starten met een dankwoord aan député De Block, want ik heb betrekkelijk weinig werk gehad om de ontvankelijkheid van deze motie goed te motiveren. Deputé De Block heeft dit immers heel goed gebracht op de studiedag die er rond de poldergraslanden geweest is op 15 november in Oostende. Een organisatie van de vzw SOS Kustpolders, de West-Vlaamse Milieufederatie, Natuurpunt en Vogelbescherming Vlaanderen. Uiteraard deed hij dat vooral vanuit zijn eigen bevoegdheden en wees op het belang van het gebied van de Kustpolders voor toerisme en recreatie. Zo is bevindt zich 1 op de 3 Westtoer-fietsroutes zich in dat gebied, en de fietsnetwerkkaarten daar zijn met voorsprong de meest gevraagde kaarten van de provincie. Ik citeer “de unieke vlakke polders, met hun uitgestrekte landerijen, hun vergezichten, hun specifieke natuurwaarden en hun dichte netwerk aan landbouwwegen en waterlopen vormen in de eerste plaats een fietslandschap”. Maar rond de waardevolle natuurkernen in de Kustpolders zijn ook diverse succesvolle wandelroutes gerealiseerd, waarvan er tussen de 5000 en 10.000 brochures werden verspreid. En ook de logiessector plukt de vruchten van de aanwezige troeven: bijna de helft van alle hoeve- en plattelandslogies van Vlaanderen bevindt zich in onze provincie, voor het grootste deel in de Kustpolders. Door al deze elementen duiken ook steeds meer hoeveproducenten op.
Belangrijk is dat meneer De Block er op wijs dat de polders veel meer zijn dan een ‘overloopgebied’ van de kust. De instrumenten landinrichting en natuurinrichting zorgden voor extra natuurkwaliteit en recreatieve voorzieningen. En die natuurwaarden, veelal gelinkt met het aspect van de historisch permanente graslanden, trekken de toerist en recreant aan.
Maar stel dat het niet meneer De Block was, maar député Decorte die op deze studiedag het woord zou nemen voor de provincie, zouden ook heel wat interessante raakvlakken met het provinciale beleid aan bod kunnen komen. Zo is door de interne staatshervorming de regionale landschappen een exclusieve bevoegdheid van de provincie geworden. Het regionaal landschap IJzer en Polder is actief in de polderregio, en een deel van de activiteiten hebben inderdaad te maken met het historisch permanent grasland en het opwaarderen van de natuurkwaliteit ervan. Zo houden zij zich bvb. bezig met het natuurherstelproject ‘De 3 Mussen’ in de Handzamevallei, en dit gebeurt in samenspraak met de betrokken landbouwers. Of ook met de graafwerken in het beschermde weidegebied van Lampernisse, waar nog veel historisch permanent grasland voorkomt.
Een dik jaar geleden nam de provincie het beheer van het bezoekerscentrum van De Blankaart over in het gebied. Daarbij is het de bedoeling om niet alleen te focussen op het natuurgebied van De Blankaart zelf, maar dit te gebruiken als een toeristisch-recreatieve toegangspoort tot de Kustpolders.
Tot slot, mocht daar nog iemand aan twijfelen, is dit soort materie grondgebonden. Het gebied waarover het gaat ligt voor het overgrote deel in onze provincie. Enkel een uitloper aan de grens van Zeeuws-Vlaanderen situeert zich bij onze buren in Oost-Vlaanderen.
U zou dus député De Block zeker oneer aandoen mocht bij deze de ontvankelijkheid van de motie niet goedgekeurd worden.

DEEL 2: INHOUDELIJK
De inhoudelijke motivatie voor deze motie is hoofdzakelijk in de tekst terug te vinden. Belangrijk om te benadrukken is dat dit historisch permanent grasland een waardevol biotoop is voor diverse planten en dieren, en dat het voor Vlaanderen bijna uniek een troef is van onze provincie, die in heel wat regio’s al karig bedeeld is met natuur.
Deze graslanden komen al honderden jaren lang voor op gronden die weinig geschikt zijn voor telen van andere gewassen, en vooral rendabel waren en zijn als weiland voor runderen. Landbouwers hebben over generaties heen deze gronden en het landschap dat ermee gepaard gaat bewaard zoals we het vandaag aantreffen. Het permanente karakter is belangrijk omdat de natuurwaarde van deze gronden vooral bepaald worden door het microreliëf, dat zorgt voor verschillende gradiënten. Eenmaal het gebruik als grasland door ploegen (= scheuren) onderbroken wordt, wordt de natuurwaarde voor 95% vernietigd.
Dat bescherming geen overbodige luxe is, bewijzen de vaststellingen door het INBO bij het terreinonderzoek van vorige zomer. Vergeleken met de situatie van 2005 werd minstens 208 ha poldergrasland gescheurd.
En het mooie aan dit dossier is dat het landbouwkundig gebruik van de gronden kan behouden worden zoals het ook vandaag gebeurt. De gronden waarover het gaat, zijn zware kleigronden die weinig geschikt zijn voor andere teelten. Het behoud als grasland op zich volstaat om de natuurwaarden te vrijwaren. Behalve een verbod op het scheuren van het grasland, zijn er geen andere beperkingen noodzakelijk. Landbouwers hoeven geen schrik te hebben dat beperkingen op bemesting noodzakelijk zijn, wat bij andere natuurtypes wel een van de grootste struikelblokken is.
Waarom nu deze motie in deze fase van de procedure? Voor de duidelijkheid: op 12 december liep het openbaar onderzoek af over de ontwerpkaart van de historisch permanente graslanden. Nu heeft de Vlaamse regering 210 dagen om de kaart definitief vast te leggen en te bepalen voor welke graslanden er een verbod of vergunningsplicht voor het wijzigen van de vegetatie van toepassing is. De bescherming van de kustpolders is opgenomen in het Vlaams regeerakkoord.
De voorgeschiedenis van het dossier toont aan dat goede voornemens nog geen garantie zijn op resultaat. Het dossier sleept al 20 jaar aan. De intentie tot bescherming werd opgenomen in het regeerakkoord 2009, maar het duurde tot het begin van de nieuwe legislatuur voordat de eerste formele stap ook effectief gezet werd. Vandaar dat wij met deze motie, vanuit het grondgebied waar zowat 90% van de betrokken graslanden zich situeren, de druk op de ketel willen houden. Want het is nog niet omdat er een kaart is, dat de bescherming vastligt. En hoe langer de procedure duurt, hoe meer graslanden intussen nog gescheurd kunnen worden zonder enige procedure.
Vandaar dat wij het zeker relevant vinden om inderdaad 3 zaken te vragen aan de Vlaamse Regering:
• Een snelle beslissing over de definitieve kaart van historisch permanente graslanden, zonder dat hierin zones uitgesloten worden
• Het invoeren van uitgebreide beschermingsmaatregelen, met uit een ruim verbod op scheuren
• het voeren van een flankerend beleid om de natuurwaarden van deze gebieden op te waarderen, naar het voorbeeld van natuurherstelproject ‘3Mussenproject’ in de Handzamevallei, zonder het landbouwkundig gebruik te beperken

Advertenties

Waarom ik vandaag staak

Ik staak vandaag. Weinig nieuws, zult u misschien zeggen, want ik ben lang niet de enige. Het halve land ligt plat. Maar toch, het is voor mij de eerste keer. Misschien zou je dat niet verwachten van een groene linkse rakker als ik. Ik heb tot nu toe steeds mijn gevoel van plichtsbewustzijn laten overwegen. Tenslotte word ik als ambtenaar betaald met belastinggeld van de inwoners uit mijn gemeente. Die laat je niet zonder goede reden in de steek, al is het maar voor een dagje. En dus heb ik dat de afgelopen 14 jaar nog nooit gedaan.

Maar deze keer vind ik dat ik niet aan de kant kan blijven staan. Inderdaad, we moeten de tering naar de nering zetten. Inderdaad, er moeten maatregelen genomen worden en besparingen zijn onvermijdelijk. Maar dat moet op een aanvaardbare manier gebeuren. En dat kan ook.

Maar vandaag zien we dat de maatregelen die de huidige regering maakt, bijna uitsluitend op de schouders van de gewone mensen terecht komen. Iemand met een gemiddelde job, wordt op een hele resem verschillende manieren financieel getroffen, wie de luxe heeft om van zijn of haar vermogen te kunnen leven, zal weinig of niets extra moeten bijdragen. We lezen vandaag in de kranten bijna elke dag situaties die illustreren dat de belastingdruk niet voor iedereen dezelfde is, van Marc Coucke zonder meerwaardebelasting over geheime rulings die zorgen dat winsten onbelast blijven tot de Luxemburgse poten van de Colruyt-groep. Mochten de inspanningen gelijkmatiger verdeeld worden, dan ben ik ervan overtuigd dat er heel wat minder protest zou zijn. Niet voor niets komt een vermogenswinstbelasting in de kern van het politiek debat. Zo’n maatregel zou het evenwicht in de inspanningen kunnen herstellen en alleen de druk van de publieke opinie kan de regering hiervan overtuigen. Dat is de eerste en belangrijkste reden waarom ik vandaag voor het eerst staak.

Maar ik wil dit ook doen uit solidariteit. Als diensthoofd bij de gemeente kan ik financieel niet klagen. De maatregelen die in het verleden genomen werden om de lonen bij de overheid op te krikken (bvb. op vlak van vakantiegeld), gebeuren wat trager bij de personeelsleden van niveau A, maar ze kwamen er wel. Zelf kan ik een indexsprong dus wel verteren. Maar een groot deel van mijn medewerkers moeten het met heel wat minder doen. En als je dan geconfronteerd wordt met én een indexsprong, én met duurdere kinderopvang, hogere maximumfactuur op school, hoger remgeld bij de dokter, duurder openbaar vervoer, een hogere zorgverzekering,… dan is dit wél een probleem! En dan komen we terug bij punt 1 en hoe de lasten ongelijk verdeeld worden. En dat is de tweede reden waarom ik vind dat ik deze keer niet aan de kant kan blijven staan.

Maar ik ga geen werkwilligen tegenhouden. Integendeel, ik zorg (met veel plezier) voor de kinderen van mijn zus. Zodat zij wel kunnen gaan werken…

Ceci est une besparing

(vrij naar R. Magritte)

We kunnen de meerderheid in het provinciebestuur van West-Vlaanderen van veel verdenken, maar zeker niet dat ze niet kunstminnend is. Niet alleen doet ze hard haar best om de bevoegdheid ‘cultuur’ niet (volledig) te moeten afstaan aan Vlaanderen, uit het budget 2015 blijkt ook een voorliefde voor het surrealisme van Réne Magritte.

Bij de voorstelling van de financiën voor volgend jaar ging de deputatie prat op een besparing van 2% op de werkingskosten als een van de ingrepen om het geslonken budget onder controle te houden. De Vlaamse regering schrapte immers het provinciefonds, dat voor West-Vlaanderen goed is voor zo’n 6 miljoen euro.
Ik ging in het dikke pak documenten op zoek naar deze besparingen, maar vond die niet terug. Integendeel, het exploitatiebudget stijgt van bijna 152 miljoen in 2014 naar een kleine 159 miljoen euro. Geen 2% minder dus, maar 4,6% meer. Ook vergeleken met het oorspronkelijke meerjarenplan 2014-2019 zou in 2015 4 miljoen euro meer uitgegeven worden dan bij de start voorzien. Enkel in de beleidsdomeinen ‘budget en administratieve beroepen’ en ‘externe relaties en noord-zuid’ is er een daling in absolute cijfers tegenover 2014.

In de eerste commissievergadering stelde ik dan ook de vraag waar die 2% besparing terug te vinden was. Uit het antwoord bleek dat de deputatie een wel erg creatieve definitie van besparen hanteert. Er werd 2% weggeknipt uit de voorstellen die door de diensten ingediend werden en dat wordt een besparing genoemd. Dus er wordt meer uitgegeven dan vorig jaar, meer dan oorspronkelijk voorzien op het meerjarenplan, maar ze noemen het toch gewoon ‘besparing’. Prachtige communicatie, daar heeft volgens mij zelfs Bart De Wever nog niet aan gedacht!

De enige ingreep die wel genomen wordt om het wegvallen van het provinciefonds op te vangen, is het meer spreiden van investeringen in de tijd. Voor de rest worden in deze legislatuur gewoon de opgebouwde reserves opgegeten.

Het provinciebestuur mist daarmee eens te meer een kans om de eigen werking kritisch te bekijken. Nochtans zijn er heel wat mogelijkheden om zuiniger met de centen van de belastingbetaler om te gaan: de cateringkosten lagen al meer dan eens onder vuur, er worden netwerkactiviteiten georganiseerd die inhoudelijk weinig op het lijf hebben, maar wel gepaard gaan met een receptie; het in de kijker stellen van het provinciebestuur slorpt heel wat middelen op, terwijl reclame maken voor zichzelf geen kerntaak is van een overheid; bij nieuwe infrastructuur wordt niet op een euro gekeken als het op ‘uitstraling’ aankomt,… CD&V, Sp.a en VLD lijken nog niet te beseffen in welke politieke en budgettaire tijd we leven. We moeten weliswaar niet besparen om te besparen. Maar in deze tijden waar iedereen de tering naar de nering moet zetten is ‘business as usual’ voor mij geen optie. Toen ik in 2012 campagne voerde als lijsttrekker voor de provincieraad, hoorde ik van veel mensen dat de provincie een gul overheidsniveau was, waar nog heel wat ‘vet op de soep’ zat. Ik moet zeggen, na alles wat ik ondertussen gezien heb, dat dat beeld spijtig genoeg heel wat waarheid bevat.

Ik heb het ook al met zoveel woorden op de provincieraad gezegd. Als de provincie niet in eigen boezem kijkt en zo verder gaat, zal niemand moeten verwonderd zijn dat anderen vinden dat er nog teveel geld bij de provincie zit en er nog wat kan geschrapt worden. De Vlaamse regering zal daar wellicht met veel plezier voor zorgen!

Straks wordt het dan ‘ceci était une province’.