Samenwerken met Meyrem Almaci

Toen ik kersvers actief werd bij Groen (ondertussen al zowat 15 jaar geleden), herinner ik mij nog dat een partijvoorzitter een ongenaakbaar iemand leek. Dat was toen Jos Geysels, in mijn ogen steevast omringd met belangrijke mensen, en ik dacht er als gewoon lid niet direct aan om daar een praatje mee te slaan.

Vandaag is dat gelukkig anders. Uiteraard heb ikzelf in de voorbije jaren mijn sporen verdiend in de partij, zodat ik niet alleen de partijvoorzitters kende, maar die ook mij leerden kenen. De afstand werd steeds kleiner. En als partijbestuurslid zit ik sinds begin dit jaar zowat wekelijks in Brussel met de partijtop. Maar ik denk ook dat de (huidige en vroegere) partijvoorzitters van Groen best toegankelijke mensen zijn. Ik hoorde afgelopen zomerweekend nog iemand lovende woorden spreken over de vlotte antwoorden die ze kreeg van groene parlementsleden op haar mailtjes.

Meyrem leerde ik kennen in de pollprocedure voor de verkiezingen van 2007. Als toenmalig provinciaal voorzitter maakte ik deel uit van de groep mensen die voor alle federale lijsten in Vlaanderen een voorstel moest maken. We hadden toen de niet onbelangrijke taak om een nieuwe generatie groenen in het federaal parlement te krijgen en te kiezen wie daar dan deel moest van uitmaken. Zo’n discussies verlopen natuurlijk niet altijd even gemakkelijk. Meyrem werd lijsttrekker in Antwerpen, en ik herinner mij dat ik haar achteraf zei dat ze voor mij de sterkste kandidate was.

Het parcours dat ze sindsdien aflegde in de partij en in het parlement, bevestigt de mening die ik toen had. Haar inhoudelijke en verbale sterkte staat buiten discussie.

Maar het was pas toen Meyrem voorzitter werd, dan ik ook haar menselijke aanpak mocht ervaren. In aanloop van de voorzittersverkiezingen vorig jaar had ik wat mailverkeer over het project dat Meyrem voorstelde. En dat de antwoorden dan vlot gingen, was enigszins te verwachten, tenslotte moest ze zoveel mogelijk leden overtuigen om voor haar te stemmen. (bij mij heeft het niet geholpen, ik heb haar en Jeremie vooraf laten weten dat ik niet voor hen zou stemmen – en ook waarom).

Maar heel positief verrast was ik pas toen ik de dinsdag na het congres laat op de avond een telefoontje kreeg en de naam van onze kersverse voorzitter op mijn gsm-scherm verscheen. Midden de mediastorm die een kersverse voorzitter de eerste dagen moet ondergaan, was Meyrem persoonlijk aan het rondbellen naar alle mensen die zich kandidaat gesteld hadden voor het nationaal partijbestuur om eens te horen hoe het congres verteerd was. Daar doe ik toch mijn hoed voor af! In mijn geval was ik heel nipt niet verkozen geraakt, maar voelde ik mij door de cijfers wel gesterkt om mij kandidaat te stellen als provinciaal vertegenwoordiger. Dat is wel gelukt, en ondertussen zit ik daar een kleine 8 maanden.

En het is niet bij dat ene positief voorbeeld gebleven, al was dit wel het meest verrassende. Maar steeds een antwoord op de ideeën die ik kort na het congres per mail doorstuurde, regelmatig nog een woordje uitleg of een reactie op iets wat je tijdens de vergadering inbracht (en misschien niet altijd voor de hele groep bestemd is),… het zijn kleine zaken die je laten voelen dat je inbreng gehoord en gewaardeerd wordt. Ik weet niet of het er bij andere partijen ook zo aan toegaat, maar ik betwijfel het. Ik zou in elk geval niet willen ruilen.

Doe zo verder, Meyrem, in mij heb je een medestander.

Advertenties