Een zee van kansen niet gemist

De rede van de gouverneur ging dit jaar over onze Noordzee, onder de titel ‘een zee van kansen’. Voor ons was belangrijk dat er voldoende aandacht zou zijn voor de ecologische aspecten van onze ‘elfde provincie’. Want vorig jaar kwam de zee bij het thema ondernemen ook al aan bod, toen met het idee om die te gebruiken om een luchthaven aan te leggen. De gouverneur ontgoochelde op dat vlak gelukkig niet. Als het aantal keren dat de term ‘duurzaamheid’ aan bod kwam een indicatie is, dan zou je bijna verwachten dat onze gouverneur een groene is. Maar als rasechte CD&V’er werd kwam ook de term ‘rentmeesterschap’ in de speech voor. En ook het pleidooi voor intelligent optimisme, dat volgens hem niet in strijd is met de ecologische realiteit kan je op verschillende manieren lezen. Maar nu ernstig, de gouverneur legde veel nadruk op de ecologische uitdagingen die we op en onder de zee hebben en de ernst van de huidige situatie. Een zee van kansen, maar ook van verantwoordelijkheden.

Ik wil jullie een aantal van de opmerkelijkste/meest concrete pleidooien, inclusief de pittige uitspraken niet onthouden.

Zo noemde de gouverneur het besturen van de Vlaamse havens door de respectievelijke steden ‘een erfenis uit de Middeleeuwen’, en pleitte (terecht) voor een holding van de Vlaamse havens. Onderlinge concurrentie en navelstaren naar de eigen regionale belangen doet de positie van alle havens aan onze kust immers meer kwaad dan goed. De gouverneur had er geen probleem mee dat zo’n operatie zou getrokken worden vanuit Antwerpen. Een fusie van de West-Vlaamse havens van Zeebrugge en Oostende kan daarin inderdaad een eerste stap zijn.

Dat het energie-atol voor de kust van De Haan geen concessie zou krijgen, was voor de gouverneur duidelijk geen reden om het idee te begraven. Maar hij zou dit aan Zeebrugge aanleggen in plaats van de locatie die nu voorgesteld werd. Naar verluid werd dit in het MER-rapport een ecologisch betere locatie gezien, maar dat is wellicht niet de argumentatie die aan de grondslag ligt van die keuze. Er wordt nog altijd gedacht om dit te koppelen aan een ‘distributieplatform’ (lees: o.a. een cargoluchthaven) in zee, iets waar we met Groen meer vraagtekens bij plaatsen.

De pleidooien voor de omvorming van de visserijsector, voor ‘werken met de natuur’ als het over projecten in zee gaat, voor ‘blue energy’, blijvende focus op wetenschappelijk onderzoek,… zijn thema’s waar we als Groen mee akkoord kunnen gaan. Een gezonde zee, met gezonde visstocks verhoogde biodiversiteit, zorgt volgens de gouverneur voor gigantische baten. Wist je dat 50% van de zuurstof die we ademen geproduceerd wordt in onze oceanen?

Een terecht aandachtspunt was de complexiteit van de wetgeving en de verwevenheid van Vlaamse en federale bevoegdheden . De gouverneur stelde dat hij vanuit zijn positie goed geplaatst is om hierin het voortouw te nemen, maar de conclusie zou ook kunnen zijn dat het logischer zou zijn om de volledige bevoegdheid over de zee aan Vlaanderen over te dragen. Dat zouden onze collega’s van de NVA graag horen.

Over de rede kunnen we dus positief zijn. Maar als provinciefractie toetsen we dat natuurlijk ook aan het concrete beleid en initiatieven in de provincie. En daar vinden we wel een aantal schoentjes die knellen. De ‘plastic soup’ (gigantische verzamelingen zwerfvuil die door de oceaanstromingen geconcentreerd worden in bepaalde gebieden) en microplastics in vele zeedieren werden terecht als een probleem aangekaart. Maar als we een motie indienen in de provincieraad om te pleiten voor statiegeld op drankverpakkingen als middel om de hoeveelheid zwerfvuil met 40% te verminderen dan zijn de politieke spelletjes en de meningsverschillen hierover binnen de meerderheid belangrijker dan de inhoud van het dossier. Dat de surfclub op het strand in Zeebrugge kan uitbreiden richting natuurgebied De Fonteintjes, zonder dat er een noemenswaardige compensatie voor natuur is, daar ligt behalve Groen niemand in de provincieraad van wakker. (opgelet, ook Groen wil de surfclub niet weg, maar er zijn wel genoeg mogelijkheden om dit niet ten koste van de natuur te laten gaan). En zo zullen er nog wel voorbeelden te vinden zijn als we wat verder teruggaan in de tijd voor beslissingen die in de provincieraad genomen werden.

Hopelijk hebben onze collega’s van de meerderheid dus goed geluisterd! En nemen ze de ecologische pleidooien van onze gouverneur wat meer ter harte.

Advertenties

Democratie volgens NVA

De raad van bestuur van Resoc is al een dik half jaar bezig om een nieuwe vorm van streekoverleg uit te werken. Voor de (wellicht talrijke) mensen die niet weten wat een Resoc is: in dit streekorgaan (in ons geval voor het arrondissement Kortrijk) worden sociaal-economische dossiers voor de streek opgevolgd en uitgewerkt en het bestaat uit een evenredige vertegenwoordigers van 3 betrokken actoren: lokale politici, werkgevers- en werknemersorganisaties. Bij de besparingsrondes van de Vlaamse Overheid kwamen ook deze organen in het vizier: de werking van de Resocs zouden niet meer gefinancierd worden en daarom werd gewerkt aan een nieuw samenwerkingsmodel.

Omdat een aantal actoren minder zouden vertegenwoordigd zijn, ging dat gepaard met het nodige getouwtrek achter de schermen. Ook vanuit Groen hebben wij ons moeten laten horen om betrokken te worden bij de nieuwe overlegstructuur. Met een Vlaams parlementslid, 3 schepenen en een provincieraadslid in de rangen vonden wij dat ook heel terecht. Maar uiteindelijk was er een consensus waarin iedereen zich (weliswaar de een wat meer dan de ander) kon vinden.

Dat was echter buiten de NVA gerekend. Die zagen de nieuwe manier van werken niet zitten. De resocs met hun streekpacten zijn al langer een doorn in het oog van de NVA, merken we in de provincieraad. Belangrijkste reden is niet zozeer inhoudelijk, maar het feit dat in die organen vooral uitvoerende mandatarissen zitten, en dus heel dikwijls geen NVA’ers. Voor dat gebrek aan ‘betrokkenheid’ (al kan ik mij niet van de indruk ontdoen dat het meer over ‘postjes’ gaat) wordt de werking in vraag gesteld. Helemaal anders dan Groen, die ook soms commentaar heeft, maar dan over concrete standpunten in dossiers die ingenomen worden en we ons niet altijd kunnen in vinden.

En ja, er is wel wat te zeggen over de veelheid van overlegstructuren. De hervorming van het streekoverleg was daar een mooie illustratie van. Ik was toevallig aanwezig op de vergadering waar het voorstel voorgelegd wordt aan de raad van bestuur (als plaatsvervanger ben ik maar welkom als de effectieve vertegenwoordiger er niet kan zijn), en daar was het voor sommige mensen al de zoveelste keer dat ze het verhaal hoorden, een keer in de raad van bestuur van Leiedal, een keer in de burgemeestersconferentie, en nog een keer bij het Resoc. En ja, er kan wel wat verbeteren aan de slagkracht (al ligt dit dan vooral aan gemeentebesturen die na een overlegproces toch hun goesting doen als dat in hun gemeente beter uitkomt) van dit streekoverleg. Maar het kind met het badwater weggooien is ook geen goed idee.

En vooral: de essentie is dat we hier een ‘pot verwijt de ketel dat hij zwart ziet’-situatie hebben. NVA verwijt het Resoc om te weinig te overleggen, en het resultaat van de oefening als ‘te nemen of te laten’ te presenteren. Om vervolgens te dreigen dat gemeentes met NVA-besturen niet gaan deelnemen, een eigen concept uit te werken, dat gelijktijdig naar de pers en naar het Resoc te sturen. Ze zeggen zelf dat het ‘niet te nemen of te laten is’, maar de vertaling van de principes die ze voorstellen zijn wel behoorlijk concreet. En natuurlijk er op gericht om zoveel mogelijk in het kraam van NVA te passen. Dus toch een beetje zijn eigen mening opdringen volgens het recht van de sterkste… Ik zie er zelf wel de absurde humor van in. Maar waarschijnlijk bedoelen ze dat bij NVA niet om te lachen.

Een van de belangrijkste argumenten is dat het streekoverleg moet gedragen worden door de rechtstreeks verkozenen van de Zuid-West-Vlaamse steden en gemeenten. De provincie wordt bvb. zoveel mogelijk buitengewerkt, enkel 1 deputé mag nog aanwezig zijn. Tiens, ik dacht nochtans dat ik als provincieraadslid ook rechtstreeks verkozen werd, en misschien meer representatief ben voor de ‘streek’ dan iemand die 1 gemeente of stad vertegenwoordigt. Idem dito voor de Vlaamse parlementsleden. Enkel ministers zijn welkom. Wellicht omdat ze hun portefeuille kunnen meebrengen. Ook de vakbonden wijzen er, terecht, op dat hun mensen eveneens verkozen worden, via de sociale verkiezingen in de bedrijven. Niet alleen politici moeten zich dus ‘gelegitimeerde vertegenwoordigers’ voelen.

Steeds meer en meer heb ik de indruk dat de NVA-mandatarissen zich de enige ‘gelegitimeerde vertegenwoordigers’ voelen. Zoiets van, wij zijn de grootste, dus de rest moet luisteren naar ons. Structuren worden in vraag gesteld als NVA er ondervertegenwoordigd is. Als er pakweg, een nieuwe structuur moet uitgewerkt worden voor het vliegveld in Wevelgem, dan is de enige/belangrijkste bezorgdheid die ik in de provincieraad en omstreken hoor uiten, of de voorzitter toch een NVA’er zal blijven. De overheid hoeft maar selectief slank te zijn precies.

De democratie waarin we in Vlaanderen leven is niet perfect. Maar als we NVA er op gaan loslaten, dan vrees ik dat het niet direct beter zal worden.