De groene en hun bomen

Bij een agendapunt voor de aanleg van een fietspad, waarvoor 160 bomen gekapt worden, en we voor de zoveelste keer een halfslachtig antwoord kregen of dat noodzakelijk was, deed ik deze tussenkomst:

“Meneer de deputé, ik begrijp bij dit punt toch een paar dingen niet.

Ik begrijp niet dat er op een commissie de administratie of uzelf nog altijd niet voorbereid is als wij vragen stellen over het hoe en waarom van het kappen van bomen. U zou ons ondertussen toch goed genoeg moeten kennen om te weten dat wij daarop letten en dat de vraag over het waarom van het kappen van bomen of een compensatie als dat toch nodig is, zal komen als dit soort ingrepen in een bestek voorkomt. Zelfs als telt het meerdere honderd pagina’s, zoals deze keer het geval is.

Ik weet ook wel dat daar soms lacherig over gedaan wordt, ‘de groene ze zijn daar weer met hun bomen’. Daarom wil ik toch eens uitleggen wat de bedoeling is van dit soort vragen. Het zou toch vanzelfsprekend moeten zijn dat bomen, en zeker als ze al een zekere grootte bereikt hebben, maar gekapt worden als er geen enkel alternatief is. En daar wordt veel te licht over gegaan. ‘Waarom worden de bomen gekapt?, omdat er een fietspad komt, tiens, wat is dat nu voor vraag.’ Dat antwoord komt terug in verschillende variaties. Maar beide zijn niet noodzakelijk onverenigbaar met elkaar.

Ik heb een voorbeeld meegebracht uit een andere provincie, waar een schepen van openbare werken, zelfs na de opmaak van een dossier, er toch voor bleef ijveren bij AWV om de bomen te behouden. En dat is gelukt door, heel eenvoudig, het fietspad een aantal centimeters te verschuiven. En voor de duidelijkheid, die schepen is niet van Groen, het is een NVA’er. U ziet dat het kan.

En dat zal uiteraard niet altijd kunnen, dat weten wij wel. Maar het minste dat we van een beleid mogen verwachten, is dat er over nagedacht wordt. En dat bomen niet op automatische piloot gekapt worden. En als het dan toch nodig is, dat er zoveel mogelijk vervanging voorzien worden. En als daar op voorhand over nagedacht wordt, dan kan het niet moeilijk zijn om daar op de commissie zelf een ordentelijk antwoord op te krijgen. Teken een dwarsprofiel, met de bestaande situatie, het nieuwe profiel, en de mogelijkheden die onderzocht werden om bestaande bomenrijen te kunnen behouden. Dat kan toch niet zo moeilijk zijn.

En een tweede ding die ik niet begrijp is, hoewel er niet op de commissie zelf een antwoord gekomen is, en er dus tijd was om er over na te denken. waarom er dan toch met zulke flauwe argumenten afgekomen wordt. Er wordt grond aangekocht voor een fietspad, de provincie kapt de bomen daarvoor, maar het zou de particulier zijn die moet nieuwe bomen zetten. Ik heb zelden zo’n absurd argument gehoord. En dat de provincie toevallig domeinen heeft, en daar aan bosuitbreiding doet en dus daar bomen plant, doet toch helemaal niet terzake in een dossier voor de aanleg van een fietspad. Precies alsof je ergens een vijver dempt en dat niet erg vindt omdat het zeepeil een beetje uitbreidt en er dus globaal evenveel water is.

Ik zou u dus willen uitnodigen om daar in de toekomst bewust mee om te gaan, zodat we in het vervolg op de commissie een deftige motivatie krijgen voor de keuzes die hierin gemaakt worden. En we op de provincieraad niet meer zo’n discussies moeten voeren.”

De tussenkomst moet toch enige indruk gemaakt hebben, want deputé Naeyaert gaf mij eigenlijk gelijk en stelde een soort van bomentoets voorop voor dergelijke dossiers. Hopelijk kan dit in de toekomst toch wat bomen redden!

 

Advertenties

De ballen van Joke

In het laatste huis-aan-huisblad van Groen, editie West-Vlaanderen, heb ik het over het statiegeld op drankverpakkingen. Gezien 1000 tekens heel weinig is om een mening in kwijt te kunnen, een uitgebreider stukje via de digitale weg.

De discussie over statiegeld op drankverpakkingen loopt al een tijdje. De maatregel is als te onderzoeken in het Vlaams regeerakkoord terug te vinden. Minister Joke Schauvliege  liet eerst een kosten-batenanalyse uitgevoerd, dan een studie met verschillende scenario’s, en daarna werd de praktische invoering één van de scenario’s uitgebreider onderzocht. Al zegt dat al bij al weinig over de echte bedoelingen van de minister. Studies uitvoeren is immers een beproefde methode om geen beslissing te nemen en de hete aardappel voor zich uit te schuiven. En zo geschiedde: de eindconclusie was dat het meer aangewezen was om statiegeld in te voeren op Belgisch dan op Vlaams niveau omdat het over 1 markt gaat. Ja, dat kon men wellicht voor het begin van alle studiewerk niet bedenken…

In plaats daarvan werd een convenant afgesloten met de verpakkingsindustrie, waarbij deze meer geld geven aan Vlaanderen (of eigenlijk aan een commissie waar ze zelf mee beslissen wat er met het geld gebeurt) om zwerfvuilbeleid mee te voeren. Het gaat nu over zo’n 10 miljoen euro, zo’n 3 keer meer dan vandaag. Als ik zie wat er momenteel zoal met dit geld gebeurt, dan heb ik weinig vertrouwen dat dit veel zoden aan de dijk zal brengen. Er wordt o.a. materiaal aangekocht waarmee gemeentes met verenigingen, scholen of vrijwilligers zwerfvuilacties kunnen uitvoeren. Maar de kwaliteit van bvb. de grijpers is zo triestig dat meer dan de helft sneuvelt al je er een klas mee op pad stuurt. Na zo’n actie twijfel ik altijd wat de overhand haalde: afval opruimen of afval produceren, zo erg is het. Maar gelukkig zijn er nog vrijwilligers (ik ben er zelf eentje van) of geëngageerde leerkrachten die dit willen doen, het afval opruimen dat andere mensen achterlaten. Respect! Maar als dat de voornaamste maatregel is waarmee de overheid het probleem aanpakt, dan zijn we toch verkeerd bezig.

Nochtans is zowat iedereen die op het terrein met zwerfvuil bezig is, zoals gemeentes en afvalintercommunales, sterk vragende partij om deze maatregel in te voeren. Omdat ze geloven dat het de enige maatregel is die fundamenteel verschil kan maken. En natuurlijk ook omdat ze jaarlijks zo’n 60 miljoen euro besteden aan opruimen van zwerfvuil. Want de vaststelling is toch dat op het terrein het resultaat van alle sensibilisatiecampagnes, opruimacties van de voorbije jaren niet te merken is, en dat handhaving in de praktijk zeer moeilijk is. Zogezegd wil de minister hetzelfde resultaat behalen, een vermindering van het zwerfvuil met 20 gewichtsprocent. Uit een studie over de samenstelling van zwerfvuil, blijkt dat drankverpakkingen dit aandeel van de totale hoeveelheid zwerfvuil vertegenwoordigen. Maar: omdat drankverpakkingen een lichte fractie is, betekent dit in volumeprocent wel een stuk meer: 40%. Wat valt je meest op als je zwerfvuil langs de weg ziet liggen: het gewicht of het volume? Juist. Ook ervaringen op het terrein spreken voor zich: vrijwilligers die opruimen, rapen voor de grote meerderheid blikjes en flesjes op. Meteen ook een indicatie dat betalen voor afval via diftarsystemen niet veel met het zwerfvuil te maken heeft. Er is geen enkele fractie die je zo gemakkelijk en goedkoop kwijtraakt als PMD (€ 0,25/zak). Statiegeld dient zogezegd als een stok achter de deur voor als de maatregelen van de verpakkingsindustrie tegen 2018 niet voldoende resultaat opleveren, maar van een tussentijdse doelstelling is voorlopig geen spoor. Bovendien wordt ondertussen niet met de andere gewesten een invoering van statiegeld voorbereid.

De studies waarvan sprake tonen nochtans aan dat het invoeren van statiegeld haalbaar en betaalbaar is. Er zijn ook voorbeelden uit het buitenland die tonen dat dit kan, zelfs in combinatie met het inzamelen van een aangepaste PMD-fractie.

Ik heb rond dat statiegeld dan ook al een motie gebracht in de provincieraad. De aanleiding was het initiatief van de gouverneur om een handhavingsdag (en dit jaar een handhavingsweek) te organiseren, vanuit de vaststelling dat West-Vlaanderen er vuil bij ligt. Ik had daarbij mijn bedenkingen, omdat het sanctioneren op dat vlak niet eenvoudig is omdat je eerst een dader moet kunnen identificeren. Mijn boodschap was dat de gouverneur zich misschien beter/ook kon bezighouden met het pleiten voor statiegeld op drankverpakkingen. (achteraf bleken mijn bedenkingen terecht: de inzet van 250 handhavers leverden zo’n 25 PV’s op, dus eentje per 10 man personeelsinzet…) En hoewel in de eerste bespreking zowel CD&V als Sp.a zich voorstander toonden, werd dit door de deputatie eerst doorverwezen voor bespreking en dan gekelderd. Een succesvol initiatief van de oppositie, waarbij de meerderheid (want Open Vld heeft een andere mening) verdeeld wordt, dat was blijkbaar geen optie. En moest het kalf verdronken worden. Triestig.

Statiegeld was voor mij hét dossier waarbij Joke Schauvliege kon bewijzen dat ze toch ballen aan haar lijf heeft. Want na de vele desastreuse dossiers waar ze eerder minister tegen dan voor natuur en milieu was (denk maar aan het bos van Essers en het bosbeleid in het algemeen, de poldergraslanden, het talmen met soortenbeschermingsplannen, Uplace, het gebrek aan klimaatbeleid, de verdere verkwanseling van de open ruimte,….) zou dit een dossier kunnen zijn waar ze in deze legislatuur toch 1 keer bakens verzet.

Maar helaas…. de ballen van Joke, ik heb ze nog niet gevonden.