Bedankt meester Frank

Nu mijn jongste naar het 3e leerjaar gaat, is de schoolcarrière van mijn kinderen bij meester Frank voorbij. We hebben niet de gewoonte om cadeautjes te kopen voor de leerkracht, maar blogsgewijs wil ik meester Frank toch een bloemetje toewerpen.

Meester Frank is een fenomeen in de Posthoornschool. Het is niet zó moeilijk om op te vallen, als enige meester tussen alle vrouwelijke leerkrachten. Maar het 2e leerjaar staat bekend als het leukste jaar van de lagere school. Meester Frank als de grootste grapjas van de school. En terecht, zo blijkt. Niet alleen voor de leuke activiteiten zoals de traditionele barbecue in de tuin van de meester op het eind van het jaar.

De eerste infoavond die ik meemaakte toen Roan in het 2e zat, was dat onderwerp van wat ongeruste vragen van ouders wiens kind eerder nood hebben aan enig gezag. ‘Maak je geen zorgen’, was het antwoord van meester Frank, ‘er is in de klas onderscheid tussen momenten waarop het ernst is en iedereen moest zwijgen en momenten waarin het er iets losser mag aan toegaan. Maar zonder discipline bij de leerlingen zou ik elke avond met hoofdpijn naar huis gaan, dat is natuurlijk niet de bedoeling’. En het werkte. Wat meester Frank zei, daar werd naar geluisterd! Als papa zei om de tanden zus of zo te poetsen, dan was dat het ene oor vlugger uit dan het andere erin. Maar als er bij meester Frank geleerd werd over tanden poetsen, dan moest het zó. 10 kilometer wandelen, ben je gek? Maar bij meester Frank, zelf een verwoed wandelaar, werd dat een uitdaging.

Zich goed voelen in de klas, dat is heel belangrijk voor meester Frank. Bernt had in het begin van het 2e leerjaar nog wat moeite met de snelheid en meester maakte zich wat zorgen. De eerste vraag die hij altijd stelde als hij mij zag, was ‘komt hij nog graag naar de klas?’. Want een kind die daar tegen zijn zin zit, staat veel minder open om bij te leren. Dat was het voorbije jaar geen probleem, ik ben wel benieuwd naar wat de toekomst zal geven. Bernt is het 2e leerjaar met heel wat ‘donkergroen’ (er wordt in de rapporten meer met kleuren dan met punten gewerkt) doorgekomen. Motiveren om te leren, het werkt.

Maar huiswerk? Niet belangrijk, een verplicht nummertje dat niet gecontroleerd wordt. De schoolagenda bijhouden? Ze moeten leren om iets te onthouden in plaats van alle communicatie via de agenda te laten verlopen. Maar lezen, dat kon niet genoeg geoefend worden en het belang ervan werd telkens herhaald. Er was maar 1 verwachting naar de ouders: zorg dat je kind, eventueel samen met jou, élke dag leest. Al de rest, is werk voor in de klas.

Je hoort het, meester Frank heeft zijn eigen stijl en visie. En niet alle ouders zijn daar onverdeeld gelukkig mee. Maar ik heb ervaren dat hij verdomd goed weet waarmee hij bezig is.

Ik had zelf ook zo’n meester in het 2e leerjaar, meester Filip. Bekend als de clown van de Centrumschool in Kuurne. Het was iemand die de leerlingen kon entertainen en boeien. Ik herinner mij dat hij voor mij een kruiswoordraadsel over vissen had gemaakt. Als ik het juist kon oplossen, mocht ik met hem mee om eens te gaan vissen. Ik moest bij een kennis gaan informeren om zeker te zijn wat ik dacht: er stond een fout in het kruiswoordraadsel. En inderdaad, ik kreeg mijn beloning. Het is iets wat ik mij nog altijd herinner. Nu zouden ze dat wellicht ‘differentiatie’ noemen, om leerlingen met verschillende behoeftes een aangepaste uitdaging te geven. Ik denk niet dat dit toen al gebruikelijk was, en weet niet of die term al gebruikt werd. Maar het is een leerkracht die mij altijd zal bijblijven en dat is toch het mooiste wat je in het onderwijs kan meegeven, denk ik. Onverwacht zag ik dit jaar meester Filip terug in Wevelgem, hij heeft een kleinkind in de Posthoornschool. Over toeval gesproken…

Roan gaat volgend jaar naar het middelbaar, een grote stap. Ik wens hem veel ‘meester Franken’ toe. Het mag ook een vrouwelijke versie zijn, natuurlijk. Maar inspirerende leerkrachten, die hun materie boeiend kunnen brengen, kunnen een belangrijk rol spelen in iemands (school)carrière. Een grote merci aan alle leerkrachten die dát voor elkaar krijgen!

Advertenties

Actualiteitsdebat overstromingen: pak met betonstop en infiltratie ook oorzaken aan

Beste collega’s,

Net als in september 2014 houden we vandaag een actualiteitsdebat over de recente overstromingen. Toch hoop ik dat we niet in herhaling vallen, maar wel stappen vooruit zetten.

We zouden ons vandaag, zoals in enkele krantenartikels al aan bod gekomen is, kunnen buigen over waar en hoe we bufferbekkens en/of gecontroleerde overstromingsgebieden bijkomend moeten voorzien de komende jaren. Maar veel stappen vooruit gaan we daar niet mee zetten. Natuurlijk zijn die hier en daar nodig, om de fouten uit het verleden te kunnen opvangen. Maar als het beleid (niet alleen van provincie) enkel daarmee bezig is, dan zal dat er wellicht alleen voor zorgen dat we het tempo van deze actualiteitsdebatten niet moeten versnellen. Want het is ondertussen wel duidelijk dat de klimaatverandering ervoor zorgt dat dit soort ‘uitzonderlijke’ weersomstandigheden steeds frequenter zal voorkomen. Deputé Naeyaert heeft in diverse media heel terecht gesteld dat absolute veiligheid niet bestaat. Een bufferbekken kan de frequentie van overstromingen verlagen, maar zal ze niet volledig voorkomen. Ik ga mij dus niet over deze end-of-pipe oplossingen buigen.

Daarom heb ik ook als attribuut niet een paar laarzen meegenomen, dat zou symbool staan voor de symptomen, de overstromingen. Maar wel een paraplu, omdat ik jullie willen uitnodigen om in de eerste plaats te kijken naar waar de regen die valt terecht komt, de oorzaak van de overstromingen.

We zouden ons vandaag ook kunnen buigen over de, vooral stedenbouwkundige, wetgeving die gaat over wat er met regenwater moet gebeuren. Want dat bepaalt natuurlijk mee de overstromingen van morgen. En we zien daar een grote tegenspraak in het beleid. Enerzijds wordt de wetgeving strenger. De Vlaamse stedenbouwkundige verordening rond hemelwater is de voorbije jaren al enkele keren herzien en voorziet steeds strengere regels rond infiltratie, buffering en dergelijke. Of het dan ook gegarandeerd is dat die regels ook gevolgd worden, en of hierop enige controle is, is een ander mogelijk pijnpunt. Maar zelfs mocht dat het geval zijn, is een goed waterbeheer nog niet gegarandeerd. Want anderzijds kan je vanalles doen zonder stedenbouwkundige vergunning, en dus zonder dat er regels opgelegd worden. Dat is een situatie waar de provinciale dienst waterlopen ook op botst bij zijn adviesverlening voor nieuwe projecten. Je kan nadat je een gebouw gerealiseerd hebt, 40 m2 bijbouwen zonder enige vergunning, of verhardingen aanleggen zolang je ze als oprit kan zien. Hoeveel situaties zouden er niet zijn van parkings die op plan in waterdoorlaatbare verharding zijn, maar in de praktijk na enkele jaren toch verhard worden? Heel veel groene voortuinen zijn de voorbije jaren verharde parkings geworden. Maar dat is natuurlijk Vlaamse materie en misschien eerder iets voor een toekomstige motie dan voor dit actualiteitsdebat.

Ik wil mij vandaag wel buigen over wat de provincie zelf kan doen om het probleem aan de bron aan te pakken.

  • En een eerste voorstel heb ik ook al in 2014 aangekaart: herzie alsjeblieft jullie infiltratiekaart (illustratie). Nu zegt die op basis van een aantal parameters dat het grootste deel van de bodem in West-Vlaanderen niet infiltreerbaar is. Het gevolg daarvan is dat bouwheren, architecten, aannemers niet gestimuleerd worden om creatief te zijn in het ter plaatse houden van het regenwater. Ik ben akkoord dat bij het zetten van bvb. een bedrijfsgebouw van 1000 m2 infiltratie in die gebieden geen oplossing zal bieden. Maar voor woningprojecten is het in veel meer gevallen dan de provinciale infiltratiekaart laat vermoeden toch perfect mogelijk om de beperkte oppervlakte, zeker als je onnodige verhardingen vermijdt, het regenwater ter plaatse te houden. Dat lijkt misschien elk afzonderlijk maar een beperkte hoeveelheid, maar voor elk grootschalig bedrijfsgebouw zijn er misschien wel 100 woningen, die samen dezelfde oppervlakte vertegenwoordigen.
  • Een tweede voorstel is zeer eenvoudig: pas op provinciaal niveau nu al de betonstop toe die Joke Schauvliege voorstelt tegen 2050. Voor de duidelijkheid: een betonstop betekent dat er geen extra open ruimte meer mag ingenomen worden door harde functies, elk nieuw bouwproject moet dan gecompenseerd wordt door elders evenveel ruimte terug te geven aan de natuur. Want de steeds voortschrijdende betonnering van Vlaanderen is een belangrijke oorzaak van de overstromingsproblematiek. Jullie kennen wellicht de kaartjes die deze evolutie aantonen en extrapoleren naar ongewijzigd beleid tegen 2050 (illustratie). Het illustreert perfect dat, als deze evolutie niet gestopt zal worden, de provinciale middelen nooit zullen volstaan om voor al die verhardingen bufferbekkens aan te leggen. Maar we zien in de ruimtelijke plannen die de provincie voorbereidt, nog teveel uitgaan van de klassieke benadering van inname van nieuwe open ruimte voor harde bestemmingen, vraaggestuurd werken en veel te weinig inzetten op compact en multifunctioneel ruimtegebruik.

Hopelijk hoeven we niet tot een volgende overstroming te wachten voordat deputé Naeyaert maar dus ook deputé Deblock met deze maatregelen, waarvoor de provincie zelf de sleutels in handen heeft, aan de slag gaan.