Afslanking van de provincies: bijna lege doos

Onze commentaar op de afslanking van de provincies, gebracht door fractieleidster Gerda Schotte naar aanleiding van een actualiteitsdebat in de provincieraad:

De afslanking van de provincies in het Vlaamse regeerakkoord bevatte grosso modo 5 elementen. Het was vanaf het begin al een halfslachtig compromis tussen NVA die de provincies wil afschaffen en CD&V die ze (als machtsbastion) wil behouden.

Drie zaken zijn ondertussen rapper afgeslankt dan de provincies zelf :

  • Geen persoonsgebonden taken meer voor de provincies

De Vlaamse regering merkte al snel dat het niet zo eenvoudig was om een strikt onderscheid te maken tussen grondgebonden en persoonsgebonden bevoegdheden. Wat doe je pakweg met sportinfrastructuur op een provinciedomein zoals in de Gavers? Of met culturele infrastructuur zoals in Raversyde? De conclusie was al snel: alles wat maar enigszins in een grijze zone zit, laten we voor het gemak bij de provincies.

Een andere, weinig verrassende conclusie was dat er heel weinig steden of gemeenten stonden te springen om iets over te nemen van de provincies. Dat zou op zich niet zo erg zijn, als Vlaanderen dan ook de consequentie daarvan zou nemen: zelf de infrastructuur overnemen die ze niet meer bij de provincies wil zien. Maar ook Vlaanderen stond niet te springen. Vandaar de gekke situaties van vandaag: de provincie mag geen sportbeleid meer voeren, maar mag wel het provinciale zwembad behouden. De provincie mag geen cultuurbeleid meer voeren, maar mag in de provincie Antwerpen wel de Warande blijven uitbaten. Vlaanderen slaagt er dus niet in om zijn eigen beleidskeuze in de praktijk om te zetten.

En het moet gezegd, ook de provincie doet zelf de nodige moeite om de doos nog wat leger te maken. Elk excuus is goed om te blijven doen wat vroeger ook al gebeurde.

Gezien ‘woonbeleid’ een grondgebonden bevoegdheid is, zal alles wat enigszins daarmee te maken heeft, verschuiven van ‘welzijn’ naar ‘wonen’. Er worden geen sportsubsidies meer uitgedeeld, maar wel ‘promotionele ruimte’ gekocht in publicaties van wielerwedstrijden of andere sportevenementen. Noem de sportprijzen een onderdeel van het communicatiebeleid, en we kunnen rustig verder blijven doen. Initiatieven als Beaufort noemen we geen cultuur meer, maar toerisme en klaar is kees.

Gezien West-Vlaanderen bij de gelukkigen is die meer ‘kosten’ dan centen afgepakt worden, kunnen we dat hopelijk ook blijven betalen.

  • Het provincievrij maken van de grote steden met meer dan 200.000 inwoners

Wegens juridische moeilijkheden is dit ondertussen volledig gesneuveld (en gelukkig maar, want ook dit zou bron geweest zijn van tal van onlogische situaties en bevoegdheidsproblemen).

  •  Financiële luik: een dotatie in plaats van opcentiemen op de onroerende voorheffing

De voorziene dotatie die de provincies zouden krijgen in plaats van hun eigen fiscale bevoegdheden is eveneens gesneuveld. Door de weggevallen bevoegdheden worden de tarieven die ze kunnen aanrekenen, wel beperkt, maar dat geldt maar voor een bepaalde periode. Daarna kunnen de provincies weer belastingen verhogen zoals ze zelf willen. Wat heeft Vlaanderen daar dan mee bereikt?

Er zijn nog 2 initiatieven die wel onverkort overeind blijven.

  • Terugtreden uit intergemeentelijke samenwerkingsverbanden

Dat is voorzien voor het einde van de huidige legislatuur en dat zal er wel van komen. Provincies hebben inderdaad niets te zoeken in intercommunales voor pakweg afvalverwerking of energiedistributie. Maar de vraag is of het wel zo logisch is om provincies te weren uit intercommunales die wel gaan over hun grondgebonden bevoegdheden, zoals bvb. de intercommunales voor streekontwikkeling.

  • Beperking van het aantal mandatarissen

De provincies zullen voortaan bestuurd worden door ongeveer de helft van het huidige aantal raadsleden. Voor West-Vlaanderen zijn dat er 35, evenveel als een stad tussen 40 en 50.000 inwoners. Brugge, Kortrijk, Oostende en Roeselare zullen dus meer gemeenteraadsleden tellen dan West-Vlaanderen provincieraadsleden. Het aantal deputés wordt beperkt tot 4, evenveel als schepenen in een gemeente tot 10.000 inwoners.

De vraag is dus of er van deze eerder symbolische ingrepen uberhaupt iemand beter wordt.

We kunnen alleen maar concluderen dat de aangekondigde ‘grote hervorming’ tot nu toe vooral veel tijd en geld heeft gekost in het produceren van papier en het vergaderen en dat het, vooral bij het personeel, voor zeer veel onrust heeft gezorgd en nog zorgt.

Of dit de efficiëntie van de werking voor de inwoners van onze provincie ten goede komt en of we zo ‘wat we zelf doen beter doen’ betwijfel ik.

Advertenties