De zitpenningen van de provincieraad

De afgelopen weken stonden de vergoedingen die politici krijgen erg  in de aandacht. Een blogstukje hierover kan dan ook niet ontbreken, zeker omdat ik al langer dan vandaag in de provincieraad op dit thema werk en een matiging bepleit.

Eerst mijn eigen cijfers: in 2015 kreeg ik van de provincie en de POM 9649 euro bruto aan presentievergoedingen, goed voor 48 betaalde vergaderingen. Er zijn een 4-tal vaste vergaderingen per maand: 1 namiddag provincieraad, en telkens in de vooravond 2 commissievergaderingen en een raad van bestuur van de POM (provinciaal ontwikkelingsmaatschappij, een autonoom provinciebedrijf). In de fractie hebben we elk 1 bijkomend mandaat in zo’n orgaan, behalve Gerda die fractieleidster is en dus naar het bureau gaat (zie verder). Doe daar nog wat extra vergaderingen bij (regiocommissie, verenigde commissie, extra zittingen bij de budgetbesprekingen) en die zijn goed om het gemiddelde op 4 per maand te brengen, want in juli en augustus staan de activiteiten op een laag pitje.

Daarvan werd 3193,73 ingehouden als bedrijfsvoorheffing (ik ga er even gemakshalve van uit dat dit de belasting is die ik effectief betaal), en gaat 1930 als afdracht naar de partij (20% van het brutobedrag, met uitzondering van PvdA de hoogste afdracht van alle partijen). Schiet over: 4525 euro netto. Daarnaast is er een voordeel in natura (we krijgen een laptop en printer), een vergoeding voor internet/communicatie van 50 euro per maand en worden we onze verplaatsingskosten terugbetaald.

Ik vind dat best veel. Ik heb voor ik provincieraadslid werd (mijn eerste ‘officieel’ mandaat) 10 jaar als vrijwilliger bovenlokaal aan politiek gedaan, in verschillende functies bij Groen. Daar zaten best intensieve periodes in, even intensief als provincieraadslid. Als bvb. regionaal of provinciaal voorzitter had ik daar zeker een extra halftijdse job mee. Het maximumbedrag dat ik ooit ontving van de partij (naast ook verplaatsingskosten) was 50 euro per maand.

En dan zijn wij als kleine oppositiepartij nog lang niet de bestverdienende mandatarissen. De meeste (en zeker de lucratiefste) mandaten worden verdeeld onder de meerderheid, wij komen er maar aan te pas als er onder de oppositiepartijen afspraken gemaakt worden wie in welk orgaan zetelt of als elke partij moet vertegenwoordigd zijn. Ja, ook in de energiesector zijn er vertegenwoordigers. Het is weliswaar al beslist dat West-Vlaanderen uit Eandis gaat stappen, maar pas in 2019 (als ze echt verplicht zijn). En in bvb. afvalintercommunales heeft de provincie eigenlijk inhoudelijk niets te zoeken, maar ze zijn historisch aandeelhouder en blijven dus ook zitten (goed om bvb. iemand een zitje te geven die in eigen gemeente in de oppositie zit).

Met bepaalde vergoedingen hebben wij een probleem. Met name de dubbele zitpenning en forfaitaire vergoedingen voor commissievoorzitters willen wij eruit.

Een dubbele zitpenning is bvb. voorzien voor leden van het ‘bureau’: dit orgaan regelt de praktische zaken voor de vergaderingen van het provincieraad. Er is een maandelijkse vergadering die 1 à anderhalf uur duurt, gevolgd door een maaltijd. De leden krijgen een dubbele zitpenning, terwijl er geen grotere werklast of tijdsbesteding is vergeleken met andere vergaderingen. Onder andere de fractieleiders maken hier –logischerwijs- deel van uit, maar zij krijgen voor hun extra verantwoordelijkheid al een bijkomende vergoeding.

Daarnaast krijgen voorzitters van een thematische commissie zo’n 1600 euro bruto forfaitaire onkostenvergoeding per jaar. Bij een regiocommissie of een vervangend voorzitter gaat het over een dubbele zitpenning. Het inhoudelijk werk in de commissies wordt nochtans gedaan door ambtenaren of door de deputé. De rol van de voorzitter betekent vooral tot het woord verlenen aan degene die de toelichting doet of de mensen die vragen stellen. Groen vindt zo’n vergoeding dan ook overbodig.

Ook dat we betaald worden voor de jaarlijkse ‘rede’ van de gouverneur is voor ons een doorn in het oog. Dat betekent: een anderhalf uur luisteren naar een thematische toespraak, walking dinner achteraf en daarvoor betaald worden. Met als reden dat dit deel uitmaakt van de zitting van de provincieraad (onze voorgangers wisten ons echter te vertellen dat de echte reden van de zitpenning was dat er anders niet veel volk kwam opdagen voor de gouverneur). Na veel palaveren en voor de verandering eens wat steun van sommige andere partijen hadden we bekomen dat de rede op dezelfde dag als de provincieraad was en dus maar als 1 zitting telde. Dat vormde een besparing van zo’n 12.500 euro, toch geen onaanzienlijk bedrag. Maar na 2 jaar werd deze maatregel weer afgevoerd. Met Groen en ook NVA schenken we in zo’n geval dan ook onze zitpenning weg aan een goed doel dat te maken heeft met het thema van de rede.

Ik heb er geen probleem mee dat politici een vergoeding krijgen voor het werk dat ze doen. En in belangrijke functies mag dat ook een ordentelijke vergoeding zijn. Maar het moet altijd in verhouding zijn tot de geleverde inspanning. In bovenstaande voorbeelden vinden wij dat dit niet het geval is. En ik ben ervan overtuigd dat ik nog lang niet alle voorbeelden ken.

Spijtig genoeg krijgt zoiets weinig persaandacht. Toen we verschillende keren hierover voorstellen deden in de provincieraad om het huishoudelijk reglement aan te passen, was de pers niet geïnteresseerd. Teveel politique politicienne waarschijnlijk. Maar toen we na het uitbreken van de recente schandalen over vergoedingen voor politici een oud persbericht hierover nog eens recycleerden, werd dit wel opgepikt. Jammer dat hiervoor eerst een schandaal nodig was.

Het ligt ook erg gevoelig bij de andere partijen. Er werden al hevige discussies gevoerd in het bureau toen we voorstellen hierover deden. Nu dit ook in de pers gekomen is, zal dit opnieuw het geval zijn. Volgens sommige partijen schenden we ‘de waardigheid van het ambt’. Wij vinden het heel vreemd dat een persinitiatief van een partij zou moeten beoordeeld worden in het bureau, is er dan geen vrijheid van meningsuiting? In plaats van zich te beraden over de hoogte van de vergoedingen, schiet men op de boodschapper. Dat doet me aan een bepaalde Amerikaanse politicus denken, jullie ook?

En dan heb ik het in het bovenstaande (al te lange) stukje nog niet over het feit dat als een commissievergadering langer dan een uur aansleept, er al velen al vroeger vertrekken, wellicht zich reppen naar een volgende (misschien betaalde?) vergadering.

Kortom, er is nog veel werk aan de winkel. U kunt rekenen op ondergetekende om dit te blijven aankaarten.

Advertenties