Houd met ruimtelijke argumenten de uitbreiding van het Tieltse slachthuis tegen

Opiniestuk verschenen op kw.be

Sinds de undercoverreportage van Animal Rights waarop gruwelijke beelden van dierenmishandeling te zien waren, staat het Exportslachthuis Tielt nv in het middelpunt van de belangstelling. De verontwaardiging is –terecht- groot en de reacties massaal. 150.000 mensen tekenden al de petitie van de dierenrechtenorganisatie om het slachthuis te sluiten.

Het toeval wil dat er momenteel een Provinciaal Ruimtelijk Uitvoeringsplan (of kortweg RUP) in openbaar onderzoek is om het slachthuis uit te breiden. Het bedrijf heeft de intentie om de capaciteit uit te breiden van 1,5 naar 2,5 miljoen varkens per jaar, een gigantische hoeveelheid. De provincie heeft nog de kans om deze uitbreiding tegen te houden: het plan moet na het openbaar onderzoek definitief vastgesteld worden.

Hoeveel mensen er ook de petitie van de dierenrechtenorganisaties zullen ondertekenen, dat zal weinig impact hebben. Bezwaren die niets met ruimtelijke ordening te maken hebben, betekenen weinig in zo’n openbaar onderzoek.

Laat mij daarom toe een suggestie te doen voor een argument dat wél ruimtelijk is. En dat was meteen de reden waarom Groen, als enige partij, in de provincieraad dit RUP niet goedkeurde. De uitbreiding van het slachthuis gebeurt deels in ‘herbevestigd agrarisch gebied’. Dat is een vakterm voor landbouwzone die door de Vlaamse overheid de voorbije jaren werd bestempeld als blijvend voor de landbouw bedoeld. De landbouwsector zou er dus rechtszekerheid moeten hebben dat dit niet wordt ingepalmd voor andere bestemmingen. Dat is echter buiten de provincie West-Vlaanderen gerekend, die – niet voor het eerst – bedrijven in zo’n gebied toch wil laten uitbreiden.

Tot voor kort kon je misschien nog argumenteren dat een slachthuis een bijdrage levert aan de landbouw door de gekweekte dieren op te kopen. Ik denk echter niet dat de reeds veelgeplaagde varkensboeren vandaag nog vinden dat het bedrijf een positieve bijdrage levert aan hun sector. Groen is geen grote fan van grootschalige industriële veeteelt, maar je zal als landbouwer maar met de beste bedoelingen je dieren grootbrengen, om ze daar dan zo te zien aan hun einde komen…

Het RUP bevat ook een nieuwe ontsluitingsweg voor het bedrijf, dat de mensen van de Hondstraat moet ontlasten van het zware transport. Maar op basis van het afgeleverde planologisch attest is die weg reeds vergund en uitgevoerd. Gelukkig hoeft de buurt daarom op dat vlak niet mee slachtoffer te zijn als het geplande RUP wordt afgeblazen.

Mochten alle West-Vlamingen die een petitie van een dierenrechtenorganisatie tekenden, en mochten alle boeren die nu mee slachtoffer zijn van de wanpraktijken in het slachthuis, mee bezwaar indienen tegen dit slachthuis met dit ruimtelijk argument, vormt dit een krachtig signaal voor het provinciebestuur om de geplande uitbreiding te blokkeren. Er is nog tijd tot 7 april via (onder andere) procoro@west-vlaanderen.be. Doen!

Advertenties

Het verhaal van de provinciale subsidie voor Velt

Op 5 maart was ik te gast op de provinciale algemene vergadering van Velt, omdat mijn politiek werk ervoor gezorgd heeft dat zij een subsidie van 10.000 euro kregen. Ik bracht er de volgende toelichting:

Het komt niet vaak voor dat je als oppositielid in de provincieraad een tastbaar resultaat ziet van je politiek werk. Het gebeurt nog minder dat je daarna uitgenodigd wordt om eens te komen uitleggen hoe dit resultaat bereikt werd. Om het eens uitgebreid over zoiets te hebben, moet ik normaal bloggen (wat ik ook wel zal doen), maar het is veel aangenamer om dit ‘live’ te kunnen doen. Ik ben dus zeer blij met de uitnodiging van vandaag, waarbij ik gevraagd werd om te schetsen hoe de provinciale subsidie voor Velt tot stand gekomen is. Ik heb de historiek opgelijst in 7 stappen.

STAP 1: budgetwijziging 2015

In de 4e budgetwijziging van eind 2015 duikt voor het eerst een bedrag van 10.500 euro nominatieve subsidie op voor Tuinhier (de vroegere Volkstuinen) in de lijst van dergelijke subsidies die in een budget staan. Dat was de aanleiding om vragen te stellen bij het hoe en waarom van deze subsidie, net zoals ik dat al voor andere types subsidie deed (bvb. voor de oudstrijdersverenigingen, die verhuisden van cultuur naar algemeen beleid).

STAP 2: schriftelijke vraag (januari 2016)

Ik vraag naar

–          De reden van deze subsidie in de budgetwijziging

–          De inhoudelijke doelstelling

–          Criteria voor het toekenning van zo’n subsidie

–          Basis voor hoogte van het bedrag

Ik moet lang wachten op antwoord, meer dan 2 maanden (normale antwoordtermijn 1 maand), een goede reden om wantrouwig te worden.

Ik krijg vrij nietszeggende antwoorden

–          Tuinhier krijgt al lang subsidie, vroeger via ander kanaal, nu uit landbouwbudget en onduidelijkheid over waar dit thuishoorde

–          Het is een algemene werkingssubsidie, kaderend in het thema stadslandbouw

–          De hoogte van het bedrag is al lang gelijkaardig

STAP 3: mondelinge vraag (maart 2016)

Ik vraag in het maandelijkse vragenuurtje voor de zitting van de provincieraad aan de bevoegde deputé: als er een andere vereniging die rond hetzelfde thema actief is bij de provincie komt aankloppen, zullen zij ook subsidie krijgen en zo ja, hoe zal het bedrag bepaald worden?

Antwoord: Velt (ze weten uiteraard ook over welke vereniging het kan gaan) krijgt ook al een subsidie van de provincie, maar via een samenwerkingsovereenkomst, misschien is dit te bekijken.

Ik reageer al: de subsidie voor Velt is mij niet bekend, des te beter als dat zo is, maar eigenaardig dat dit niet op dezelfde manier verloopt

STAP 4: nieuwe schriftelijke vraag (mei 2016)

De ervaring leert mij dat het goed is om de antwoorden die je mondeling krijgt te dubbelchecken. Ik vraag dus naar de subsidie die Velt zou krijgen:

–          Via welk subsidiemechanisme verloopt dat en over welk bedrag gaat het?

–          Hoe werd dat bedrag bepaald?

–          Wat is de verklaring voor het verschil tussen Velt en Tuinhier

In het antwoord moet worden toegegeven dat wat geantwoord werd in de vorige stap niet klopt: Velt krijgt geen werkingssubsidie, maar was in het verleden een bevoorrechte partner bij campagnes rond ecologische siertuin, pesticidenreductie, en ecomoestuinteams waarvoor er een samenwerkingsovereenkomst was, die een vergoeding betekende van 8000 euro.

Maar: een vergoeding voor tegenprestatie is geen werkingssubsidie (waarvoor enkel moet aangetoond worden dat het geld gebruikt werd, wat uiteraard niet zo moeilijk is)!

Gelukkig voor Velt ben ik niet te goedgelovig.

STAP 5: interpellatie over beleid nominatieve subsidies (juni 2016)

Ik wil een pleidooi houden voor objectieve criteria in dergelijke subsidies, zodat organisaties die met gelijkaardige zaken bezig zijn, ook gelijkaardig zouden behandeld worden.

Met een politiek foefje wordt de interpellatie onontvankelijk verklaard (zogezegd omdat je als raadslid een eigen voorstel van subsidiereglement kan voorstellen), wellicht in de hoop dat deze discussie dan niet moet gevoerd worden.

STAP 6: eigen voorstel voor subsidiereglement voor specifieke medische hulpverlening (september 2016)

Als ze denken dat ze mij daarmee tegenhouden, dan kennen ze mij nog niet goed. De volgende provincieraad dien ik een eigen voorstel in, niet over het thema stadslandbouw, maar wel over de specifieke medische hulpverlening (waar er ook een heel onlogische situatie is waarbij de MUG-helicopter 110.000 euro krijgt en de Vrijwillige Blankenbergse zeereddingsdienst nog geen 2500 euro). Nu moet men wel de discussie voeren, maar zoals verwacht wordt het voorstel weggestemd.

STAP 7: provincie voorziet 10.000 euro voor Velt in budget 2017

Ik hou mij verder in en lanceer geen nieuwe voorstellen om de discussie niet op de spits te drijven. Ik checkte uiteraard direct toen we de budgetvoorstellen kregen of er iets gewijzigd was hierover en merkte dat er een subsidie van 10.000 euro voorzien werd voor Velt. Dat is zelfs meer dan ik verwacht had. Een mogelijk criterium zou bvb. de verhouding van ledenaantal kunnen zijn, maar des te beter voor Velt is dit dus bijna hetzelfde bedrag als Tuinhier geworden.

Als provincieraadslid voor Groen ligt het werk van Velt mij natuurlijk nauwer aan het hart dan die van Tuinhier (ik ben ook lid). Maar het belangrijkste punt voor mij is niet: Velt moet subsidie krijgen, wel  verenigingen met een gelijkaardige werking moeten op een gelijkwaardige manier behandeld worden.

Ik heb niet het gevoel dat ik meer gedaan heb dan mijn taak als oppositieraadslid (wat door de directeur van Velt weliswaar tegengesproken wordt), maar ik bedank Velt om de gelegenheid om mijn verhaal te doen.