Op bezoek bij het slachthuis van Tielt

Het is al veel te lang geleden dat ik nog eens geblogd heb. Maar een bezoek aan het slachthuis van Tielt, dat in het voorjaar volop in de media kwam na beelden over verregaande dierenmishandeling , is een goede aanleiding om hier nog eens werk van te maken.

Je herinnert je wellicht de beelden: varkens die aan hun oren voortgetrokken werden, al mankend voortgeslagen worden, of onvoldoende verdoofd werden en krijsend gekeeld. Niet voor gevoelige kijkers…

Na enkele weken verplichte sluiting, ging na het goedkeuren van een actieplan het slachthuis weer open. Een deel van de klanten, zoals de grote warenhuizen, zetten de samenwerking met het Tieltse slachthuis stop. Terecht, en een goede zaak, want het toont dat dierenwelzijn niet alleen uit respect voor het dier moet gebeuren, maar ook een economische noodzaak is. De vraag is natuurlijk of de andere slachthuizen waar het vlees uit in de frigo’s van de warenhuizen nu vandaan komt het beter doen. De recente beelden uit het slachthuis van Izegem, deze keer bij runderen, doen vermoeden dat Tielt geen alleenstaand geval is, spijtig genoeg.

Het slachthuis doet er nu alles aan om zijn imago weer op te krikken. Daar hoorde ook een ‘opendeurmaand’ bij. In kleine groepen van 10 personen kregen geïnteresseerden de kans om (een deel van) het slachthuis te bezoeken. Ik was er snel genoeg bij om nog een plaatsje te bemachtigen. Een wereld die ik helemaal niet ken en vrij confronterend is. Het bezoek zelf bestond uit 2/3 theorie en 1/3 rondleiding in het slachtproces. Uiteraard werd alles in het werk gesteld om een goede indruk te maken en alles wat helpt bij het welzijn van het dier, uitgebreid toe te lichten. Van een buurtbewoner vernam ik dat het deze maand opvallend rustig was in het slachthuis, wat doet vermoeden dat de capaciteit bewust beperkt gehouden werd.

Maar inderdaad, de dieren waren eigenlijk opvallend rustig en lieten zich gemakkelijk naar de ‘slachtbank’ leiden. Geen mankementen te bespeuren bij de verdoving en uiteraard uitgebreide controle tijdens het bezoek. Het zou ook verwonderen dat er op zo’n moment een risico gelopen wordt dat er iets misloopt. Dus de vraag of deze situatie representatief is voor een normale bedrijfsvoering, blijft voor mij toch wel een stuk open. Het slachthuis gaat er prat op dat er sinds 2014 heel sterk ingezet wordt op dierenwelzijn. ‘Hoe was het dan voor 2014, als er nu nog zo’n beelden opduiken?’, is de vraag die bij mij dan spontaan opkomt. Een opvallende uitspraak vond ik zelf het gegeven dat men de vloer en wanden van de compartimenten waar de dieren uitrusten voordat ze verder gedreven worden naar de verdoving, zo egaal mogelijk gehouden wordt van kleur: dat werd ‘gelijkend op hun natuurlijke habitat’ genoemd. Met die term bedoelt men dan dat het lijkt op het varkenshok waar die dieren van geboorte tot dood hun leven doorbrengen. Dat vergelijken met natuur lijkt mij even absurd als reclame maken voor een benefietontbijt voor dierenwelzijn via een affiche met worst, spek en eieren… En het illustreert dat het niet zonder reden is dat Groen altijd de nadruk legt op het benaderen van dierenwelzijn over het hele leven van het dier, en niet alleen te kijken naar de laatste uren of minuten.

Achteraf stelde ik aan de woordvoerder van het bedrijf de voor mij cruciale vraag in dit dossier: ‘Als je dag in dag zoveel varkens ziet passeren (momenteel 1,5 miljoen varkens/jaar) is het wel mogelijk om die dieren te zien als een levend wezen en niet als een product?’. Er werd natuurlijk geantwoord dat dit iets is waar men dagdagelijks aan werkt, maar voor Groen is dit de reden waarom wij tegenstander zijn van de geplande uitbreiding van het slachthuis. Het is onbegrijpelijk dat de provincie gewoon overgaat tot de orde van de dag alsof er niets gebeurd is.

Lees hier ons persbericht daarover: http://www.groenwestvlaanderen.be/standpunten/persmededelingenDetail.php?GrArt_ID=484#.WcrJsrpuKGg

Advertenties