mijn speech op de @Groen bustour in Kortrijk

Beste groene vrienden, Meyrem,

 

Ik mag jullie niet alleen hartelijk welkom heten in de stad Kortrijk, maar ook in het provinciaal kiesarrondissement Kortrijk-Roeselare-Tielt. Dat is een beetje groter dan de stad Kortrijk, natuurlijk, maar de uitdagingen zijn eigenlijk erg gelijklopend. Ook van het provinciebestuur van vandaag kunnen we zeggen: dit is geen groen beleid. Ze doen zelfs een beetje minder hun best dan in Kortrijk om het zo te noemen. Ze verkopen wel veel show, daar zijn ze ook goed in. Maar dat is geen groen beleid, dat is een traditioneel beleid waar men probeert een klein groen laagje vernis op te leggen. Ook voor de provincie kan het anders en moet het anders. En hoewel de provincie dikwijls pronkt met wat ze doen in hun provinciale domeinen, en soms is dat terecht, lijkt het wel alsof ze nooit van de betonstop gehoord hebben. Alhoewel dat ondertussen, zelfs al in de Vlaamse regering, doorgesijpeld is dat dit echt een van de uitdagingen voor de toekomst is voor Vlaanderen.

Maar bij de provincie blijft men maar voortdoen met het traditioneel uitbreiden en inplanten van nieuwe industrieterreinen. Een zonevreemd bedrijf dat wil uitbreiden in herbevestigd agrarisch gebied, dat kan allemaal. Wij als enigen geven daar tegenwind. Op dat moment zijn wij de bondgenoten van de landbouwsector, en niet de partijen die altijd pretenderen om dat te zijn. Ja, wij staan voor een leefbaar inkomen van de familiale landbouwer. Maar wij staan niet voor de grootschaligheid en de industrialisering van de landbouw zoals we die vandaag zien. De situaties de afgelopen jaren in de slachthuizen van Izegem en van Tielt bijvoorbeeld hebben ons getoond waar dat ons toe leidt.

En wij staan voor natuur, wij staan voor echte natuur in onze regio. We hebben er al weinig, wat doet het huidige provinciale beleid? Als ze fietssnelwegen aanleggen, dan vinden ze het nodig om de laatste snippers natuur die we in deze dichtbebouwde regio nog hebben onder een laag asfalt te doen verdwijnen. Mochten wij kunnen fietssnelwegen aanleggen, wij zouden dat op een andere manier doen.

En ja, wij als Groen, staan voor economische ontwikkeling. Maar wel op een duurzame manier. Wij zijn de windrijkste provincie door onze ligging aan zee. Laat ons dus bijvoorbeeld volop inzetten op het uitbouwen van windenergie in onze provincie, wat vandaag echt niet gebeurt. Dat zou een veel betere investering zijn, dan –hier een klein beetje verder- een verlieslatende luchthaven voor de happy few kunstmatig in leven te houden.

Ik zou zo nog een tijdje kunnen voortgaan met voorbeelden geven hoe wij het anders zouden doen. Maar ik ga niet alle 12 de speerpunten uit ons provinciaal programma toelichten vandaag, anders sta ik hier langer aan het woord dan David (Wemel, lijsttrekker voor Groen voor de stad Kortrijk, nvdr) en dat is niet de bedoeling. En dan moeten jullie nog langer wachten op de laatste spreker, Meyrem (Almaci) en dat is ook niet de bedoeling.

Dus ook voor de provincie West-Vlaanderen hopen wij dat we er in slagen om een goed resultaat neer te zetten. Door de hertekening van de kieskringen is Kortrijk-Roeselare-Tielt de grootste kieskring van onze provincie. En als er een kieskring is waar we twee zetels kunnen halen dan is het hier. Persoonlijk ga ik daarvoor, dat is mijn ambitie. En dan hoop ik dat Ilse Bleuzé, hier uit Kortrijk, ook verkozen is en samen met mij naar de provincieraad mag. Laat ons daarvoor gaan!

Advertenties

Menen Pest

Halfweg september was ik, samen met Philippe Mingels (Groen-gemeenteraadslid in Menen),  op een infovergadering georganiseerd door het buurcomité De Alerte Koekuit waarin de provincie haar plannen voor Menen West kwam verdedigen. De provincie doet heel veel goede dingen, maar af en toe ben ik ook beschaamd om wat dit bestuur naar voor brengt en hoe het de mensen behandelt. Dit was zo’n moment.

Een korte geschiedenis: bij de afbakening van het kleinstedelijk gebied Menen in 2013 werd een zone tussen Menen en Wervik aangeduid als bijkomende industriezone. Die zone paalt aan een woonwijk, die al te lijden heeft van een bestaande grote industriezone: Menen Grensland. Geur- en lawaaihinder zijn er belangrijke ergernissen, en er gebeuren al jaren dioxinemetingen omdat er sterk vervuilende bedrijven gevestigd zijn. De buurt gaat, met inhoudelijke ondersteuning van Philippe Mingels, naar de Raad van State en wint de zaak, waardoor de ruimtelijke bestemming van het gebied weer geschrapt wordt. Voornaamste argument is dat de provincie slechts 1 zone onderzocht om te bestemmen als industriegebied, en geen alternatieven.

Het duurt niet lang of het provinciebestuur begint van voor af aan. Deze keer wel met het onderzoeken van verschillende mogelijke inplantingen, tussen Menen en Wervik en tussen Menen en Wevelgem. Niet echt verrassend was het resultaat van dit onderzoek dezelfde zone als eerder al aangeduid werd (er waren ondertussen natuurlijk al heel wat speculatieve aankopen van gronden in de betrokken zone).

De huidige beleidsploeg, gedeputeerde Franky De Block op kop, schermt met ‘objectieve feiten’, zoals een onderzoek naar de behoefte aan ruimte voor bedrijven dat aantoont dat er nood is aan extra ruimte voor bedrijvigheid. Voorstanders van bijkomende bedrijventerreinen schermen ook met het argument van de werkloosheid.

Spijtig genoeg wordt er niet naar álle feiten gekeken. Want in de periode 2011-2012 werd in Menen (en Wevelgem) een biomonitoringsonderzoek gevoerd. Dit omdat er een hotspot aan vervuilende bedrijven aanwezig is waarvan er een vermoeden was dat ze gezondheidsproblemen veroorzaken. Aan de hand van stalen van urine en haar van jongeren werd gekeken of er vervuilende stoffen aanwezig waren die een impact hadden op de gezondheid van de deelnemers. Het antwoord was overduidelijk: JA.

Op basis van dat feit is er eigenlijk maar 1 logische conclusie mogelijk: er moet iets gedaan worden aan de uitstoot van de bestaande bedrijven. Maar het huidige beleid, zowel van de stad (want de huidige meerderheidspartijen zijn vragende partij) als van de provincie, doet eigenlijk het omgekeerde: het is van plan om nog een bijkomende industriezone in te planten, met bijgevolg bijkomende vervuiling. Er wordt de keuze gemaakt om de gezondheid van de omwonenden ondergeschikt te maken aan de belangen van de industrie.

Maar dat werd op die infoavond natuurlijk niet gezegd. Er werd met heel veel woorden getracht om het onverdedigbare toch te verdedigen. Als mensen klachten over geluid hebben, wordt geschermd met de geluidsnormen. Maar het is natuurlijk op een bedrijventerrein wel toegelaten om lawaai te produceren! Dat de normen gerespecteerd worden, betekent helemaal niet dat de omwonenden geen klachten kunnen hebben.

En toen men de indruk wilde geven dat een nieuw industrieterrein ‘niet-milieubelastend’ is, kon ik het toch niet laten om eens uit mijn krammen te schieten. Niet-milieubelastende bedrijven bestaan niet! Eén van de stoffen die een probleem bleken in het biomonitoringsonderzoek zijn PAK’s (polyaromatische koolwaterstoffen). Ik bespaar jullie de technische uitleg, maar een van de belangrijkste bronnen in Vlaanderen van PAK’s is het verkeer. Wat zijn dan niet-milieubelastende bedrijven? Fabrieken waar geen enkele vrachtwagen naartoe rijdt? Waar geen enkele werknemer met de wagen komt? Extra bedrijven is extra vervuiling. Punt. En dat op een locatie waar wetenschappelijk bewezen is dat de bestaande bedrijven al een impact hebben op de gezondheid van de omwonenden. Welke feiten heb je nog nodig?

En werkgelegenheid is ook al een vals argument. Mocht er een relatie zijn tussen de oppervlakte aan industrie in een gemeente of stad en de werkloosheidscijfers, dan zou Menen een erg lage werkloosheid kennen. Want met Menen Grensland, Menen-Oost, de LAR en de recente uitbreiding LAR Zuid is Menen al ruim van industriegebied bediend. Neen, nieuwe bedrijven zullen eerder, zoals in heel Zuid-West-Vlaanderen, moeten recruteren in Noord-Frankrijk en Wallonië of tot ver buiten de regio om voldoende geschikte werknemers te vinden.

En op het einde van de avond komt gedeputeerde De Block dan nog zijn gekende liedje afspelen over ‘democratische inspraak’. En dat terwijl het huidige provinciebestuur doof blijft voor de verzuchtingen van de omwonenden en tegen alle logica in toch blijft vasthouden aan het ouderwetse concept van steeds meer ruimte innemen voor industrie. Hoog tijd voor een ander beleid!