mijn speech op de @Groen bustour in Kortrijk

Beste groene vrienden, Meyrem,

 

Ik mag jullie niet alleen hartelijk welkom heten in de stad Kortrijk, maar ook in het provinciaal kiesarrondissement Kortrijk-Roeselare-Tielt. Dat is een beetje groter dan de stad Kortrijk, natuurlijk, maar de uitdagingen zijn eigenlijk erg gelijklopend. Ook van het provinciebestuur van vandaag kunnen we zeggen: dit is geen groen beleid. Ze doen zelfs een beetje minder hun best dan in Kortrijk om het zo te noemen. Ze verkopen wel veel show, daar zijn ze ook goed in. Maar dat is geen groen beleid, dat is een traditioneel beleid waar men probeert een klein groen laagje vernis op te leggen. Ook voor de provincie kan het anders en moet het anders. En hoewel de provincie dikwijls pronkt met wat ze doen in hun provinciale domeinen, en soms is dat terecht, lijkt het wel alsof ze nooit van de betonstop gehoord hebben. Alhoewel dat ondertussen, zelfs al in de Vlaamse regering, doorgesijpeld is dat dit echt een van de uitdagingen voor de toekomst is voor Vlaanderen.

Maar bij de provincie blijft men maar voortdoen met het traditioneel uitbreiden en inplanten van nieuwe industrieterreinen. Een zonevreemd bedrijf dat wil uitbreiden in herbevestigd agrarisch gebied, dat kan allemaal. Wij als enigen geven daar tegenwind. Op dat moment zijn wij de bondgenoten van de landbouwsector, en niet de partijen die altijd pretenderen om dat te zijn. Ja, wij staan voor een leefbaar inkomen van de familiale landbouwer. Maar wij staan niet voor de grootschaligheid en de industrialisering van de landbouw zoals we die vandaag zien. De situaties de afgelopen jaren in de slachthuizen van Izegem en van Tielt bijvoorbeeld hebben ons getoond waar dat ons toe leidt.

En wij staan voor natuur, wij staan voor echte natuur in onze regio. We hebben er al weinig, wat doet het huidige provinciale beleid? Als ze fietssnelwegen aanleggen, dan vinden ze het nodig om de laatste snippers natuur die we in deze dichtbebouwde regio nog hebben onder een laag asfalt te doen verdwijnen. Mochten wij kunnen fietssnelwegen aanleggen, wij zouden dat op een andere manier doen.

En ja, wij als Groen, staan voor economische ontwikkeling. Maar wel op een duurzame manier. Wij zijn de windrijkste provincie door onze ligging aan zee. Laat ons dus bijvoorbeeld volop inzetten op het uitbouwen van windenergie in onze provincie, wat vandaag echt niet gebeurt. Dat zou een veel betere investering zijn, dan –hier een klein beetje verder- een verlieslatende luchthaven voor de happy few kunstmatig in leven te houden.

Ik zou zo nog een tijdje kunnen voortgaan met voorbeelden geven hoe wij het anders zouden doen. Maar ik ga niet alle 12 de speerpunten uit ons provinciaal programma toelichten vandaag, anders sta ik hier langer aan het woord dan David (Wemel, lijsttrekker voor Groen voor de stad Kortrijk, nvdr) en dat is niet de bedoeling. En dan moeten jullie nog langer wachten op de laatste spreker, Meyrem (Almaci) en dat is ook niet de bedoeling.

Dus ook voor de provincie West-Vlaanderen hopen wij dat we er in slagen om een goed resultaat neer te zetten. Door de hertekening van de kieskringen is Kortrijk-Roeselare-Tielt de grootste kieskring van onze provincie. En als er een kieskring is waar we twee zetels kunnen halen dan is het hier. Persoonlijk ga ik daarvoor, dat is mijn ambitie. En dan hoop ik dat Ilse Bleuzé, hier uit Kortrijk, ook verkozen is en samen met mij naar de provincieraad mag. Laat ons daarvoor gaan!

Advertenties

Menen Pest

Halfweg september was ik, samen met Philippe Mingels (Groen-gemeenteraadslid in Menen),  op een infovergadering georganiseerd door het buurcomité De Alerte Koekuit waarin de provincie haar plannen voor Menen West kwam verdedigen. De provincie doet heel veel goede dingen, maar af en toe ben ik ook beschaamd om wat dit bestuur naar voor brengt en hoe het de mensen behandelt. Dit was zo’n moment.

Een korte geschiedenis: bij de afbakening van het kleinstedelijk gebied Menen in 2013 werd een zone tussen Menen en Wervik aangeduid als bijkomende industriezone. Die zone paalt aan een woonwijk, die al te lijden heeft van een bestaande grote industriezone: Menen Grensland. Geur- en lawaaihinder zijn er belangrijke ergernissen, en er gebeuren al jaren dioxinemetingen omdat er sterk vervuilende bedrijven gevestigd zijn. De buurt gaat, met inhoudelijke ondersteuning van Philippe Mingels, naar de Raad van State en wint de zaak, waardoor de ruimtelijke bestemming van het gebied weer geschrapt wordt. Voornaamste argument is dat de provincie slechts 1 zone onderzocht om te bestemmen als industriegebied, en geen alternatieven.

Het duurt niet lang of het provinciebestuur begint van voor af aan. Deze keer wel met het onderzoeken van verschillende mogelijke inplantingen, tussen Menen en Wervik en tussen Menen en Wevelgem. Niet echt verrassend was het resultaat van dit onderzoek dezelfde zone als eerder al aangeduid werd (er waren ondertussen natuurlijk al heel wat speculatieve aankopen van gronden in de betrokken zone).

De huidige beleidsploeg, gedeputeerde Franky De Block op kop, schermt met ‘objectieve feiten’, zoals een onderzoek naar de behoefte aan ruimte voor bedrijven dat aantoont dat er nood is aan extra ruimte voor bedrijvigheid. Voorstanders van bijkomende bedrijventerreinen schermen ook met het argument van de werkloosheid.

Spijtig genoeg wordt er niet naar álle feiten gekeken. Want in de periode 2011-2012 werd in Menen (en Wevelgem) een biomonitoringsonderzoek gevoerd. Dit omdat er een hotspot aan vervuilende bedrijven aanwezig is waarvan er een vermoeden was dat ze gezondheidsproblemen veroorzaken. Aan de hand van stalen van urine en haar van jongeren werd gekeken of er vervuilende stoffen aanwezig waren die een impact hadden op de gezondheid van de deelnemers. Het antwoord was overduidelijk: JA.

Op basis van dat feit is er eigenlijk maar 1 logische conclusie mogelijk: er moet iets gedaan worden aan de uitstoot van de bestaande bedrijven. Maar het huidige beleid, zowel van de stad (want de huidige meerderheidspartijen zijn vragende partij) als van de provincie, doet eigenlijk het omgekeerde: het is van plan om nog een bijkomende industriezone in te planten, met bijgevolg bijkomende vervuiling. Er wordt de keuze gemaakt om de gezondheid van de omwonenden ondergeschikt te maken aan de belangen van de industrie.

Maar dat werd op die infoavond natuurlijk niet gezegd. Er werd met heel veel woorden getracht om het onverdedigbare toch te verdedigen. Als mensen klachten over geluid hebben, wordt geschermd met de geluidsnormen. Maar het is natuurlijk op een bedrijventerrein wel toegelaten om lawaai te produceren! Dat de normen gerespecteerd worden, betekent helemaal niet dat de omwonenden geen klachten kunnen hebben.

En toen men de indruk wilde geven dat een nieuw industrieterrein ‘niet-milieubelastend’ is, kon ik het toch niet laten om eens uit mijn krammen te schieten. Niet-milieubelastende bedrijven bestaan niet! Eén van de stoffen die een probleem bleken in het biomonitoringsonderzoek zijn PAK’s (polyaromatische koolwaterstoffen). Ik bespaar jullie de technische uitleg, maar een van de belangrijkste bronnen in Vlaanderen van PAK’s is het verkeer. Wat zijn dan niet-milieubelastende bedrijven? Fabrieken waar geen enkele vrachtwagen naartoe rijdt? Waar geen enkele werknemer met de wagen komt? Extra bedrijven is extra vervuiling. Punt. En dat op een locatie waar wetenschappelijk bewezen is dat de bestaande bedrijven al een impact hebben op de gezondheid van de omwonenden. Welke feiten heb je nog nodig?

En werkgelegenheid is ook al een vals argument. Mocht er een relatie zijn tussen de oppervlakte aan industrie in een gemeente of stad en de werkloosheidscijfers, dan zou Menen een erg lage werkloosheid kennen. Want met Menen Grensland, Menen-Oost, de LAR en de recente uitbreiding LAR Zuid is Menen al ruim van industriegebied bediend. Neen, nieuwe bedrijven zullen eerder, zoals in heel Zuid-West-Vlaanderen, moeten recruteren in Noord-Frankrijk en Wallonië of tot ver buiten de regio om voldoende geschikte werknemers te vinden.

En op het einde van de avond komt gedeputeerde De Block dan nog zijn gekende liedje afspelen over ‘democratische inspraak’. En dat terwijl het huidige provinciebestuur doof blijft voor de verzuchtingen van de omwonenden en tegen alle logica in toch blijft vasthouden aan het ouderwetse concept van steeds meer ruimte innemen voor industrie. Hoog tijd voor een ander beleid!

Mijn campagnebrief

Beste,


Zes jaar geleden was ik voor het eerst lijsttrekker voor de provincieraad en ondertussen dus bijna zo lang provincieraadslid. Bij die vorige verkiezingscampagne kwam ik iemand tegen die mij kende uit mijn jeugdbewegingsjaren.

En die vertelde mij: ‘Ik wist nog niet op wie te stemmen voor de provincie, maar nu ik weet dat jij kandidaat bent, is mijn keuze gemaakt. Bij jou ben ik tenminste zeker dat je er hard zult voor werken.’

Ik denk niet dat de man ontgoocheld zou zijn. De afgelopen jaren heb ik mij inderdaad volop ingezet om het leven van de West-Vlaming aangenamer te maken.

Door ervoor te pleiten de wandel- en fietsinfrastructuur te verbeteren en uit te breiden. Om de open ruimte te beschermen. Meer aandacht te hebben voor natuur binnen en buiten de provinciedomeinen. In te zetten op een leefbaar inkomen voor de familiale landbouwer in plaats van grootschaligheid en industrialisering.

Door te ijveren voor een actief klimaatbeleid. Onze ligging aan zee maakt dit tot een extra uitdaging, maar biedt ook economische troeven om jobs te creëren. Waarbij we inzetten op propere energie en een groene economie die producten maakt in plaats van ze alleen te vervoeren.

Kies jij ook voor een menselijker, eerlijker en gezonder provinciebestuur? Ik sta klaar om mij daar nog eens 6 jaar voor in te zetten. Hopelijk kan dat met jouw steun en stem!

Warme groeten,
Maarten

PS Lees onze 12 speerpunten voor West-Vlaanderen op http://www.groenwestvlaanderen.be.

Mijn top 5

Zoals elk jaar hadden we afgelopen weekend het feedbackmoment van de provincieraadsfractie voor de leden van Groen. We combineren een interessant bezoek aan iets dat met de provincie te maken heeft met wat uitleg over de werking van onze fractie. Deze keer waren we te gast bij het Provinciaal Opleidingscentrum voor de Veiligheidsdiensten in Zedelgem. En om in deze drukke tijden wat werk te sparen, werd de gebruikelijke toelichting ingekort tot een top 5 van de voorbije legislatuur van elk lid van de fractie. Dit was de mijne:

Op de 1e plaats: Mijn overwinning op de Voka-quiz ‘de slimste politicus van Kortrijk-Roeselare-Tielt’ op hun nieuwjaarsreceptie dit jaar. Niet zozeer omwille van de overwinning op zich. Dit is wel zeer goed in het oog gesprongen, zowel binnen als buiten de partij. Mocht ik een quiz bij Natuurpunt winnen, niemand zou er over spreken. Maar een Groen-politicus die over de meeste dossierkennis blijkt te beschikken op een activiteit van Voka met 1200 ondernemers in de zaal, en er daarna voor kiest om de doelgroep niet naar de mond te praten maar een pleidooi te houden voor evenveel aandacht voor ruimte voor natuur als voor ruimte voor ondernemen, dat valt op. (het was trouwens ook geen toevalstreffer, want ook andere groene mandatarissen in andere regio’s scoorden goed.) Maar ik kies dit vooral omdat het de aanleiding was dat mijn werk achter de schermen naar voor kwam. Op een tweet van een aanwezig ondernemer “@groen wint economische kwis tot verbijstering van 95% van de aanwezige ondernemers” kreeg ik een zeer lovende reactie van Patrice Bakeroot, medewerker bij Voka: “Lange periode met @maartentav in de Procoro gezeteld. Kent zijn dossiers, ook economische. Altijd verstandige en redelijke tussenkomsten.” Patrice bedoelde wel de POM ipv de Procoro, maar dit vind ik een zeer groot compliment, voor werk dat normaal niet in de openbaarheid komt, maar dankzij dit evenement wel publiek werd.

Plaats 2: De subsidie van 10.000 euro voor Velt. Het vormt het bewijs dat je vastbijten in een onlogische situatie, ondanks het feit dat de meerderheid mij eerst op het verkeerde been probeerde te zetten, wel resultaat kan opleveren. In 8 stappen kwam ik tot het resultaat dat niet alleen Tuinhier, maar ook Velt West-Vlaanderen (die rond hetzelfde thema werkt maar met meer aandacht voor het ecologische) een deftige werkingssubsidie van de provincie krijgt. Het zou mij te ver leiden om het hele proces hier op te sommen, maar je kan het nalezen op een van mijn vorige blogs: https://maartentavernier.wordpress.com/2017/03/06/het-verhaal-van-de-provinciale-subsidie-voor-velt/

Plaats 3: De motie rond de financiering van de MUG-helicopter waarvoor ik het initiatief nam en die unaniem door alle fracties goedgekeurd werd. Een zeldzame situatie, zeker nadat na een aantal moties rond onderwerpen die voor de meerderheid gevoelig lagen (statiegeld, bescherming poldergraslanden), het indienen van een motie bemoeilijkt werd. In het kort gezegd pleitte de motie ervoor dat de federale overheid de werking van de MUG-helicopter vanuit het Brugse AZ Sint-Jan zou financieren. Vandaag moet de vzw die hiervoor instaat, budgetten en budgetjes samensprokkelen (of bedelen bijna) bij de provincie, lokale besturen en private sponsors om in de lucht te kunnen blijven.

Plaats 4: Gedurende de legislatuur, telkens als een soort precampagne, werden door de fractie (met mezelf als drijvende kracht) 2 folders in elkaar gestoken. Eentje over ‘Lekker en duurzaam eten in West-Vlaanderen’ samen met Groen Plus in 2013 en eentje vorig jaar met als titel ‘West-Vlaamse groene zomertips’ samen met een aantal lokale groepen. Samen werden zo’n 20.000 stuks verspreid over markten en evenementen in zowat heel West-Vlaanderen. Het was een bewuste keuze om in een verkiezingsloze periode hiermee te flyeren met een zeer laagdrempelig onderwerp. Het heeft telkens bloed, zweet en tranen gekost om die folders klaar te stomen, maar het resultaat mocht er zijn en de reacties waren telkens zeer lovend! Je vindt de folder hier: http://groenwestvlaanderen.be/provincieraad/ (bij publicaties)

Plaats 5: En daarnaast kon mijn focus op een actieve (pers)communicatie niet achterwege blijven. De provincieraad is een orgaan waar je niet zoveel over hoort of leest in de media. Ik had mij voordat ik lijsttrekker werd voor de provincieraad voorgenomen om te zorgen dat mensen binnen en buiten de partij toch af en toe hoorden over wat we in de provincieraad allemaal doen. En dat is toch een uitdaging waar er grote stappen vooruit gezet zijn. Mijn eerste opvallende wapenfeit was tussenkomen in het debat over de subsidiëring door de provincie van gemeentelijke zwembaden, met de mijter en staf van de Sint. De boodschap was uiteraard dat de provincie geen sinterklaas moest spelen (iets wat in het verleden veel te veel gebeurde – en nu nog soms). Een visueel attribuut zorgt ervoor dat je gemakkelijker opgepikt wordt door de media. Maanden later kwam ik nog een journalist tegen die mij meende te kennen van ergens. Het bleek na wat zoeken van dit ‘optreden’ te zijn. ook tijdens de budgetbesprekingen kwamen we telkens met een attribuut dat onze kernboodschap illustreerde. En dat werkt om in de media te komen. Zowel Groen als NVA gebruikten een bepaald jaar het beeld van de Titanic voor de provincie (die ongestoord bleef doorvaren met de ijsberg in zicht). Alleen hadden wij iets visueels mee, en zo kwam Gerda in beeld en niet de NVA-fractieleider. Andere voorbeelden waar ik trots op ben is de dubbele pagina die we mochten vullen in de Krant van West-Vlaanderen onder de titel ‘De open ruimte, daar willen we voor vechten’ in aanloop van de verkiezingen van 2014. Het sloot toen perfect aan bij de thema’s die we toen naar voor schoven voor de Vlaamse verkiezingen.  Of die keer dat onze gouverneur het nodig vond om ervoor te pleiten dat liefdadigheidsorganisaties geen voedsel mochten uitdelen aan mensen op de vlucht. Toen haalden Wouter De Vriendt en ikzelf pagina 3 van Het Laatste Nieuws met de quote ‘Sinds wanneer is het de taak van de gouverneur om een oprechte daad van naastenliefde te veroordelen?’.

Valt het op dat ik met enige tevredenheid en trots terugblik op mijn eerste legislatuur als provincieraadslid. Ik ben alvast klaar om enthousiast en gedreven aan een tweede termijn te beginnen, en ik hoop dat mijn werk inspirerend was en is voor toekomstige groene provincieraadsleden, ook in andere provincies. Dat viel blijkbaar ook de leden van Groen West-Vlaanderen op, want zij gaven mij unaniem de kans om opnieuw als lijsttrekker de komende provincieraadsverkiezingen in te gaan.

’t Veld: 2 maten en gewichten ten koste van natuur

Tussenkomst bij de voorlopige vaststelling van het Provinciaal Ruimtelijk Uitvoeringsplan ’t Veld:

In het dossier van het PRUP rond provinciedomein ’t Veld doen wij toch een aantal merkwaardige vaststellingen:

·       De provincie is hier zuiniger met het inpalmen van landbouwgrond dan in herbevestigd agrarisch gebied. Terwijl we hier spreken over een AGNAS-gebied (afbakening agrarische en natuurlijke structuur), waar versterking van de natuurwaarden en bosstructuren de doelstelling is. Herbevestigd agrarisch gebied opofferen voor de uitbreiding van een bedrijf dat niets met landbouw te maken? Geen enkel probleem, en we compenseren dat allemaal op de Kemmelberg! Maar een buffer langs een waardevol bos, provinciaal domein, in een zeer natuurarme streek? Oei, oei, 15 meter, dat is teveel, laat ons dat beperken tot 10 meter.

·       De provincie heeft ook plannen om een volledig nieuw provinciaal domein op te richten even verderop. Maar ze maakt wel de administratie Omgeving wijs dat de provincie geen middelen heeft om een verbinding in bosgebied te realiseren tussen het huidige domein en de kleinere bosjes. En ik spreek over wijsmaken, want uit het dossier en de commissievergadering leiden we af dat dit helemaal de reden niet is, maar dat wordt wel blijkbaar zo opgenomen in het verslag van de plenaire vergadering over dit dossier.

·       En voor diezelfde vraag tot uitbreiding wordt geargumenteerd dat de provincie uitvoeringsgerichte RUP’s maakt, dus enkel een bestemming geeft als ze zeker is dat iemand die bestemming dan zal realiseren. Tiens, als dat inderdaad de bedoeling is, waarom werkt de provincie dan verder aan het RUP voor de omleidingsweg rond Anzegem? De bevolking is tegen, het gemeentebestuur is tegen en de Vlaamse overheid, die dat dan zou moeten aanleggen, zegt dat ze geen geld hebben om dat uit te voeren. Blijkbaar is de uitvoeringsgerichtheid een argument die met 2 maten en gewichten gehanteerd wordt.

·       En als alternatief voor die verbinding, is het dan de bedoeling van het RUP om kleine landschapselementen te voorzien. Maar daarvoor wordt dan gerekend op de vrijwillige medewerking van de betrokken eigenaars en landbouwers. Agentschap Natuur en Bos waarschuwt dat zo’n systeem voor zo’n kleine zone niet kan werken en staat of valt met de medewerking van slechts een zeer beperkt aantal betrokkenen. U moet mij dus eens uitleggen wat daar dan zo uitvoeringsgericht aan is, welke garanties er zijn dat dit dan wel uitgevoerd wordt? Idem dito met de aankoop van gronden: er wordt gerekend op minnelijke aankoop, dus tenzij u straks kan aankondigen dat er de komende maanden dossiers voor aankoop op de agenda staan, wat is daar de garantie op uitvoering?

Gezien de knelpunten die er op vandaag zijn, is het zeer terecht dat er een RUP gemaakt wordt. En we staan achter een aantal oplossingen die dit RUP doorvoert. Maar de afweging van de belangen van natuur versus landbouw gaan te eenzijdig richting landbouw. Er worden teveel kansen gemist om de natuur te versterken hoewel er in alle documenten zeer terecht gesteld wordt dat we hier in een zeer natuur- en bosarme regio zitten. Wij kunnen dan ook niet achter dit ontwerp-RUP staan.

Ook de reactie die iedereen van ons kreeg van mensen uit de buurt roept nog een aantal vragen op. Wij zijn niet met alle elementen die aangebracht worden eens, maar het is toch een merkwaardige vaststelling dat de provincie schrijft dat er een uitgebreid overlegtraject gevoerd werd, maar dat de omwonenden toch het gevoel hebben om niet ernstig genomen werden zijn in dit dossier.

Eén van de zaken waar de vrees misschien terecht is, is mogelijke hinder door het deponeren en stockeren van ruimingsslib. Tenslotte komt hier overstortwater van de riolering in terecht. Welke garanties zijn er dat dit inderdaad geen hinder oplevert?

Tussenkomst fietssnelweg langs Guldensporenpad/Trimaarzate tussen Avelgem en de Schelde

 

Beste collega’s,

Het is ondertussen voldoende bekend dat wij niet voor dit dossier te vinden zijn. Wij staan uiteraard ten volle achter het principe van de fietssnelwegen, maar waar we in natuurgebied en VEN-gebied zijn, dan moet de ruimtelijke bestemming primeren en het medegebruik zich daaraan aanpassen.

West-Vlaanderen, en zeker het zuiden ervan, heeft weinig natuur. Dus de weinige gebieden die er zijn, verdienen het om het nodige respect te krijgen. Nu dreigt de spoorwegbedding geprangd te worden tussen het bedrijf dat is mogen uitbreiden tot vlak naast de bedding en het asfalt van de fietssnelweg.

Mocht het in de praktijk mogelijk zijn, het zou een heel interessant experiment zijn: natellen hoeveel procent van de fietsers zich laten tegenhouden doordat een stukje van de fietssnelweg aangelegd wordt in een halfdoorlatende verharding in plaats van asfalt. Hoeveel mensen zouden niet op de fiets springen of een ander traject nemen hierdoor? We zullen het spijtig genoeg wellicht nooit weten.

Maar het zal wellicht ook nog een tijdje duren voordat we zullen weten hoeveel fietsers dit stuk asfalt aantrekt. Want de omgevingsvergunning die de provincie ondertussen aan zichzelf afgeleverd heeft, wordt uiteraard in een beroepsprocedure betwist. En het is een bizarre vaststelling, dat het bezwaar dat vanuit de natuurverenigingen ingediend werd, eigenlijk slechts heel onvolledig beantwoord wordt in het besluit van de deputatie. Vreemd, want deze discussie is niet nieuw. Het is al een hele tijd dat onder andere Natuurpunt protesteert tegen deze keuze. Een bezwaarschrift was dus te verwachten en de provincie kon zich vooraf voorbereiden op het goed argumenteren van de keuze die ze maakt. Maar lang niet alle elementen uit het bezwaar worden behandeld en er staan uitspraken in het besluit over de argumenten die gebruikt worden of over Natuurpunt, die feitelijk onjuist zijn, zodat het te verwachten is dat een beroepsprocedure of een procedure voor de Raad van State succesvol zal worden.

Daarnaast zou ik graag weten, meneer de gedeputeerde, welke maatregelen begrepen worden onder de volgende voorwaarde die opgenomen is in de omgevingsvergunning op advies van het College van burgemeester en schepenen: (citaat) ‘voor het uitvoeren van de werken in het natuurgebied moeten duidelijke maatregelen opgelegd worden om de impact op het natuurgebied zo veel mogelijk te beperken’. Dat is een zeer vage omschrijving dus ik hoop dat u duidelijkheid kunt verschaffen welke maatregelen opgenomen werden in de opdracht om die voorwaarde in te vullen.

Lijdensweg vliegveld Kortrijk-Wevelgem: deel 2 komt eraan

Tussenkomst bij de behandeling van de Buitengewone Algemene Vergadering van de intercommunale Vliegveld Kortrijk-Wevelgem, waarbij de activiteiten worden overgeheveld naar een nieuwe NV, met als aandeelhouders de POM (Provinciale OntwikkelingsMaatschappij), de Vlaamse Overheid en Leiedal. Jean De Bethune is de verantwoordelijke gedeputeerde.

 

Meneer de Bethune,

U zult wel tevreden zijn dat dit deel van de lijdensweg voor de luchthaven Kortrijk-Wevelgem eindelijk bijna achter de rug is. Na de overdracht van algemeenheid zal er eindelijk een nieuwe beheersstructuur zijn.

Ik noem het een lijdensweg, want het heeft bijna 4 jaar geduurd heeft om tot dit resultaat te komen. Het besluit waarin we de krachtlijnen van de nieuwe beheersstructuur goedkeurden, uiteraard met tegenstemmen van Groen, dateert van april 2014. En daarvoor werd zowat 7 jaar gewerkt aan de LOM-LEM-structuur, die er dan uiteindelijk niet gekomen is.

Maar het is natuurlijk nog maar het eerste deel van de lijdensweg. In de periode 2014-2023 moet er immers voor gezorgd worden, omwille van de Europese staatsteunregels, dat de regionale luchthavens, niet meer met overheidsmiddelen moeten geëxploiteerd worden. Dat zal misschien nog een grotere uitdaging worden dan het opzetten van een nieuwe structuur. Want de evolutie is in die periode niet echt positief te noemen: de gebruikscijfers dalen, de kosten stijgen.

De komende pakweg 2 jaar gaan we dan grote werkzaamheden hebben op de luchthaven, om de reeds lang gevraagde noodzakelijke infrastructuuraanpassingen te doen. Dat zal dan natuurlijk ook een impact hebben. Dus er zal nog een tijdje een eenvoudig excuus zijn om te verantwoorden dat een commercieel succes van de luchthaven uitblijft. Want als ik spreek over slechte cijfers, dan zal natuurlijk het antwoord komen dat het voorbije jaar de gebruiksmogelijkheden van de luchthaven beperkt waren door de problemen met de luchtverkeersgeleiding en dat dit een impact heeft. Dit is nu via Belgocontrol opgelost, maar meteen verantwoordelijk voor een belangrijke meerkost.

Er schiet dus nog pakweg eveneens een jaar of 4 jaar om de echte uitdaging aan te pakken: de luchthaven commercieel rendabel te maken, iets wat de voorbije 15 jaar in elk geval niet lukte. Ik ben zeer benieuwd…

Maar er is misschien toch 1 lichtpuntje in heel dit verhaal. Een nieuwe CEO voor de luchthaven kan er misschien voor zorgen dat er eindelijk werk gemaakt wordt van een constructieve dialoog met de omwonenden, die de hinder van deze luchthaven ondergaan. Ik heb dat eerder al in verschillende fora aangekaart, en u probeert mij altijd gerust te stellen dat u wel degelijk beseft dat dit nodig is en dat hier werk van zal gemaakt worden en dat de nieuwe verantwoordelijke niet alleen technisch een goede manager is. Ik moet zeggen dat ik nog niet helemaal overtuigd ben. Ik ben deze week naar de jaarlijkse info- en overlegvergadering geweest, die de luchthaven verplicht jaarlijks moet organiseren volgens de milieuvergunning. Ik weet niet of de toekomstige hoofdaandeelhouder (de POM) daar aanwezig was, ik heb in elk geval niemand gezien die ik herkende. Ik kan alvast nog niet zeggen dat dit in een meer constructieve sfeer gebeurden dan de voorbije jaren, maar voor het eerst is er een informatietool in het vooruitzicht gesteld die het zou moeten mogelijk maken om tegemoet te komen aan de nodige transparantie, die vandaag de dag toch zou mogen verwacht worden van een overheidsinstelling. Ik hoop dus dat ik u op dat vlak volgend jaar gelijk kan geven. Ik ben opnieuw zeer benieuwd…