Mijn top 5

Zoals elk jaar hadden we afgelopen weekend het feedbackmoment van de provincieraadsfractie voor de leden van Groen. We combineren een interessant bezoek aan iets dat met de provincie te maken heeft met wat uitleg over de werking van onze fractie. Deze keer waren we te gast bij het Provinciaal Opleidingscentrum voor de Veiligheidsdiensten in Zedelgem. En om in deze drukke tijden wat werk te sparen, werd de gebruikelijke toelichting ingekort tot een top 5 van de voorbije legislatuur van elk lid van de fractie. Dit was de mijne:

Op de 1e plaats: Mijn overwinning op de Voka-quiz ‘de slimste politicus van Kortrijk-Roeselare-Tielt’ op hun nieuwjaarsreceptie dit jaar. Niet zozeer omwille van de overwinning op zich. Dit is wel zeer goed in het oog gesprongen, zowel binnen als buiten de partij. Mocht ik een quiz bij Natuurpunt winnen, niemand zou er over spreken. Maar een Groen-politicus die over de meeste dossierkennis blijkt te beschikken op een activiteit van Voka met 1200 ondernemers in de zaal, en er daarna voor kiest om de doelgroep niet naar de mond te praten maar een pleidooi te houden voor evenveel aandacht voor ruimte voor natuur als voor ruimte voor ondernemen, dat valt op. (het was trouwens ook geen toevalstreffer, want ook andere groene mandatarissen in andere regio’s scoorden goed.) Maar ik kies dit vooral omdat het de aanleiding was dat mijn werk achter de schermen naar voor kwam. Op een tweet van een aanwezig ondernemer “@groen wint economische kwis tot verbijstering van 95% van de aanwezige ondernemers” kreeg ik een zeer lovende reactie van Patrice Bakeroot, medewerker bij Voka: “Lange periode met @maartentav in de Procoro gezeteld. Kent zijn dossiers, ook economische. Altijd verstandige en redelijke tussenkomsten.” Patrice bedoelde wel de POM ipv de Procoro, maar dit vind ik een zeer groot compliment, voor werk dat normaal niet in de openbaarheid komt, maar dankzij dit evenement wel publiek werd.

Plaats 2: De subsidie van 10.000 euro voor Velt. Het vormt het bewijs dat je vastbijten in een onlogische situatie, ondanks het feit dat de meerderheid mij eerst op het verkeerde been probeerde te zetten, wel resultaat kan opleveren. In 8 stappen kwam ik tot het resultaat dat niet alleen Tuinhier, maar ook Velt West-Vlaanderen (die rond hetzelfde thema werkt maar met meer aandacht voor het ecologische) een deftige werkingssubsidie van de provincie krijgt. Het zou mij te ver leiden om het hele proces hier op te sommen, maar je kan het nalezen op een van mijn vorige blogs: https://maartentavernier.wordpress.com/2017/03/06/het-verhaal-van-de-provinciale-subsidie-voor-velt/

Plaats 3: De motie rond de financiering van de MUG-helicopter waarvoor ik het initiatief nam en die unaniem door alle fracties goedgekeurd werd. Een zeldzame situatie, zeker nadat na een aantal moties rond onderwerpen die voor de meerderheid gevoelig lagen (statiegeld, bescherming poldergraslanden), het indienen van een motie bemoeilijkt werd. In het kort gezegd pleitte de motie ervoor dat de federale overheid de werking van de MUG-helicopter vanuit het Brugse AZ Sint-Jan zou financieren. Vandaag moet de vzw die hiervoor instaat, budgetten en budgetjes samensprokkelen (of bedelen bijna) bij de provincie, lokale besturen en private sponsors om in de lucht te kunnen blijven.

Plaats 4: Gedurende de legislatuur, telkens als een soort precampagne, werden door de fractie (met mezelf als drijvende kracht) 2 folders in elkaar gestoken. Eentje over ‘Lekker en duurzaam eten in West-Vlaanderen’ samen met Groen Plus in 2013 en eentje vorig jaar met als titel ‘West-Vlaamse groene zomertips’ samen met een aantal lokale groepen. Samen werden zo’n 20.000 stuks verspreid over markten en evenementen in zowat heel West-Vlaanderen. Het was een bewuste keuze om in een verkiezingsloze periode hiermee te flyeren met een zeer laagdrempelig onderwerp. Het heeft telkens bloed, zweet en tranen gekost om die folders klaar te stomen, maar het resultaat mocht er zijn en de reacties waren telkens zeer lovend! Je vindt de folder hier: http://groenwestvlaanderen.be/provincieraad/ (bij publicaties)

Plaats 5: En daarnaast kon mijn focus op een actieve (pers)communicatie niet achterwege blijven. De provincieraad is een orgaan waar je niet zoveel over hoort of leest in de media. Ik had mij voordat ik lijsttrekker werd voor de provincieraad voorgenomen om te zorgen dat mensen binnen en buiten de partij toch af en toe hoorden over wat we in de provincieraad allemaal doen. En dat is toch een uitdaging waar er grote stappen vooruit gezet zijn. Mijn eerste opvallende wapenfeit was tussenkomen in het debat over de subsidiëring door de provincie van gemeentelijke zwembaden, met de mijter en staf van de Sint. De boodschap was uiteraard dat de provincie geen sinterklaas moest spelen (iets wat in het verleden veel te veel gebeurde – en nu nog soms). Een visueel attribuut zorgt ervoor dat je gemakkelijker opgepikt wordt door de media. Maanden later kwam ik nog een journalist tegen die mij meende te kennen van ergens. Het bleek na wat zoeken van dit ‘optreden’ te zijn. ook tijdens de budgetbesprekingen kwamen we telkens met een attribuut dat onze kernboodschap illustreerde. En dat werkt om in de media te komen. Zowel Groen als NVA gebruikten een bepaald jaar het beeld van de Titanic voor de provincie (die ongestoord bleef doorvaren met de ijsberg in zicht). Alleen hadden wij iets visueels mee, en zo kwam Gerda in beeld en niet de NVA-fractieleider. Andere voorbeelden waar ik trots op ben is de dubbele pagina die we mochten vullen in de Krant van West-Vlaanderen onder de titel ‘De open ruimte, daar willen we voor vechten’ in aanloop van de verkiezingen van 2014. Het sloot toen perfect aan bij de thema’s die we toen naar voor schoven voor de Vlaamse verkiezingen.  Of die keer dat onze gouverneur het nodig vond om ervoor te pleiten dat liefdadigheidsorganisaties geen voedsel mochten uitdelen aan mensen op de vlucht. Toen haalden Wouter De Vriendt en ikzelf pagina 3 van Het Laatste Nieuws met de quote ‘Sinds wanneer is het de taak van de gouverneur om een oprechte daad van naastenliefde te veroordelen?’.

Valt het op dat ik met enige tevredenheid en trots terugblik op mijn eerste legislatuur als provincieraadslid. Ik ben alvast klaar om enthousiast en gedreven aan een tweede termijn te beginnen, en ik hoop dat mijn werk inspirerend was en is voor toekomstige groene provincieraadsleden, ook in andere provincies. Dat viel blijkbaar ook de leden van Groen West-Vlaanderen op, want zij gaven mij unaniem de kans om opnieuw als lijsttrekker de komende provincieraadsverkiezingen in te gaan.

Advertenties

’t Veld: 2 maten en gewichten ten koste van natuur

Tussenkomst bij de voorlopige vaststelling van het Provinciaal Ruimtelijk Uitvoeringsplan ’t Veld:

In het dossier van het PRUP rond provinciedomein ’t Veld doen wij toch een aantal merkwaardige vaststellingen:

·       De provincie is hier zuiniger met het inpalmen van landbouwgrond dan in herbevestigd agrarisch gebied. Terwijl we hier spreken over een AGNAS-gebied (afbakening agrarische en natuurlijke structuur), waar versterking van de natuurwaarden en bosstructuren de doelstelling is. Herbevestigd agrarisch gebied opofferen voor de uitbreiding van een bedrijf dat niets met landbouw te maken? Geen enkel probleem, en we compenseren dat allemaal op de Kemmelberg! Maar een buffer langs een waardevol bos, provinciaal domein, in een zeer natuurarme streek? Oei, oei, 15 meter, dat is teveel, laat ons dat beperken tot 10 meter.

·       De provincie heeft ook plannen om een volledig nieuw provinciaal domein op te richten even verderop. Maar ze maakt wel de administratie Omgeving wijs dat de provincie geen middelen heeft om een verbinding in bosgebied te realiseren tussen het huidige domein en de kleinere bosjes. En ik spreek over wijsmaken, want uit het dossier en de commissievergadering leiden we af dat dit helemaal de reden niet is, maar dat wordt wel blijkbaar zo opgenomen in het verslag van de plenaire vergadering over dit dossier.

·       En voor diezelfde vraag tot uitbreiding wordt geargumenteerd dat de provincie uitvoeringsgerichte RUP’s maakt, dus enkel een bestemming geeft als ze zeker is dat iemand die bestemming dan zal realiseren. Tiens, als dat inderdaad de bedoeling is, waarom werkt de provincie dan verder aan het RUP voor de omleidingsweg rond Anzegem? De bevolking is tegen, het gemeentebestuur is tegen en de Vlaamse overheid, die dat dan zou moeten aanleggen, zegt dat ze geen geld hebben om dat uit te voeren. Blijkbaar is de uitvoeringsgerichtheid een argument die met 2 maten en gewichten gehanteerd wordt.

·       En als alternatief voor die verbinding, is het dan de bedoeling van het RUP om kleine landschapselementen te voorzien. Maar daarvoor wordt dan gerekend op de vrijwillige medewerking van de betrokken eigenaars en landbouwers. Agentschap Natuur en Bos waarschuwt dat zo’n systeem voor zo’n kleine zone niet kan werken en staat of valt met de medewerking van slechts een zeer beperkt aantal betrokkenen. U moet mij dus eens uitleggen wat daar dan zo uitvoeringsgericht aan is, welke garanties er zijn dat dit dan wel uitgevoerd wordt? Idem dito met de aankoop van gronden: er wordt gerekend op minnelijke aankoop, dus tenzij u straks kan aankondigen dat er de komende maanden dossiers voor aankoop op de agenda staan, wat is daar de garantie op uitvoering?

Gezien de knelpunten die er op vandaag zijn, is het zeer terecht dat er een RUP gemaakt wordt. En we staan achter een aantal oplossingen die dit RUP doorvoert. Maar de afweging van de belangen van natuur versus landbouw gaan te eenzijdig richting landbouw. Er worden teveel kansen gemist om de natuur te versterken hoewel er in alle documenten zeer terecht gesteld wordt dat we hier in een zeer natuur- en bosarme regio zitten. Wij kunnen dan ook niet achter dit ontwerp-RUP staan.

Ook de reactie die iedereen van ons kreeg van mensen uit de buurt roept nog een aantal vragen op. Wij zijn niet met alle elementen die aangebracht worden eens, maar het is toch een merkwaardige vaststelling dat de provincie schrijft dat er een uitgebreid overlegtraject gevoerd werd, maar dat de omwonenden toch het gevoel hebben om niet ernstig genomen werden zijn in dit dossier.

Eén van de zaken waar de vrees misschien terecht is, is mogelijke hinder door het deponeren en stockeren van ruimingsslib. Tenslotte komt hier overstortwater van de riolering in terecht. Welke garanties zijn er dat dit inderdaad geen hinder oplevert?

Tussenkomst fietssnelweg langs Guldensporenpad/Trimaarzate tussen Avelgem en de Schelde

 

Beste collega’s,

Het is ondertussen voldoende bekend dat wij niet voor dit dossier te vinden zijn. Wij staan uiteraard ten volle achter het principe van de fietssnelwegen, maar waar we in natuurgebied en VEN-gebied zijn, dan moet de ruimtelijke bestemming primeren en het medegebruik zich daaraan aanpassen.

West-Vlaanderen, en zeker het zuiden ervan, heeft weinig natuur. Dus de weinige gebieden die er zijn, verdienen het om het nodige respect te krijgen. Nu dreigt de spoorwegbedding geprangd te worden tussen het bedrijf dat is mogen uitbreiden tot vlak naast de bedding en het asfalt van de fietssnelweg.

Mocht het in de praktijk mogelijk zijn, het zou een heel interessant experiment zijn: natellen hoeveel procent van de fietsers zich laten tegenhouden doordat een stukje van de fietssnelweg aangelegd wordt in een halfdoorlatende verharding in plaats van asfalt. Hoeveel mensen zouden niet op de fiets springen of een ander traject nemen hierdoor? We zullen het spijtig genoeg wellicht nooit weten.

Maar het zal wellicht ook nog een tijdje duren voordat we zullen weten hoeveel fietsers dit stuk asfalt aantrekt. Want de omgevingsvergunning die de provincie ondertussen aan zichzelf afgeleverd heeft, wordt uiteraard in een beroepsprocedure betwist. En het is een bizarre vaststelling, dat het bezwaar dat vanuit de natuurverenigingen ingediend werd, eigenlijk slechts heel onvolledig beantwoord wordt in het besluit van de deputatie. Vreemd, want deze discussie is niet nieuw. Het is al een hele tijd dat onder andere Natuurpunt protesteert tegen deze keuze. Een bezwaarschrift was dus te verwachten en de provincie kon zich vooraf voorbereiden op het goed argumenteren van de keuze die ze maakt. Maar lang niet alle elementen uit het bezwaar worden behandeld en er staan uitspraken in het besluit over de argumenten die gebruikt worden of over Natuurpunt, die feitelijk onjuist zijn, zodat het te verwachten is dat een beroepsprocedure of een procedure voor de Raad van State succesvol zal worden.

Daarnaast zou ik graag weten, meneer de gedeputeerde, welke maatregelen begrepen worden onder de volgende voorwaarde die opgenomen is in de omgevingsvergunning op advies van het College van burgemeester en schepenen: (citaat) ‘voor het uitvoeren van de werken in het natuurgebied moeten duidelijke maatregelen opgelegd worden om de impact op het natuurgebied zo veel mogelijk te beperken’. Dat is een zeer vage omschrijving dus ik hoop dat u duidelijkheid kunt verschaffen welke maatregelen opgenomen werden in de opdracht om die voorwaarde in te vullen.

Lijdensweg vliegveld Kortrijk-Wevelgem: deel 2 komt eraan

Tussenkomst bij de behandeling van de Buitengewone Algemene Vergadering van de intercommunale Vliegveld Kortrijk-Wevelgem, waarbij de activiteiten worden overgeheveld naar een nieuwe NV, met als aandeelhouders de POM (Provinciale OntwikkelingsMaatschappij), de Vlaamse Overheid en Leiedal. Jean De Bethune is de verantwoordelijke gedeputeerde.

 

Meneer de Bethune,

U zult wel tevreden zijn dat dit deel van de lijdensweg voor de luchthaven Kortrijk-Wevelgem eindelijk bijna achter de rug is. Na de overdracht van algemeenheid zal er eindelijk een nieuwe beheersstructuur zijn.

Ik noem het een lijdensweg, want het heeft bijna 4 jaar geduurd heeft om tot dit resultaat te komen. Het besluit waarin we de krachtlijnen van de nieuwe beheersstructuur goedkeurden, uiteraard met tegenstemmen van Groen, dateert van april 2014. En daarvoor werd zowat 7 jaar gewerkt aan de LOM-LEM-structuur, die er dan uiteindelijk niet gekomen is.

Maar het is natuurlijk nog maar het eerste deel van de lijdensweg. In de periode 2014-2023 moet er immers voor gezorgd worden, omwille van de Europese staatsteunregels, dat de regionale luchthavens, niet meer met overheidsmiddelen moeten geëxploiteerd worden. Dat zal misschien nog een grotere uitdaging worden dan het opzetten van een nieuwe structuur. Want de evolutie is in die periode niet echt positief te noemen: de gebruikscijfers dalen, de kosten stijgen.

De komende pakweg 2 jaar gaan we dan grote werkzaamheden hebben op de luchthaven, om de reeds lang gevraagde noodzakelijke infrastructuuraanpassingen te doen. Dat zal dan natuurlijk ook een impact hebben. Dus er zal nog een tijdje een eenvoudig excuus zijn om te verantwoorden dat een commercieel succes van de luchthaven uitblijft. Want als ik spreek over slechte cijfers, dan zal natuurlijk het antwoord komen dat het voorbije jaar de gebruiksmogelijkheden van de luchthaven beperkt waren door de problemen met de luchtverkeersgeleiding en dat dit een impact heeft. Dit is nu via Belgocontrol opgelost, maar meteen verantwoordelijk voor een belangrijke meerkost.

Er schiet dus nog pakweg eveneens een jaar of 4 jaar om de echte uitdaging aan te pakken: de luchthaven commercieel rendabel te maken, iets wat de voorbije 15 jaar in elk geval niet lukte. Ik ben zeer benieuwd…

Maar er is misschien toch 1 lichtpuntje in heel dit verhaal. Een nieuwe CEO voor de luchthaven kan er misschien voor zorgen dat er eindelijk werk gemaakt wordt van een constructieve dialoog met de omwonenden, die de hinder van deze luchthaven ondergaan. Ik heb dat eerder al in verschillende fora aangekaart, en u probeert mij altijd gerust te stellen dat u wel degelijk beseft dat dit nodig is en dat hier werk van zal gemaakt worden en dat de nieuwe verantwoordelijke niet alleen technisch een goede manager is. Ik moet zeggen dat ik nog niet helemaal overtuigd ben. Ik ben deze week naar de jaarlijkse info- en overlegvergadering geweest, die de luchthaven verplicht jaarlijks moet organiseren volgens de milieuvergunning. Ik weet niet of de toekomstige hoofdaandeelhouder (de POM) daar aanwezig was, ik heb in elk geval niemand gezien die ik herkende. Ik kan alvast nog niet zeggen dat dit in een meer constructieve sfeer gebeurden dan de voorbije jaren, maar voor het eerst is er een informatietool in het vooruitzicht gesteld die het zou moeten mogelijk maken om tegemoet te komen aan de nodige transparantie, die vandaag de dag toch zou mogen verwacht worden van een overheidsinstelling. Ik hoop dus dat ik u op dat vlak volgend jaar gelijk kan geven. Ik ben opnieuw zeer benieuwd…

Blauwpoort Waregem: doen alsof er niets aan de hand is

De discussie over de afbakening van het kleinstedelijk gebied Waregem spitst zich vooral toe op het deelplan Blauwpoort, want over de rest is weinig discussie.

Gelukkig, collega’s. Gelukkig in dit dossier is er juist op tijd (op tijd om het dossier nog voor de verkiezingen rond te krijgen, zoals de stad Waregem zou willen en de provincie beloofd heeft) een nieuwe behoeftestudie voor industriezones klaar. Een behoeftestudie die na de passage van een 2e studiebureau ook het resultaat geeft dat de deputatie voor ogen had. Zo kunnen we rustig verder doen zoals we bezig waren en doen alsof er niet inderdaad dringend nood is aan een betonstop in Vlaanderen om de steeds voortschrijdende inname en verharding van de resterende open ruimte een halt toe te roepen. Wij hebben al eerder op verschillende fora onze bedenkingen geuit over de manier waarop de behoeftestudie tot stand is gekomen. En zie: we zijn niet alleen. Ik citeer uit het verslag van de procoro van 5 oktober 2017 uit het dossier ‘de voorzitter (van de procoro) is ontgoocheld over de wijze van de behoefte bedrijvigheid. De uitleg op p. 87 om de behoefte aan te tonen van Blauwpoort is ondermaats.’ De toelichting die gegeven wordt kan hem niet overtuigen.

We gaan, als we dit plan goedkeuren, zelfs doen alsof zuinig ruimtegebruik toch niet zo belangrijk is als we altijd zeggen. Want de adviezen om, als je dan toch die ruimte aansnijdt, meteen hoger bouwen toe te laten dan de 20 meter die in het eerste ontwerp voorzien was, worden toch niet echt gevolgd. En opnieuw: wij zeggen dat niet alleen. Ik citeer uit het advies van het Agentschap Innoveren & Ondernemen naar aanleiding van de 1e plenaire vergadering: ‘Een maximum bouwhoogte van 20m voor regionale bedrijven, op een grootschalig bedrijventerrein, langs de autosnelweg en met beperkt wonen in de buurt is op deze korte periode (en dan vergelijken ze met het dossier 2012) volledig achterhaald. Zowel in de bouwpraktijk van bedrijven als in het ruimtelijk beleid gericht op zuinig ruimtegebruik en ruimtelijk rendement.’ Waarschijnlijk zal straks geantwoord worden dat de maximum bouwhoogte vastgelegd is op 20m op het hoogste punt, zodat dit hoger kan als het terrein afdaalt. Maar dat is nu niet direct wat onder andere dit Agentschap voor ogen heeft.

En de deputatie vindt het blijkbaar ook niet erg om eenzijdig aandacht te hebben voor de harde bestemmingen. Want bij een afbakening van een stedelijk gebied hoort inderdaad ruimte voor wonen, bedrijvigheid en andere stedelijke functies. Maar daar hoort ook groen- en natuurgebied bij, zachte bestemmingen die belangrijk zijn als ademruimte voor de inwoners van die stedelijke gebieden. Maar het stadsrandbos dat wel in de theorie over dit stedelijk gebied aan bod komt, is in dit RUP niet terug te vinden. En voor ons hoeft het zelfs geen bos te zijn, want in de Leievallei is het veel logischer en ecologisch waardevoller om te zorgen voor natte natuur, eerder dan bos. Maar een groene bestemming wordt hier nergens voorzien. Opnieuw een citaat, deze keer van het departement omgeving: ‘Ten slotte betreurt het departement dat nog steeds geen initiatief of herbestemming is opgenomen ter realisatie van het stadsrandbos. Indien de provincie hier geen deelRUP voor opmaakt, dient ten minste duidelijk te zijn wie deze taak verder zal opnemen. Zoniet blijft dit onderdeel van de visie op de stedelijke afbakening wellicht dode letter.’

En nogmaals gelukkig, collega’s. Gelukkig is AWV ook bezig met plannen op te maken om de op- en afrit van de E17, en konden wij kennis maken met het voor Vlaanderen nieuwe concept van een Diverging Diamond Interchange. Zo kunnen we rustig doen alsof er niet vandaag al een probleem is met de mobiliteit en de luchtkwaliteit op deze locatie, alsof het niet problematisch is om nog bijkomend verkeer aan te trekken. Deze maand werden nieuwe modelkaarten luchtkwaliteit gelanceerd. Dit leidde tot krantenkoppen als ‘Luchtvervuiling in Vlaanderen erger dan gedacht’ en conclusies als ‘Tot in de kleinere Vlaamse gemeenten worden de Europese normen voor stikstofdioxide overschreden’. Inderdaad, vooral voor stikstofdioxide en dieselroet is het verschil tussen het oude en het nieuwe model groot, maar ook de nieuwe kaarten voor fijn stof zijn veelzeggend. Ik nodig u uit om die kaarten eens te bekijken voor wat betreft de omgeving van Waregem en dan nog eens de logica te beoordelen om hier nog bijkomend verkeer aan te trekken. Maar die nieuwe kaarten zijn natuurlijk te recent om al in het MER-rapport opgenomen te zijn. De files kunnen we natuurlijk met technische ingrepen tijdelijk milderen (tijdelijk omdat aangetoond is dat bijkomende capaciteit ook bijkomend verkeer aantrekt), maar de daarmee gepaard gaande luchtverontreiniging verdwijnt natuurlijk niet.

Kortom, net als de Procoro (opnieuw: we zijn niet alleen) kunnen wij ons niet in het onderdeel Blauwpoort van de afbakening van het kleinstedelijk gebied Waregem vinden. En wij vragen ons eigenlijk af, meneer De Block, waar bij in het dossier de argumenten terugvinden waarmee de deputatie het negatieve advies van de Procoro beantwoordt. Want u bent dat misschien niet gewend om te  moeten doen, maar in het overwegend gedeelte van de ontwerpbeslissing noch in andere stukken in het dossier vinden wij daar eigenlijk nergens een verwijzing naar terug. Terwijl je vanuit de motiveringsplicht voor overheidsbeslissingen toch eigenlijk zou mogen verwachten dat dit aan bod komt. 

Groen stemt dan ook tegen dit dossier.

motie voor MUG-helikopter

Beste collega’s,

 

Tijdens de budgetbesprekingen in november hebben we de tijd genomen om veel onderwerpen de revue te laten passeren. Eén van de belangrijke thema’s was de MUG-helikopter, gestationeerd in het AZ Sint-Jan in Brugge, en het was niet voor het eerst dat hierover een debat gevoerd werd.

Het provinciebestuur voorziet een bijdrage van 110.000 euro om de MUG-helikopter in de lucht te houden en de organisatie ervan op de grond te ondersteunen. Ik denk niet dat er iemand in dit halfrond betwist dat deze middelen nuttig besteed worden. Dat is een substantieel bedrag, maar lang niet voldoende om de werking van de MUG-helikopter te garanderen. Wie de jaarverslagen er op nakijkt, ziet bevestigd dat de werkingskosten in de loop van de jaren stijgend zijn en het verzamelen van de nodige middelen een steeds moeilijker opdracht wordt.

Naast de provincie doen ook heel wat steden en gemeenten een inspanning. Maar dat moet aangevuld worden met private sponsoring, giften allerhande en zelfs verkoop van gadgets. Er werden hier in dit halfrond dan ook pleidooien gehouden om individuele giften te doen, (slechts) sinds vorig jaar fiscaal aftrekbaar, of er werden pannenkoeken gebakken en verkocht in het kader van acties als Music for Life. Er worden campagnes gedaan om gemeentes die nu nog geen bijdrage leveren, te overtuigen om dat wel te doen.

Toen dacht ik toch: vinden wij dat wel normaal? Vinden wij het normaal dat voor een dergelijke, belangrijke en levensreddende dienstverlening, er een vzw middelen moet samenschrapen, samenbedelen bijna, om die helikopter in de lucht te kunnen houden? Een hele papierwinkel om van gemeentes telkens maximum een paar duizend euro te ontvangen, afhankelijk zijn van de economische conjunctuur van de bedrijven die sponsoren, moeten hopen dat de Music for Live-acties elk jaar een succes zijn, enzovoort. Voortdurend onzeker zijn of de middelen voor het komende jaar wel toereikend zullen zijn.

Met Groen vinden wij dat niet normaal. Vandaar dat ik een poging gedaan heb om met deze motie naar de kern van het debat te gaan. Het is niet de verantwoordelijkheid of bevoegdheid van de provincie, van steden en gemeentes, van bedrijven of particulieren om een goede medische dienstverlening te verzekeren. Wij vertegenwoordigen hier de inwoners van deze provincie, laat ons dit politiek orgaan gebruiken om de bal in het kamp te leggen van wie wel de bevoegdheid heeft over de gezondheidszorg, en dat is de federale regering. Deze motie vraagt dan ook naar een basisfinanciering voor de bestaande MUG-helikopterdiensten door de federale overheid, dat lijkt ons niet meer dan logisch. Dankzij gedeputeerde Vereecke is de tekst aangevuld met onder andere een uitgebreide historiek van deze dienstverlening. Het zou een sterk signaal zijn mocht deze motie unaniem goedgekeurd worden.

 

Maarten Tavernier
januari 2018

Mijn boodschap aan Voka

Gisterenavond was ik te gast op de nieuwjaarsreceptie van Voka. Van elke politieke partij was iemand uitgenodigd om ‘de slimste politicus van regio Kortrijk-Roeselare-Tielt’ te spelen, een miniquiz gebaseerd op het format van De Slimste Mens maar dan over economische thema’s. Ik had het genoegen om Groen te mogen vertegenwoordigen.

Dat was in een puik gezelschap van 3 burgemeesters waarvan er 2 ook parlementslid zijn (Kris Declercq Roeselare-CD&V, Bert Maertens Izegem-NVA, Francesco Vanderjeugd Staden-Open VLD) en voor Sp.a Simon Bekaert, 1e schepen in Tielt, collega in de provincieraad en voormalig kabinetsmedewerker. Ik was dus de enige voor wie politiek geen voltijdse bezigheid (geweest) is.

Best spannend, en één van mijn medespelers bevestigde dat ik niet de enige was met wat stress toen hij zei dat hij veel liever zou speechen of een politiek debat houden dan vragen te krijgen waarvan je niet weet in welke richting ze gaan. Niemand wil natuurlijk niet afgaan voor een volle zaal met 1200 ondernemers. Jordy Sabels, voorzitter van Jong Groen Ieper, was op hetzelfde evenement enkele dagen geleden in de Westhoek 2e geworden en kwam er met zijn pitch (= korte presentatie of speech) over duurzame innovatie blijkbaar als de beste spreker uit. De lat lag dus hoog…

Mijn vrees was onterecht: in de 3-6-9-ronde raakte ik op kop, en ook bij de ‘open deur’-vraag kon ik 3 van de 4 trefwoorden vinden bij de term ‘Eurometropool’ en behield zo mijn voorsprong. In de 3e  en laatste ronde mocht ik dan ook als eerste een thema kiezen waar ik het aantal verdiende seconden mocht ‘pitchen’ (= korte presentatie of speech). De keuzethema’s waren menselijk kapitaal, ruimte om te ondernemen, aantrekkelijke omgeving, duurzame innovatie en mobiliteit. Ik koos voor Aantrekkelijke omgeving en bracht een boodschap die op het eerste gezicht niet zo evident was:

“Ik koos voor aantrekkelijke omgeving omdat dat natuurlijk een van de kernthema’s van Groen is. En het is terecht dat Voka niet alleen aandacht heeft voor een aangename werk- maar ook voor een aangename woonomgeving en daarvoor is groen en natuur belangrijk. Dat wordt in het Roelare van collega Declercq, waar we vandaag zijn, vorm gegeven door een groene schepen. Het verschil met 6 jaar geleden is duidelijk zichtbaar. Voka ijvert misschien logischerwijs in de eerste plaats voor ruimte voor ondernemen. Maar voor dit thema is ook ruimte voor groen en natuur nodig. En er is een groot onevenwicht tussen beide. Als een terrein als industrie-of woongebied bestempeld wordt, dan duurt het niet lang of er worden straten aangelegd en de eerste bedrijven of huizen verschijnen. Maar als een terrein een zachte bestemming zoals natuur krijgt (dat is om te beginnen al veel moeilijker), dan is de kans groot dat er binnen 20 jaar nog gepalaverd wordt over de invulling, dat de effecten op landbouw onderzocht worden, maar er nog niets gerealiseerd is op het terrein. Ik wil van mijn aanwezigheid hier gebruik maken om jullie uit te nodigen om ook daarvoor te ijveren. Met meer natuur, meer realisatie van zachte bestemmingen op het terrein, zal het ook gemakkelijker zijn om ruimte te maken voor ondernemen.”

De tijd was tekort (met 95 seconden mocht ik langst spreken, maar dat is toch kort als je je boodschap wat wilt onderbouwen) om nog te vermelden dat een beter evenwicht tussen ruimte voor natuur en voor ondernemen wellicht kan zorgen voor minder juridische procedures bij harde bestemmingen. Of om het concrete voorbeeld van het Kortrijkse stadsrandbos te geven: 20 jaar geleden gestart om 250ha te realiseren, vandaag nog maar voor 1/3 gerealiseerd en aan het huidige tempo zal het nog 166 jaar duren. Kunnen we ons dat voorstellen bij een industriezone? Maar de boodschap duidelijk.

Quizmaster Dirk Denoyelle reageerde terecht dat ik mijn nek uitgestoken had en ook achteraf noemde hij me een politicus met lef. Men zal inderdaad niet kunnen zeggen dat ik het publiek naar de mond praatte. Maar ik hoop en denk dat zo’n boodschap misschien wel eens doet nadenken en langer bijblijft dan een voorspelbaar promopraatje. Ik kreeg in elk geval nadien op de receptie en op sociale media een aantal heel leuke reacties.

Volgende week is het aan Wouter in Oostende, Herman in Veurne en Andries in Brugge. Good luck!